Hee Hoand tet

Vogels op schoolpleinen en in tuinen, op balkons en binnenplaatsjes, op het erf, het dak of in de vijver: tijdens de Nationale Tuinvogeltelling 2014 kan iedereen vanuit zijn of haar huis in Nederland vogels tellen. Dit weekeinde is het zover.Vorig jaar telden zo’n 85 duizend mensen de vogels in en rondom het huis. Ook deden driehonderd scholen mee. De score: ruim één miljoen vogels. De Tuinvogeltelling is een nationaal evenement. Doorgewinterde vogelaars en beginnelingen nemen eraan deel, leren van elkaar, zetten hun waarnemingsvermogen op scherp.

De spelregels zijn eenvoudig: noteer alle vogels die je binnen een half uur ziet. Vogels als meeuwen, kraaien of ganzen die hoog overvliegen, vallen buiten het tellen. Er moet altijd een band bestaan tussen de vogel en de tuin. Een sperwer die jacht maakt op een koolmees of vink, en die in een flits binnen uw blikveld komt, telt wel mee. Want deze razendsnelle roofvogel heeft wel degelijk een band met uw tuinbewoners.

Van elke soort houdt u het hoogste aantal bij dat tegelijk in uw tuin aanwezig is. Dus komen er binnen tien minuten twee huismussen in uw tuin, en een kwartier later hippen er vijf tegelijkertijd rond, dan tellen alleen die laatste vijf.

De Nationale Tuinvogeltelling wordt georganiseerd door Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek. Naast het maatschappelijke aspect heeft de telling wetenschappelijke waarde. Als u aan Vogelbescherming uw getelde vogels doorgeeft en ook hoe de plek waar u telt eruitziet, dan kunnen onderzoekers hieraan conclusies verbinden. Bijvoorbeeld dat tuinen rijk aan bomen en struiken gemiddeld twee soorten meer opleveren. Of dat het bijvoeren van vogels in de winter de kans op vogelrijkdom enorm doet toenemen – 89,7 procent van de deelnemers doet dat. Ook weten de wetenschappers dat 53 procent van de tellers van vorig jaar vrouw was.

De Top 10 van de Vogeltelling is altijd weer spannend en haalt zelfs het nieuws. Welke vogelsoort neemt in aantal toe, welke gaat achteruit? De teruggang van de spreeuw bijvoorbeeld is af te lezen aan de score. Vorig jaar zakte deze zwartglanzende vogel met witte stippen van 6 naar 9. Merel, koolmees, huismus, pimpelmees en vink zijn de meest waargenomen soorten. Vorig jaar voerde de huismus de Top 10 aan met 183.000 waargenomen exemplaren. Het merendeel van de tellers heeft een groene tuin die gemiddeld ouder is dan vijfentwintig jaar. Ook dat is van invloed op de aantallen: oudere tuinen trekken meer vogels aan. Bestrating in tuinen is voor de vogelliefhebber uit den boze. Soms nemen tellers bijzondere soorten waar, zoals de pestvogel, ijsvogel of koperwiek. In 2013 telde men 89 verschillende vogelsoorten. Als we uitgaan van een gemiddelde van 300 vogelsoorten die in ons land voorkomen, is dat een hoge score.

Verrekijker, vogelgids, pen, papier en ook de gratis tuinvogel-app van Vogelbescherming zijn onmisbaar bij het tellen. Vogeltellingen zijn afhankelijk van het weer. Een zachte winter, zoals we die tot nu toe hebben, zal minder vogels naar de tuinen lokken, want er is nog voldoende voedsel elders te vinden. Een heldere, zonnige dag is het meest geschikt. Dan zijn de vogels levendig, tonen ze hun kleuren en kunt u ze het scherpst waarnemen. Vogels tellen is het toonbeeld van participerende semiwetenschap dicht bij huis. Citizen science heet het ook, en terecht.