Een rompertje vol sensoren

‘Een mooierd, hoor”, zegt de verloskundige als ze zo’n beetje op de buitenkant van m’n bolle buik duwt. Oh ja?

De buik is een black box. Nu dit m’n laatste column is voordat ik een zoon op de wereld hoop te zetten, mag ik wel even, toch?

Wat me de afgelopen maanden opviel, is hoe verstoken van technologie kinderen krijgen nog steeds is. Hoe old school. Tuurlijk, de stap naar de hi-tech van de afdeling gynaecologie en neonatologie is klein. Maar zolang die stap je bespaard blijft, blijft het bij twee echo’s, een weegschaal en een doptone die al 50 jaar bestaat om naar het hart te luisteren.

Met als gevolg dat ik vrijwel niks weet van het kind in mij. Hoe ziet de baby eruit? Hoe zwaar is hij? Heeft hij al spekarmpjes? Haartjes? Werkt de zuurstoftoevoer goed? Heeft hij pijn? Wat doet hij door de dag heen?

Ik heb geen idee.

Er zijn wel een paar gadgets voor de black box. De ‘Angelsound’ om thuis het hartje te horen – ernstig afgeraden door verloskundigen die steeds verontruste moeders moeten geruststellen. Een buikband die meet hoe vaak je baby schopt. Een app om weeën te tellen – alsof je die per ongeluk over het hoofd zou zien. Maar dat is het dan wel. Geen live beelden, geen statusupdates.

Na de geboorte is dat anders. Dan kan ik volop aan de baby meteren en monitoren. In hoog tempo maken bedrijven daar geavanceerde hebbedingetjes voor. Bedrijf Owlet verkoopt sinds kort sokjes vol sensoren, die de hartslag, het zuurstofgehalte en de temperatuur van je kind meten en je waarschuwen als het (wiegedood! wiegedood!) op z’n buik rolt. Fabrikant Pixie maakt pampers met sensoren die urineweginfecties detecteren. Startup Mimo lanceerde pas een rompertje vol elektronica dat bijhoudt of je kind nog ademt en hoe goed het geslapen heeft – mocht jij dat gemist hebben. Allemaal met apps voor je smartphone, voor 24/7 realtime informatie.

Naast de vraag of dat uitmelken van ouderlijke angsten nou zo ethisch is, dreigt nog iets anders. Kijk naar de recente aanschaf van Google. Voor 3,2 miljard dollar kocht het Nest Labs, een bedrijf dat zelflerende thermostaten en rookmelders maakt. Wie argeloos een Nest aan z’n muur schroefde, zit nu opeens met het alziend oog van Google in z’n huis, dat bijhoudt wanneer je thuis bent en hoe hoog je de temperatuur opschroeft.

Analisten vallen over elkaar heen om deze waanzinnige aankoop te begrijpen en het komt hier op neer: Google wil meedoen met the internet of things. Je weet wel: het idee van de slimme koelkast die je vertelt dat de melk op is. Op het internet-der-dingen zijn niet alleen computers en smartphones aangesloten, maar allerlei objecten en apparaten met chips en rfid-tags. Wasmachines, auto’s, lampen, pacemakers, truien, huizen.

Als ik het kind straks een rompertje vol chips en sensoren aantrek, dan sluit ik het daarmee ook aan op dat grote web. Dan is het ook een ding geworden dat je kunt meten en volgen. Een ding met een burgerservicenummer, een groeicurve, een medisch dossier, een Cito-score. Met bankrekeningnummers, mailarchieven, sociale mediaprofielen, zoekgeschiedenissen en datasporen.

Maar nu is hij dat nog niet. Nu dobbert hij nog rond in de schemering, volledig anoniem, nergens op aangesloten. Jongetje, enjoy it while it lasts.

Laura Wismans vervangt Carola Houtekamer de komende maanden op deze plek