Eén nacht zonder zorgen

Lolla huilt. Ze staart naar haar handen. Door zich te concentreren op één punt probeert ze haar adem onder controle te krijgen. Dit moest de dag van haar leven worden. Lolla snikt luid om haar vermoorde vader. „Had hij nog maar geleefd. Hij had een oplossing geweten.” Haar tengere schouders schokken.

Het is acht uur ’s ochtends in de wijk Manenberg. Lolla, de geliefde roepnaam van de 18-jarige Lauren-Lee Scheepers, zit op haar bed. Ze draagt een spijkershort, rode teenslippers met bloemetjes en een felblauw T-shirt. Vanavond is haar eindexamenbal, een avond waar ze al een jaar naar heeft uitgekeken. Maar die ochtend wil ze niet meer.

Lolla woont in de beruchte wijk Manenberg, een buurt in Kaapstad die vooral bestaat uit troosteloze flatgebouwen van drie verdiepingen, gebouwd tussen 1966 en 1970. De ruim zestigduizend inwoners van Manenberg zijn overwegend wat in Zuid-Afrika nog steeds kleurlingen worden genoemd, Zuid-Afrikanen van gemengde afkomst die door het apartheidsregime een aparte stempel kregen.

Lolla woont in Joyce Court, twee naast elkaar liggende flats met een gedeelde binnenplaats. Veel flats in Manenberg hebben zachte vrouwennamen zoals Lillian, Mathilda en Belinda, maar kinderen worden hier geboren in een rauwe, ontwrichte wereld. Ze worden blootgesteld aan schietpartijen, buren en ouders die verslaafd zijn aan alcohol en drugs en familieleden die deel zijn van bendes.

Als je de wijk binnenrijdt aan de noordkant, kom je eerst bij het gebied van de bende Hard Livings, kortweg HL’s. Aan de oostkant van de wijk, aan de kant van het treinstation, heersen de Clever Kids. De Americans wonen vooral langs de brede Duinefontein Weg. En dan is er een reeks kleinere bendes met namen als Soldier Boys, Chesters en Dixie Boys.

Er hoeft maar ergens ruzie te ontstaan over wie waar drugs mag verkopen, of over een meisje, en er vliegen kogels door de wijk. Ook overdag. Ook als er kinderen op straat spelen. Eind december werd er in Olga Court nog een 7-jarig jongetje in zijn rug geraakt. Hij overleefde het. De onvoorspelbaarheid maakt de buurt onheilspellend.

Een week voor de huilbui loopt Lolla naar haar middelbare school aan de andere kant van Manenberg. Het is vroeg en de stralen van de zomerzon zijn nog zacht. Lolla is op weg naar haar eindexamen. Ze wijst naar een voortuin waar in ontbloot bovenlijf een bonk spieren vol tatoeages staat. „Die man is deel van de Americans. Hij heeft al verschillende mensen vermoord en is net weer vrij.” Ze zegt het vrij nonchalant. In Manenberg leeft een vervormd idee van wat normaal is.

Afgelopen jaar was er zo veel geweld tussen de bendes dat Lolla’s taxibusje onderweg naar school werd gestopt door bendeleden. Met een getrokken pistool waren ze op zoek naar rivalen. Klasgenoten die naar school liepen moesten huizen binnenrennen om dekking te zoeken voor kogels. Lolla’s school en dertien andere scholen in Manenberg waren in augustus drie dagen gesloten. Het was te gevaarlijk om over straat te lopen.

Politiebescherming voor de eindexamenkandidaten

Zuid-Afrikaanse gangsters vind je vooral in Manenberg en de nabije wijken Athlone, Hanover Park, Bonteheuvel en Heideveld, ook buurten waar het apartheidsregime de kleurlingen naar verbanden. Hier was niets. In deze geïsoleerde wijken op de winderige en onvruchtbare Kaapse Vlakte zorgden bendes voor bescherming, een nieuwe identiteit en een manier om geld te verdienen.

