Een toverballenverbond

illustratie hajo

Goed, het toverballenverbond moet nu dus laten zien wat het voorstelt. De loyaliteit van coalitie en constructieve oppositie (VVD, PvdA, D66, ChristenUnie, SGP) wordt al na een paar maanden getest.

Minder gas boren in Groningen was ten slotte niet zo’n moeilijk besluit. Samen de financiële schade dragen is andere koek.

Vijf partijen, vijf voorkeuren, vijf mogelijke nederlagen: niemand krijgt in zo’n constellatie precies wat hij wil. Iedereen inschikken. Het compromis als hoogste vorm van beschaving: het blijft een fraai model.

Jammer alleen dat ook beroepspolitici er steeds minder oog voor hebben. Meest flagrante illustratie van recente datum: Europarlementariër Judith Merkies (PvdA). Onwaarschijnlijke egomanie uit de rangen van de sociaal-democratie.

Eerst verzette deze onbekende volksvertegenwoordiger zich vorig jaar tegen haar uitsluiting van de PvdA-lijsttrekkersverkiezing voor het Europarlement. Hoezo inschikken. Zij spande een kort geding aan, een kort geding, om de partijvoorzitter te dwingen een overweging voor die uitsluiting, de mogelijk onjuiste omgang met gemeenschapsmiddelen, in te trekken. Hoezo compromis.

De rechter oordeelde dat rechtzetting onnodig was.

En deze week bleek dat dezelfde Merkies haar advocaatkosten - 31.000 euro! – doodleuk bij de Europese belastingbetaler declareerde. Alles volgens de Europese regels. Hoezo beschaving.

Je kunt lang tobben over de wortels van de euroscepsis – maar met zulke sociaal-democraten heeft Wilders natuurlijk geen argumenten meer nodig.

Ik vroeg me af: hoe heeft een dergelijke politicus het tot die Europese lijst kunnen schoppen? Ik weet het, Judith Merkies is niet de maat der dingen in de PvdA. Er gaan ook maanden voorbij dat ik niet aan Judith Merkies denk. Maar als mensen met zo’n gebrekkig gevoel voor sociaal-democratische waarden – laat ik even ‘solidariteit’ en ‘lotsverbondenheid’ uit het beginselprogramma noemen – zulke functies in een partij gaan bezetten, is er mogelijk meer aan de hand.

In een oud jaarverslag vond ik de commissie die de Europese kandidaten in 2009 selecteerde, toen Merkies debuteerde. Voorzitter was Jetta Klijnsma, toen nog wethouder in Den Haag.

Enkele commissieleden legden me anoniem uit wat er was gebeurd. Het probleem, dit speelt bij alle verkiezingen, is dat het moeilijker wordt verrassende kandidaten te vinden. De gemiddelde kwaliteit is zozo. Voorspelbaarheid dreigt: alleen mannen in grijze trui en geruit overhemd.

Dus juist omdat Merkies „geen stereotype PvdA’er” was, kreeg zij een hoge plaats. Ze had een breed CV: specialist Europees recht, oud-advocaat, oud-manager in de kunstensector, voormalig ambtenaar van de Europese Commissie.

Dat zij erg onder de indruk was van haar eigen voortreffelijkheid, namen ze op de koop toe. „Obama had in 2008 bewezen dat al zijn risico’s goed uitpakten”, zei een commissielid. „Dus wij dachten: laten we ook eens riskant doen.”

Kortom: er is meer aan de hand. Zo’n PvdA, en dit geldt voor alle partijen, wordt een steeds zwakker mechanisme om politiek talent te rekruteren. Daarom groeit de wens kandidaten te selecteren omdat ze anders zijn. Niet beter. Je zag het vorig jaar al toen de PvdA-Kamerleden Hilkens en Bonis opstapten.

Want terwijl voor het politieke handwerk de oude vereisten onverminderd zijn – saaiheid, wegcijferen, inschikken – groeit in de openbaarheid, gevoed door de hang naar authenticiteit, de behoefte afstand te nemen van diezelfde vereisten.

Nu niet overdrijven: het gaat meestal goed. Wie deze week op het Binnenhof rondliep, waar het Haagse raderwerk weer draaide, zag ook dat pronkzucht een elementair politiek hulpmiddel blijft.

Het D66-Kamerlid Sjoerdsma dat het uitvergrote issue van de Sotsji-delegatie – zeg eens eerlijk: bent u ooit nagegaan wie, laten we zeggen, Oostenrijk afvaardigt? – vaardig op de agenda hield. CDA’er Omtzigt die, met dank aan de Bulgarenfraude, opnieuw de zwakte van staatssecretaris Weekers blootlegde - waarbij opvalt dat ook zijn eigen VVD steeds meer afstand neemt. Een veeg teken.

