Het Westen laat zich ringeloren door Arabische propaganda tegen Israël

Drie zaken omtrent Israël staan vast. Ten eerste is het de enige functionerende democratie in het Midden-Oosten. Arabieren zijn vertegenwoordigd in de Knesset. Het Hooggerechtshof heeft Arabische leden. Arabisch is een officiële taal. Hebben Joden spiegelbeeldige rechten in de Arabische wereld? Ten tweede voelt het zich een onderdeel van het Westen. Ten derde wordt het voortdurend door de buurlanden bedreigd. Hun verrassingsaanval van 1973 (Jom Kipoer) maakte bijna een einde aan de staat Israël. Dat geldt eigenlijk voor alle oorlogen die Israël sinds zijn ontstaan heeft moeten voeren. Het kan het zich niet veroorloven één enkele oorlog te verliezen.

Dit zo zijnde, zou men mogen verwachten dat Israël in ieder geval het voordeel van de twijfel zou krijgen. Maar dat is niet het geval.

Veel Nederlanders voelen zich hierbij betrokken, hetzij door familiebanden, hetzij door schuldgevoelens vanwege het verhoudingsgewijze zeer grote aantal Nederlandse joden dat in de Tweede Wereldoorlog is vermoord.

Wat zijn de achtergrond en redenen van de lawine van kritiek die Israël van alle kanten over zich heen krijgt? Waarom groeit de weerzin van Nederlandse ondernemingen om te investeren in Israël? De afgelopen maanden trok Royal HaskoningDHV zich terug uit een waterzuiveringsproject in Oost-Jeruzalem, staakte Vitens de samenwerking met de Israëlische waterleverancier Mekorot en besloot PGGM niet meer te zullen investeren in Israëlische banken die meewerken aan financiering van Joodse nederzettingen in de bezette gebieden.

Dit heeft algemene en bijzondere oorzaken. Een eerste algemene oorzaak is de macht van het getal. Er zijn op deze wereld honderd moslims voor iedere Israëli. Er gaat invloed uit van dat grote aantal. Het is als met het aantal Chinezen, nog voordat China zich op de wereldmarkt manifesteerde. Een miljard Chinezen maakt indruk. Daar gaat men niet zo maar aan voorbij. Wat betekenen nu zes miljoen tegenover zeshonderd miljoen?

Een tweede punt is de dekolonisatie. Zeker, de Balfour-verklaring uit 1917, die een joods nationaal tehuis in het vooruitzicht stelde, kan niet worden weggepoetst. Noch de verzekering uit 1922 dat joden in geheel Palestina – toen: Israël en de Westoever – het recht van close settlement zouden hebben. Dat was een onderdeel van het Engelse mandaatsverdrag. Churchill zei daarover: „De Joden moeten weten dat zij rechtens en niet uit lankmoedigheid in Palestina zijn.” Maar het stichten van de staat Israël en de dekolonisatie verliepen in parallel. Daardoor werden Israëliërs toch als kolonisten gezien, de twee verklaringen en hun drieduizend jaar lange aanwezigheid in Jeruzalem ten spijt. Bovendien werden westerse koloniale mogendheden door een schuldgevoel bevangen, wat hen belemmerde onbevooroordeeld de situatie te bezien.

Ten derde olie en gas. Europa is daarvoor van het Midden-Oosten afhankelijk. Israël ontdekte onlangs gas in de Middellandse Zee, maar dat zinkt in het niet vergeleken bij de productie van de Arabische staten.

Ten vierde het antiamerikanisme. Ook dit is een ingewikkeld verschijnsel. Het bestaat uit na-ijver, vooral aan Franse kant, geheel onterechte culturele hoogmoed en de onwil dankbaarheid voor de bevrijding van 1945 te moeten tonen. Dit doet denken aan een anekdote die Confucius vertelt. De ene man zegt tegen de andere: ‘Waarom ben je boos op mij? Ik heb toch nooit iets voor je gedaan?’

