Het is tijd voor een nieuwe French Touch

Is Frankrijk, die oude natie, eigenlijk nog wel een modern land? Met de Franse reputatie gaat het niet goed. Op tv zien we, behalve Franse militairen in Afrika, vooral scènes van sociale onrust. Werknemers zijn wanhopig omdat bedrijven waar ze soms al hun hele leven werken, moeten sluiten. Soms gijzelen ze de directeur. Ze zijn boos over ingrepen van de regering die de economie gezonder moeten maken, maar de welvaartsstaat aantasten. Of ze demonstreren tegen het recht van homoseksuelen om te trouwen. We lezen waarschuwingen van economen: Frankrijk blijft gevaarlijk achter. De overheidsfinanciën zijn niet op orde, hervormingen van pensioen en arbeidsmarkt gaan te langzaam. Dat is niet goed voor de euro. Frankrijk kan in de EU niet meer op tegen Duitsland. De staat zit zichzelf en de samenleving in de weg: te groot, te onbeweeglijk, te top-down.

Soms krijgen (buitenlandse) journalisten de schuld: altijd maar die French bashing. Ik hoorde het ook wel eens, toen ik er tussen 2005 en 2010 als correspondent opereerde: schrijf liever wat Frankrijk zo typisch Frans maakt. Vooral ‘francofielen’ lezen dat graag: Frankrijk als idyllisch anachronisme, een eiland in de tijd, waar het goede leven nog voorop staat en de politiek de economie commandeert, in plaats van andersom. Verbazingwekkend is het dan wat er gebeurt als je terugbent in Nederland: opeens word je zelf beschouwd als francofiel – jij kent het ondoordringbare land immers, je bent overal geweest, en kijk, je zegt ook ‘voilà’: je gedraagt je zelfs een beetje als een Fransman. Na het bashen de romantisering.

Maar is er nog wel iets positiefs te melden, behalve dat het een mooi land is om op vakantie te gaan, er nog altijd charmante films worden gemaakt en keurige exposities worden gehouden in dito musea?

Oké, laten we het eens proberen. Een testje. We zoeken vijf verschijnselen waardoor Frankrijk opvalt, maar laten de volgende begrippen weg: stokbrood, stagnatie, staking, verstikkende staat, toerisme, Françafrique en oh la la. Wat blijft er dan nog van Frankrijk over, vanuit Nederland gezien?

We beginnen makkelijk: de Thalys. Dat is de anti-Fyra: een hoge snelheidstrein die rijdt, al jaren. Vertraging ligt vaak aan België en Nederland. Fransen kunnen het dus wel, vooroplopen. Ze zijn sterk in infrastructuur, energie en vervoer. De Franse bedrijven Connexxion en Veolia laten regionale bussen rijden in Nederland. Het Franse Sita haalt bij meer dan een half miljoen huishoudens en 80.000 bedrijven afval op. Air France/KLM? Natuurlijk, niet minder bekend dan de Thalys.

Ten tweede: Louis Vuitton. Veel meer dan een tas. Als L en V uit de naam van moederconcern LVMH staat het merk voor een stil Frans succes: de wereldwijde branding Frans = luxe. Daarom drinken Chinezen Franse wijn en champagne. De Champs Elysées vormen niet ’s werelds bijzonderste winkelstraat – maar tot in Rusland en Amerika staan de Champs in een luxerijtje met Côte d’Azur en het luxe skioord Courchevel.

Nummer drie: Daft Punk. Dancemuziek van twee heren uit Parijs die zorgvuldig op de achtergrond blijven om aan sterrendom te ontkomen, al sinds de jaren negentig. Lose yourself to dance, laten ze Pharell Williams zingen. De French Touch zonder een woord Frans.

Punt vier: Michel Houellebecq. Of hij kenmerkend is voor de Franse literatuur valt te betwisten. Maar wat je ook van zijn boeken vindt, de Franse schrijver opereert aan de front van de moderne menselijke eenzaamheid: in lege provinciesteden, binnen relaties of overgeleverd aan (bio-)technologie en waanideeën.