Sneu is dit ook: Weekers voert een toeslagensysteem uit waartegen uitgerekend de VVD oorspronkelijk de meeste bezwaren had. Een fraudegevoelig stelsel dat amper te repareren is. „Dit prikkelt de zondige aard van de mensen”, zei Elbert Dijkgraaf van de SGP.

En Dijkgraaf is zo’n man die er tegenwoordig bijna altijd toe doet: onder de oppervlakte van al die openbare politiek was hij deze week een van de mensen die binnenskamers alweer moest nadenken over de toekomst van het toverballenverbond.

De dilemma’s rond het Groninger gas – minder boren geeft ook lagere rijksinkomsten - dwongen coalitie en constructieve drie tot eerste verkenningen van de gevolgen.

Het fascinerende van die SGP’ers is dat zij zonder morren zakendoen met hun ideologische erfvijanden van D66 en PvdA. En hun overwinningen vieren zij vaak nog in stilte. Inschikken en jezelf wegcijferen: uitgerekend de christelijke politici die het vaakste voor intolerant versleten worden, zijn er het beste in geworden.

Tegelijk kreeg je deze week bij dat gasdilemma, en eerder na het avondje van Duivesteijn in december, een beeld van het type politieke samenwerking dat na het Herfstakkoord aan het ontstaan is. Het is nog steeds nieuw terrein. Elk precedent ontbreekt.

Zo beginnen de drie oppositiepartijen langzaam in te zien dat ze in feite gevangen zijn genomen: hun achterbannen (zeker van D66) zijn zo enthousiast over het toverballenverbond dat ze er voorlopig niet uit kunnen.

Dit verklaart mede waarom ze vooral bij D66 en de ChristenUnie na de avond van Duivesteijn, toen het kabinet inzake het woonbeleid aan een zijden draadje hing, meteen aandrongen op een evaluatie met Samsom: de PvdA-leider kreeg nog diezelfde nacht te horen dat hij greep op zijn mensen moest houden. Ze wensten dit niet nog eens mee te maken.

Vooral het feit dat de PvdA-senator enkele dagen voor het debat binnenskamers met voorstellen langskwam die volgens berekeningen een gat van 800 miljoen euro in de begroting sloegen, viel uitermate slecht. Na het Woonakkoord van februari vorig jaar verdedigden de constructieve drie al bijna een jaar beleid dat ze zelf voor een deel afwezen, nu kwam een PvdA-meneer ze vertellen dat het anders moest. Zij inschikken, hij scoren. Ja zeg.

Ook bewindslieden moeten wennen. Arie Slob, geen heetgebakerd type, kapittelde vorig week in Nieuwsuur de luchtige wijze waarop Dijsselbloem eerder over de crisisdreiging rond Duivesteijn sprak. Och, liep zo’n vaart niet, zei hij. Waarop Slob hem openlijk van repliek diende: het liep zo’n vaart wél. Met andere woorden: probeer niet nog eens om mijn integriteit in twijfel te trekken.

Tegelijk vormen die drie oppositiepartijen allerminst een eenheid. Vaak signaleren ze in VVD en D66 dat de CU, vooral Slob, kastanjes voor de PvdA uit het vuur haalt: telkens als Samsom aan coalitiezwijgen gebonden is, zegt Slob publiekelijk wat Samsom ook vindt. In PvdA en CU schrijven ze dit toe aan toeval: inzake sociale politiek denken de twee partijen vaak identiek.

De anderen zien vooropgezet spel. En hun handicap is dat zij niet altijd tegenspel kunnen bieden. Anders dan de PvdA heeft de VVD een tweekoppige leiding, Zijlstra én Rutte - en de laatste verkiest altijd het behoud van de coalitie boven het directe VVD-belang.

Daarom wordt het gasbesluit van vrijdag meteen een mooie test. Het kan dat de extra kosten voor de rijksbegroting later dit jaar met meevallers gecompenseerd kunnen worden.

Maar áls dit niet het geval is, dan zoeken PvdA en CU de oplossing vermoedelijk mede in hogere lasten. Terwijl D66 en de SGP intuïtief liever eerst extra bezuinigen op uitkeringen en zorg – maar nooit zeker weten of ze de VVD aan hun zijde hebben: wil die partij geen extra lasten (Zijlstra) of toch als dit de coalitie verstevigt (Rutte)? En voor alle partijen geldt dat hun enige optie in feite subtiel opereren en inschikken is - om het zaakje overeind te houden.

Want in de praktijk is de traditionele scheidslijn tussen coalitie en oppositie dus vervallen. En wat echt het een toverballenverbond maakt: de vijf betrokken partijen hebben zulke gelaagde onderlinge relaties, dat de oplossing van elk beleidsdilemma op het laatste moment van kleur kan verschieten.

En dus vergt dit politici die telkens tegen zichzelf kunnen kiezen. Alleen oog voor het eigenbelang (Judith Merkies) of eigen opvattingen (Adri Duivesteijn) is onwerkbaar geworden.