Hoe SNS naar de afgrond schuifelt

Is er dan echt niemand die SNS Property Finance wil kopen”, roept een commissaris van SNS Reaal wanhopig uit. „Ook niet als er geld bij wordt gegeven?”

Het is een bijzondere vergadering van de raad van commissarissen, 13 december 2011 in de boardroom 1 op de tiende verdieping van het hoofdkantoor in Utrecht.

Al jaren doet de bank en verzekeraar er alles aan om voldoende kapitaal te krijgen om het restant van 565 miljoen euro aan staatssteun af te lossen, en aan de steeds strengere bankeisen te kunnen voldoen. Maar het bedrijf lijkt steeds achter de muziek aan te lopen. Zodra er een plan ligt, is het alweer ingehaald door de verslechterende economie. Niets lijkt te lukken. De commissarissen beginnen langzamerhand het vertrouwen in al die plannen te verliezen.

Vandaag komt de raad van bestuur onder leiding van Ronald Latenstein opnieuw een plan presenteren. Het is het operationeel plan voor de jaren 2012 tot 2014. De bestuurders rapporteren wat ze de komende jaren willen. De koers van het bedrijf wordt zo vastgesteld. Het plan ziet er degelijk uit. Maar eerlijk gezegd weten de bestuurders al lang niet meer hoe het verder moet.

De paniek slaat in deze vergadering voor het eerst toe. Na vier uur zullen ze gezamenlijk besluiten dat drie commissarissen worden afgevaardigd om elke twee weken – en later vaker – met bestuursvoorzitter Ronald Latenstein en financieel bestuurder Ference Lamp mee te denken. Ze kunnen wel wat steun gebruiken.

Op het ministerie van Financiën en bij De Nederlandsche Bank (DNB) worden rond deze tijd ook mensen vrijgemaakt om na te denken over de problemen bij SNS Reaal. De raad van bestuur heeft het lot van het bedrijf niet meer in eigen hand. Het voortbestaan van de vierde bank van het land staat op het spel.

Eerst bespreken de commissarissen om half drie de lopende zaken. Een versobering van de arbeidsvoorwaarden. Een lagere rating van de bank. Het weghalen van spaargeld na negatieve publiciteit. („We merken dat klanten gevoeliger zijn voor reputatieboodschappen dan we in eerste instantie dachten”, melden de notulen).

Bij dochter Reaal steeg zowel de medewerkerstevredenheid als het ziekteverzuim. Het andere verzekeringsmerk Zwitserleven doet het minder goed dan gedacht. De vastgoedbank SNS Property Finance moet hoge voorzieningen nemen, maar daar kijkt niemand meer van op.

En dan ligt het operationele plan op tafel.

Staatssteun terugbetalen

De commissaris die hierover het woord neemt, is Robert-Jan van de Kraats, die ook de financieel bestuurder van uitzendbureau Randstad is. „Er liggen solide plannen”, zegt hij. Op papier ziet alles er goed uit. Maar hij uit ook meteen zijn zorgen. We zien allemaal hoe snel en onverwacht de markten steeds veranderen, zegt hij. Als „de ontwikkelingen niet gaan volgens plan”, is het voortbestaan van de bank en verzekeraar onzeker. Het zal leiden tot „een discussie over de continuïteit” van SNS Reaal. Het hoge woord is eruit. Het is voor het eerst dat het voortbestaan van het bedrijf wordt besproken. Deze vergadering was daar ook voor bedoeld. Niemand kan er nu nog omheen.

De commissaris licht toe dat het voor de bank en de verzekeraar steeds moeilijker wordt om geld te verdienen en dat dat niet snel zal verbeteren. Het is daarom volgens hem onwaarschijnlijk dat SNS Reaal de komende jaren genoeg zal verdienen om de staatssteun op tijd terug te betalen. „Zijn we voldoende voorbereid op een dergelijke situatie?” wil Van de Kraats weten. Hij kijkt in het rond.

Een dag eerder heeft hij het er al met enkele bestuurders, commissarissen en de externe accountant eens over gehad. Met hen had hij een voorgesprek over het voortbestaan van het bedrijf. Peti de Wit van KPMG vertelde dat het operationeel plan inderdaad „beperkte ruimte lijkt te bevatten voor tegenvallende scenario’s”. De accountant vindt het daarom moeilijk in te schatten hoe „realistisch de uitgangspunten” van het plan zijn. De situatie voor de bank is daarbij „acuter” dan die voor de verzekeraar.