Dit antiamerikanisme slaat terug op Israël, vooral gezien de tot nu toe onvoorwaardelijke steun van Amerika. Israël wordt gezien als een Amerikaans protectoraat. Onlangs is een debat in de Verenigde Staten gevoerd over de Joodse lobby. De stelling van Mearsheimer, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Chicago, die hierover is begonnen, is dat de Joodse lobby er de oorzaak van is dat de VS inzake het Midden-Oosten tegen het eigen belang in handelt. Ook de helaas veel te jong overleden Joodse historicus Tony Judt was deze mening toegedaan. Daartegenover staat de mening van Stanley Fisher, tot voor kort gouverneur van Israëls centrale bank. Hij zei dat de VS een groot aantal lobbies herbergde: van boeren, van scheepsbouwers en inderdaad van joden. Wat was daar mis mee?

Nu de bijzondere oorzaken. De belangrijkste daarvan is Israëls spectaculaire overwinning van 1967. Deze markeerde een omslagpunt in de manier waarop naar Israël werd gekeken, vooral door zich progressief noemende kringen.

Had men daar voordien vooral sympathie en bewondering voor het egalitaire land van de kibboetsim, door 1967 ruilden David en Goliath van plaats. Het bracht De Gaulle ertoe, te spreken over ce peuple sûr de lui et dominateur: dit volk, dat zeker is van zichzelf en wil overheersen. De zaak van de Palestijnen kreeg daarna meer aandacht, evenals de rol van Arafat en zijn Fatah.

Kon Israël hier iets aan doen? Men kan niet van Israël verlangen dat het een oorlog verliest alleen om zich verzekerd te weten van de voortdurende welwillendheid van vooral linkse Europese kringen. Wel vormt het bezit van de Westoever nu het hart van het probleem dat Israël en de Palestijnen gescheiden houdt.

Het is essentieel in te zien wat de internationaal-rechtelijke status van de Westoever is. Het gebied werd in 1948 door Jordanië veroverd, dat het in 1950 annexeerde. Die annexatie is internationaal nooit erkend. Vervolgens werd het in 1967 door Israël in beslag genomen. Het kan dus niet Palestijns worden genoemd. Dat kan pas als een tweestatenoplossing is bereikt. Tot dan is het betwist gebied.

Hiermee hangt de verandering samen die de Verenigde Naties hebben ondergaan. De VN zijn door het Westen na de Tweede Wereldoorlog opgericht om een herhaling te vermijden en de vrede te verzekeren. Door de dekolonisatie en andere wijzen van staatsvorming zijn er steeds meer leden bijgekomen en vormde zich een automatische meerderheid die zich vooral richtte tegen het Westen en tegen Israël, dat met het Westen werd geassocieerd. De VN werd a dangerous place, in de woorden van de Amerikaanse vertegenwoordiger daar, Daniel Patrick Moynihan. Het afgelopen jaar nam de Algemene Vergadering 21 resoluties met een veroordeling van Israël aan, tegen slechts vier die tot andere landen waren gericht.

Het is een voorbeeld hoe het westerse idealisme wordt geëxporteerd en door andere culturen tegen datzelfde Westen wordt gebruikt. De non-aligned movement, de beweging der ongebonden landen, speelde een soortgelijke rol. Zij werd op touw gezet door Nasser, Nehru en Tito, die alle drie hun redenen hadden om kritiek op het Westen – en dus op Israël – te hebben. Bijgevolg was deze Beweging der Ongebonden Landen niet ongebonden. Er was ook geen beweging. Het was een platform voor ongenuanceerde kritiek op Israël.

De terreuracties verdienen ook aandacht. Het is niet onmogelijk dat de aanslagen in Madrid de houding van de Spaanse regering hebben beïnvloed. Of de aanslag in Londen datzelfde heeft gedaan ten aanzien van het Britse standpunt, is onduidelijk. Wel is waar dat sinds het Britse mandaat dat standpunt naar Arabische zijde is overgeheld. Het Britse bewind zag de Joodse immigranten naar Israël toch vooral als kolonisten. Vandaar de Britse belemmeringen voor de Joodse immigratie (denk aan de Exodus). Dat de Stern-gang het King David Hotel heeft opgeblazen, heeft de betrekkingen natuurlijk niet verbeterd. Dit alles is misschien reden waarom het Verenigd Koninkrijk zich bij de beslissende VN-stemming in 1947 over de erkenning van de staat Israël heeft onthouden.