En ten vijfde: LeWeb. Vijftien jaar geleden was Loic Le Meur een van de eerste bloggers en ondernemers die in Frankrijk bekendheid verwierven en miljoenen verdienden met internet. Intussen organiseert hij jaarlijks in Parijs en nu ook in Londen een conferentie die vanuit Nederland en tientallen andere landen sociale-mediaspecialisten en internetondernemers aantrekt. Als het om internet gaat, is het gebruikelijk te melden dat de Fransen eerst de Minitel hadden, en daarom vrij laat aan het internet gingen. Maar wie denkt aan Frankrijk bij het spelen van Order and Chaos Online op een tablet – net onderscheiden als een van de beste 3D-spellen op mobiele apparaten? Het is van Gameloft, een miljoenenbedrijf in de game-industry uit Parijs. Ook dat is op en top Frans.

Als je op deze top-vijf (ongelijksoortig en gemakkelijk uit te breiden) afgaat, kantelt het beeld. De Fransen gaan mee met de tijd, en lopen soms voorop, al moeten ze zich daarvoor in het Engels uitdrukken. Vernieuwingen zijn niet meer ‘typisch’ Frans – maar van welk land zouden we dat nog verwachten?

Waarom dringt dat beeld van het andere, ondernemende, zich aanpassende Frankrijk niet door? Laten we er niet omheen draaien: de beste French bashers zijn de Fransen zelf. Zij zeggen het tegen onderzoekers, journalisten en vooral tegen elkaar: wij zien het somber in. Nu eens ontbrandt de woede (of verveling) in de werkloze multiculturele voorsteden, dan vallen de zelfmoordpercentages op onder boeren, agenten, gevangenen of andere wanhopige groepen. Sociologen schrijven over het nationale verval en over de middenklasse die het vertrouwen heeft verloren dat haar kinderen het even goed zullen hebben.

Rol van nationalisten

Terug in Nederland vallen juist een aantal overeenkomsten op. Net als in Nederland en andere Europese landen zijn Fransen positiever over hun eigen leven dan over het land. Er is meer. Er zijn tekenen van wat je de ‘softe’ Europese integratie zou kunnen noemen: niet door regels uit Brussel, maar in het ritme van het maatschappelijke en democratische leven. De worsteling met Europa, de frustratie bij een deel van de kiezers over een politieke elite die hun belangen niet meer zou dienen. Opvallend is de veranderende rol van de nationalisten in beide landen (PVV en Front National), die elkaar nu opzoeken om samen te werken. Maar het zit ook in kleinere dingen. De manier waarop het uitblijven van een verblijfsvergunning voor een meisje tot een nationale affaire wordt (de zieke Renata in Nederland en de uit een schoolbus geplukte Leonarda in Frankrijk). De discussies over schaalvergroting in de lagere overheden. Frankrijk is conservatiever over euthanasie, het homohuwelijk en prostitutie – maar het valt op dat het debat over deze immateriële thema’s min of tegelijk opflakkert.

Toch maakt dit de landen niet vertrouwder met elkaar. Voor veel Nederlanders wordt het buitenland vanaf Lille exotisch. Parijs is mooi, maar geen Berlijn, Londen of New York: niet de stad waar het gebeurt. De Frans taal is moeilijk, en niet hip. Op middelbare scholen en universiteiten verliest het Frans terrein. Frankrijk is ook geen populaire bestemming in uitwisselingsprogramma’s van scholieren – ze vertrouwen er niet op dat er Engels gesproken kan worden.

Als François Hollande Frankrijk een moderner imago wil bezorgen, komt hij op een onhandig moment. De verhalen over zijn achttien jaar jongere maîtresse van afgelopen week bevestigen de Franse reputatie als exotisch land, waar het gebruikelijk is dat de president simultaan regeert en rotzooit. De sociaal-economische hervormingen die Hollande dinsdag aankondigde zijn met scepsis begroet. Kan de linkse softie Hollande bereiken wat de rechtse Draufgänger Sarkozy en overlevingskunstenaar Chirac nooit lukte: het verzet trotseren? Nederlanders zijn net Fransen als het om de overheid gaat: eerst zien, dan geloven.