Financieel bestuurder Ference Lamp erkent „dat dit het meest onzekere operationeel plan is dat hij heeft mogen opstellen [...]”. Op de vraag of het bedrijf het nog wel allemaal aankan, zegt Lamp dat het bedrijf heeft laten zien veel aan te kunnen. „Maar de druk wordt hoog. Medewerkers lopen tegen hun grenzen aan.”

Nu, een dag later, komt het antwoord op de vraag van Van de Kraats – of het bedrijf voldoende voorbereid is op rampspoed – van bestuursvoorzitter Ronald Latenstein. Hij is zoals altijd het meest optimistisch van het stel. Hij zegt dat het bedrijf heus nog wel genoeg verdient om zelfstandig te kunnen voortbestaan. Maar, erkent hij, de staatssteun op tijd terugbetalen, dat is een groot probleem. Dat ziet hij ook.

Latenstein somt nog maar eens op wat het bestuur op dit moment al allemaal doet om meer kapitaal op te halen. Ze proberen nieuwe aandelen uit te geven, zegt hij. Ze zijn hard bezig om de schadeverzekeraar én de levensverzekeraar te verkopen. Daarover lopen gesprekken met concurrenten Achmea, ASR en Delta Lloyd. En de vastgoedbank? Die zal zo mogelijk nog sneller dan al was gepland, worden ontmanteld.

Er valt een ongemakkelijke stilte. Zijn betoog maakt weinig indruk. Alle aanwezigen in de bestuurskamer vermoeden dat deze plannen hen niet gaan helpen.

„De factor tijd is heel belangrijk”, vervolgt Latenstein. Hij vreest – niet voor het eerst – dat klanten hun geld zullen weghalen als ze precies zouden weten hoe slecht het bedrijf ervoor staat. „Die angst voor een bankrun is iets waar we voortdurend op monitoren.”

Alleen ingrijpen bij een drama

Op het ministerie realiseren ze zich de ernst van de situatie ook, zegt hij, maar: „Den Haag is niet bereid iets klaar te zetten ‘voor het geval dat’. Pas als er zich een dramatische gebeurtenis voordoet is het ministerie bereid iets te doen.” Het ministerie wil volgens hem alleen ingrijpen bij een run op de bank, een groot verlies, of bij een nog veel slechtere vastgoedmarkt.

De bestuursvoorzitter ziet zelf ook dat het bedrijf onder zijn ogen wegglijdt en dat hij het lot van het bedrijf steeds minder in eigen hand heeft. „Tenzij we onderweg geholpen worden door de markten of als we uitstel krijgen vanuit Brussel, kan SNS Reaal op een bepaald moment in een situatie komen waarin we gedwongen worden van alles te doen, maar daarmee het probleem niet oplossen.”

Dan gaan de andere commissarissen en bestuurders zich in het gesprek mengen. Ze moeten iets. Dat begrijpen ze allemaal. Maar wat dan? Het is een vergadering met heel veel vragen, maar zonder duidelijke antwoorden.

Langzaam bekruipt de aanwezigen een gevoel van paniek.

De eerste keer dat SNS Reaal voor een bankrun vreest, is twee jaar eerder. Op een vergadering op 9 november 2009 stellen de bestuurders, de commissarissen, de accountant en de directeuren van de vastgoedbank gezamenlijk vast dat er een verlies van ongeveer een miljard euro in de vastgoedportefeuille zit de komende twee jaar.

Druppel op een gloeiende plaat

Het is voor het eerst dat de bestuurders een zo grote strop vaststellen. Het verandert de manier van denken in de top van het bedrijf. De urgentie neemt toe. De top vreest dat als deze spill over van 1 miljard euro naar buiten toe bekend wordt, dit „ertoe kan leiden dat het publiek opmerkt: we kunnen beter ons geld weghalen”. Er moet direct een communicatieplan komen, besluiten ze. De angst voor een bankrun sluimert vanaf dan steeds op de achtergrond en zal niet meer weggaan.

De jaren erna lukt het de bank niet meer om, ondanks almaar hoge voorzieningen op de vastgoedleningen, het verlies van een miljard euro weg te werken.