Vele jaren geleden bezocht ik een vluchtelingenkamp van Palestijnen in de Libanon. Midden tussen die vluchtelingen stond een luchtafweergeschut. Op mijn vraag of men niet bevreesd was voor veel burgerslachtoffers in geval van een Israëlische aanval op dat geschut, antwoordde mijn begeleider ontkennend. „Burgerslachtoffers vormen een aanklacht tegen Israël die het Westen zal beïnvloeden.”

De manier waarop Palestijnen door de andere Arabieren, hun broeders, worden bejegend, is ten hemel schreiend. Denk aan Duitsland. Na de Tweede Wereldoorlog zijn twaalf miljoen Duitsers van het Oosten naar het Westen gevlucht. Die zijn opgevangen, gehuisvest, geïntegreerd en na enige tijd van banen voorzien. In het Midden-Oosten hebben wij het niet over twaalf miljoen Palestijnen maar over een tiende van dat aantal. Waarom zijn zij niet in de Arabische landen opgevangen en geïntegreerd? Het is niet alsof die landen ruimte tekortkomen.

Om twee redenen: omdat zij dan geen politiek wapen meer vormen dat tegen Israël kan worden ingezet en omdat de Arabische landen de Palestijnen niet zien staan. Vandaar ook dat de grens tussen Gaza en Egypte gesloten is, zodat inwoners van Gaza door tunnels moeten gaan om bij hun Egyptische broeders te komen.

Directeur Galloway van de VN-organisatie voor vluchtelingen UNWRA zei in 2010: „De Arabische staten willen het vluchtelingenprobleem niet oplossen. Zij willen het houden als een open zweer, als een belediging voor de VN en een wapen tegen Israël.”

Nogmaals, de Israëlische aanwezigheid op de Westoever vormt nu het hart van het probleem. Mij dunkt dat iedere uitbreiding van de nederzettingen daar het probleem verergert. Daar zal een redelijke oplossing voor moeten worden gevonden. De regering van Bibi Netanyahu maakt niet de indruk daar haast mee te maken. Dat is de buitenwereld niet ontgaan. Ook gedragen Israëlische soldaten op de Westoever zich soms grof en onbetamelijk.

Wat zijn de mogelijkheden voor het gebied tussen de Jordaan en de zee? Sommige Palestijnen willen geen tweestaten-, maar een één-staatoplossing. Dat is een rampzalig plan. Gezien de hoge Palestijnse vruchtbaarheid zou dit het einde van de Joodse staat betekenen, tenminste indien het beginsel one man one vote in een eenheidsstaat zou gelden.

Een tweede mogelijkheid voor een éénstaatoplossing is een groter Israël van de rivier tot aan de zee. Er is een partij in Israël die dit voorstaat. Maar ook hier zou de hogere Palestijnse vruchtbaarheid roet in het eten gooien.

Een derde mogelijkheid is de zogenaamde Jordaanse optie. Die zou betekenen dat de gehele Westoever een deel van Jordanië zou worden. Maar er zijn twee obstakels. Ten eerste wil Koning Hussein de Palestijnen er niet bij hebben. Hij heeft de PLO in september 1970 eruit gegooid en wil hen niet terug. Het tweede obstakel zijn de Palestijnen op de Westoever zelf. Zij hebben geen animo te behoren tot wat zij zien als een achterlijk, arm, dictatoriaal geregeerd land. Resteert een tweestatenoplossing.