De uitzichtloze bevolking gebruikte drank en drugs. Het apartheidsregime greep niet in. Na 1994, in het nieuwe Zuid-Afrika, kregen de bendes contacten met internationale misdaadsyndicaten en nam de drugshandel een nog grotere vlucht.

Op het schoolplein van de Phoenix Highschool staat een politiewagen. Twee agenten hangen in hun autostoel en luisteren naar de radio. Deze politiemannen beschermen een zeldzame groep in de wijk; jongeren die eindexamen doen. In Manenberg heeft slechts 22,2 procent van de bevolking boven de twintig jaar de middelbare school afgemaakt.

Ruim de helft van de inwoners in Manenberg is aan de middelbare school begonnen maar haalt het laatste jaar niet. Een deel, omdat de school te moeilijk is. Veel overheidsbasisscholen zijn slecht, waardoor kinderen aan de middelbare school beginnen zonder goed te kunnen lezen en schrijven. Daarbij krijgen kinderen onvoldoende steun van hun ouders. Toen de school ouders vroeg om de rapporten van hun kinderen op te halen bleven ze met stapels zitten.

De deur van de 55-jarige schooldirecteur Shafiek Abrahams staat wijd open. Altijd. Op het prikbord naast zijn bureau hangen lange lijsten met het aantal leerlingen dat ieder jaar begint en het aantal dat het jaar afmaakt. Van de 209 leerlingen die in 2009 op zijn school zaten, hebben 78 het gered tot de eindexamenklas. Daarvan zullen er uiteindelijk 51 slagen, waarvan veertien zich kwalificeren voor de universiteit.

Lolla praat met haar vriendinnen voor de eindexamenzaal niet over de leerstof, maar over de jurken die ze over een >> >> week gaan dragen. De laatstejaars worden beloond met wat ze hier de Matric Dance noemen, een avond met een diner en dans om het einde van de middelbare schooltijd te vieren. Families in Manenberg trekken daarvoor alles uit de kast. Voor veel gezinnen is het de eerste keer dat iemand in hun familie het laatste jaar haalt. Gezinnen die amper geld hebben voor eten of elektriciteit, sparen voor prinsessenjurken, maatpakken en dure huurauto’s.

Lolla was drie jaar oud toen haar vader door zijn achterhoofd werd geschoten terwijl hij zijn auto parkeerde. „Mijn vader was een gangster bij de Clever Kids”, vertelt ze. „Hij zat in de drugshandel en heeft mensen vermoord. Hij stapte over naar de Hard Livings. Hij wist teveel. Daarom moest hij dood.” Lolla’s verhaal is niet uniek. Veel van de vaders zijn afwezig. In Zuid-Afrika groeit 40 procent van de kinderen op zonder vader.

Gelukkig had Lolla wel een vaderfiguur die haar kon sturen. Haar strenge opa overleed een jaar geleden. Nu bestaat het gezin uit moeder Ursula, oma Caroline, tante Jade, baby Mia en Lolla’s dochtertje, de 3-jarige Nerusha. De enige man in huis is vuilnisbakrashond Piela, Afrikaanse slang voor piemel, die de vrouwen beschermt door in enkels van vreemden te bijten.

Peuter Nerusha loopt haar kamer binnen. Lolla maant haar dochtertje op harde toon om weg te gaan. Ze was zestien toen ze zwanger werd. „Haar vader vertelde me dat hij van me hield en er altijd voor me zou zijn. Ik was dom en jong en ik geloofde hem. Hij dronk teveel en werd deel van een bende.” De relatie hield geen stand.

Zuid-Afrika kent jaarlijks 70.000 nieuwe tienermoeders. De meesten gaan na hun bevalling niet terug naar school en zitten werkeloos op de bank. Alcohol, drugs en gangstervriendjes die voor je kunnen zorgen zijn dan aanlokkelijk. Kinderen van tieners groeien zonder stabiliteit op. Het leven in Manenberg is zo een vicieuze cirkel.