Ruim een half jaar later, in juli 2010, stelt een ander accountantskantoor (Ernst & Young) op verzoek van het bestuur van de bank een mogelijk verlies van ruim een miljard euro vast in slechts een deel van de vastgoedportefeuille. Aan het eind van dat jaar zegt directeur Jaap van Dijk van de vastgoedbank uit te gaan van een verlies van tot 1,4 miljard euro op de vastgoedleningen. Zo gaat het maar door. De strop van ongeveer een miljard blijft bestaan.

Als de directie van de vastgoedbank op 30 januari 2012 op bezoek gaat bij DNB is het gespreksonderwerp een concept van de jaarlijkse beoordelingsbrief door de toezichthouder. Daarin wordt onder meer gekeken naar de kapitaalpositie van een bedrijf. DNB eist maatregelen als die niet voldoende is. De toezichthouder constateert in de conceptbrief ook dat SNS Reaal nog 1 miljard aan verliezen kan verwachten bij de vastgoedbank en wil dat bedrag opnemen in de definitieve beoordelingsbrief. Het zou betekenen dat de bank op korte termijn haar kapitaal moet aanvullen. Maar waar moet SNS in vredesnaam zo gauw het geld vandaan halen? Het bedrijf doet er alles aan om dat bedrag van tafel te halen. Financieel directeur Jack Mondt van de vastgoedbank gaat erover in gesprek met directeur toezicht Jan Sijbrand van DNB. Mondt vraagt hem om het bedrag uit de brief te halen. Het bedrag zou niet kloppen. Sijbrand ziet dat het opnemen van het miljard in de brief grote problemen zou kunnen veroorzaken. Het komt uiteindelijk niet in de definitieve beoordelingsbrief te staan. De toezichthouder heeft met de conceptbrief haar punt gemaakt, maar schrijft in de uiteindelijke versie in mei dat er sprake kan zijn van „een substantieel tekort”, zonder een bedrag te noemen.

Oefenen voor een bankrun

Een paar maanden erna bereiden commissarissen, bestuurders en medewerkers van SNS Reaal zich met de medewerkers van DNB voor op een mogelijke bankrun. Op 5 juli oefenen ze wat ze moeten doen als spaarders massaal hun geld weghalen. In de notulen van de commissarissen van 26 juni 2012 wordt er een opmerking over gemaakt. Medewerkers moeten er vooraf goed over worden geïnformeerd, menen ze. „Het zal bij iedereen meer dan duidelijk gemaakt worden dat het een oefening betreft.”

„Is er dan geen impuls mogelijk waarmee de koers omhooggaat, zodat we alsnog zelf iets kunnen doen”, vraagt een commissaris in die belangrijke vergadering in boardroom 1 op 13 december 2011. Het enige wat de andere commissarissen als antwoord kunnen bedenken is de verkoop van de problematische vastgoedbank. Dat zal de koers goed doen. Het is een kansloze exercitie. Het dochterbedrijf zou eerst verzelfstandigd moeten worden en inclusief financiering en al, buiten het bedrijf moeten worden geplaatst. Het gaat in dat geval, zien de commissarissen, „om een heel groot bedrag”.

De commissarissen zijn doordrongen van de uitzichtloosheid van de problemen. „Is er dan echt niemand die SNS Property Finance wil kopen? Ook niet als er geld bij wordt gegeven”, vraagt een van hen dan.

Latenstein belooft, tegen beter weten in, op zoek te gaan naar een koper.

En dan komt het moment dat de commissarissen in deze vergadering alle eerder genoemde plannen één voor één van tafel vegen. Als de schadeverzekeraar, de levensverzekeraar of welk ander bedrijfsonderdeel dan ook al zal worden verkocht, of als een aandelenemissie doorgang kan vinden, zal dat niet meer opbrengen dan „een druppel op een gloeiende plaat”.

Er zijn geen opties meer over. Een koper is dan nog niet in zicht. „We moeten het ministerie van Financiën dus echt proberen te bewegen dat ze helpen, voordat het misgaat”, zegt een commissaris nog maar eens.

De bestuursvoorzitter zegt dat hij dat soort gesprekken al tijden voert met de ambtenaren en dat het niets oplevert, maar hij zal het blijven herhalen, belooft hij. „We moeten alles blijven proberen”, zegt een andere commissaris. Het zijn niet meer dan bezweringen.