Op 16 september 2008 deed Ehud Olmert, minister-president van Israël, het volgende voorstel aan Mahmoud Abbas, minister-president van de Palestijnse Autoriteit. Ten eerste een oplossing voor het probleem van de Westoever op basis van de grenzen van 1967 met een uitruil van gebieden: Israël zou 6,4 procent van de Westoever verkrijgen, de Palestijnen compenserende delen van het huidige Israël plus een veilige weg op palen om de Westoever met Gaza te verbinden. Ten tweede wederzijdse erkenning als staat. Ten derde Jeruzalem als hoofdstad van beide staten. De heilige plekken in Jeruzalem zouden worden beheerd door vijf staten: Saoedi-Arabië, Jordanië, Palestina, Israël en de Verenigde Staten. Wat betreft de terugkeer van Palestijnen naar Israël bood Olmert de immigratie van vijfduizend Palestijnen over vijf jaar aan plus financiële compensatie voor de rest.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken Rice kon haar ogen en oren niet geloven. Was de Israëlische leider werkelijk bereid bijna de gehele Westoever op te geven, Jeruzalem met de Palestijnen te delen en de heilige plaatsen onder internationaal toezicht te plaatsen?

Over aard en reikwijdte van Olmerts voorstel wordt getwist. Maar het is onmiskenbaar dat Israël toen bewoog. Dat kan niet van de PLO worden gezegd. Die blijft onveranderlijk een territorium eisen gelijk aan de Westoever en Gaza.

‘Tussen woord en daad’ heet het advies van de AIV (Adviesraad Internationale Vraagstukken) aan de regering over het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Het is gedateerd 21 maart 2013. Het rapport kiest onverholen partij voor de Palestijnen en tegen Israël. Het past dan ook naadloos in het syndroom dat ik in het begin van dit artikel heb genoemd. Het is niet doenlijk alle vooringenomenheden van de AIV aan de kaak te stellen. Dat is al gedaan door Midden-Oosten-deskundige en voormalig PVV-Kamerlid Kortenoeven, die zijn commentaar in september 2013 naar de Tweede Kamer stuurde, met als gevolg 125 schriftelijke vragen aan de regering. Maar sommige beweringen zijn te kras om achteloos aan voorbij te gaan.

De AIV endosseert de slagzin dat de Palestijnen de slachtoffers van de slachtoffers zouden zijn. Die slagzin vergelijkt de Palestijnen met de overlevenden van de Holocaust, wat absurd is. Het stelt dat Israël elk territoriaal compromis heeft geweigerd, hoewel alleen al de namen van het Camp David-akkoord en het Oslo-akkoord op compromissen wijzen. Acht Arabische landen hebben daarentegen in Khartoum in september 1967 drie keer neen geroepen: neen tegen vrede met Israël, neen tegen onderhandelingen met Israël, neen tegen erkenning van Israël. Verder heeft Israël zich eenzijdig uit Gaza teruggetrokken, wat Hamas met veelvuldige beschietingen heeft beantwoord.

De AIV wil dat de regering contact met Hamas opneemt. Door de EU wordt Hamas, dat een tak van de moslimbroederschap is, als een terroristische organisatie gekenmerkt. Binnen Gaza oefent Hamas een terreurbewind uit. Sinds 2007 heeft de Europese Commissie 1,4 miljard euro aan subsidie aan ambtenaren van de Palestijnse Autoriteit in Gaza verstrekt. Het Europese Rekenhof meldt dat veel van deze ambtenaren thuis zitten. De AIV heeft het over de kolonisering van Oost-Jeruzalem, waar in 1860 meer Joden dan Arabieren woonden. Tenslotte miskent de AIV de religieuze dimensie van het conflict, daar de islam de vernietiging van de Joden verlangt. Waarom zou Iran zich anders onverzoenlijk jegens Israël en de Joden uiten? Het heeft immers geen territoriaal conflict.

Libië, Egypte, Syrië en Irak staan in brand. Wat wil de AIV? Dat Israël de correcte etiketten plakt op sinaasappelen die op de Westoever zijn gegroeid.

Een groep van 26 voormalige Europese leiders, waaronder Dries van Agt en Hans van den Broek, heeft een brief op poten aan de Europese Unie en de leiders van de Europese lidstaten gestuurd waarin zij op hardere sancties tegen Israël aandringen. Zij hadden er beter aan gedaan bij de Arabische staten aan te dringen op het stoppen van de eindeloze stroom antisemitische, tegen Israël gerichte propaganda.