Lolla is vastbesloten het anders te doen. Ze wil bij de politie of in het leger. „Dit is niet het leven dat ik wil”, knikt ze richting de binnenplaats van Joyce Court. „Ik hou er niet van hoe mensen hier met elkaar omgaan. Ze stoppen nooit met schelden. Iedereen bemoeit zich met elkaar. Ik wil mijn school afmaken, zodat ik hier weg kan en mijn dochter dit niet meer ziet.”

Nerusha groeit op met het galmen van gevloek in het Afrikaans, zoals klein kakfokker en loop naai jou ma. Manenberg kent geen stilte. Iedereen woont dicht op elkaar. Hier weet je veel meer van je buren dan je zou willen.

Ze noemden me de Terminator

In het huis schuin tegenover Lolla zit een man met doorleefde kop in zijn badkamer en zuigt aan een pijp, gemaakt van de afgebroken hals van een bierflesje. De walmen van de relaxende drug mandrax zetten de kleine ruimte blank. Hij zat tien jaar vast voor overvallen en werkt nu als bloemenverkoper, vertelt hij.

Een deur verderop heeft een buurmeisje een overdosis pillen ingenomen en is afgevoerd naar het ziekenhuis. Haar vader zit in een diepe fauteuil. „Misschien heb ik haar niet genoeg aandacht gegeven toen ze opgroeide”, zucht de 41-jarige Anthony. Hij strijkt zijn vettige krullen uit zijn gezicht. „Ze noemden me vroeger de Terminator”, schept hij op. „Ik stopte een jachtgeweer met afgezaagde loop in mijn leren jas en moordde voor de Clever Kids.” Hij moest stoppen nadat hij zelf door een kogel was geraakt in zijn nek. Nu loopt hij op krukken.

Volgens het boek Kaapstad na de apartheid van socioloog Tony Roshan Samara zijn er naar schatting 80- tot 100.000 bendeleden in de Provincie Westkaap die deel uitmaken van 100 tot 120 bendes. Het grootste deel is jong en man. De Terminator ging bij de bende op zijn negende en schoot vanaf zijn zestiende. Oudere gangsters gebruiken jonge jongens omdat deze als minderjarige berecht worden als ze gepakt worden.

„Het is kwaai, cool, om gangster te zijn”, zegt de 18-jarige Riyaad Grever. Hij zit samen met Lolla in het eindexamenjaar op Phoenix Highschool. „Ze hebben geld, auto's en meisjes. Er is geen werk en alleen als gangster kun je overleven.”

Hij ziet er jongensachtig uit. In zijn donkere haar heeft hij een ster geschoren. Aan zijn rugzak hangt een afgebroken embleem van een BMW. Het is een wonder dat Riyaad het gered heeft tot het laatste jaar. Zijn vader kent hij amper. Hij zit in de gevangenis voor poging tot moord en de overval op een geldwagen. Zijn moeder overleed aan kanker toen hij twaalf was.

Riyaads zus van zijn oma nam de zorg over. De familie heeft grote moeite om rond te komen. Er is niet altijd genoeg geld voor eten en kleding. Riyaad probeert geld bij te verdienen door oud ijzer te verkopen. Het is vooral voor jongeren uit arme gezinnen moeilijk om niet bij een bende te gaan. De bende is een manier waarop jongens iets kunnen worden: mannen met geld.

Korte tijd was Riyaad deel van een bende, maar zijn oma stuurde hem naar de moskee. Dat betekent niet dat hij nooit meer in de narigheid belandt. Zo’n vier maanden geleden pakte de politie hem op met een pakketje wiet in zijn broek, illegaal in Zuid-Afrika. Hij zat vijftien dagen in een cel en moet nog voorkomen.

Toch wil Riyaad niet in de voetsporen treden van zijn vader die vastzit, zegt hij ferm. Hij weet wat er met gangsters gebeurt. Zijn broer is op 16-jarige leeftijd doodgeschoten omdat hij ruzie had over de handel in tik, de lokale naam voor het zwaar verslavende crystal meth dat Manenberg heeft overspoeld. >>

>> Riyaad wil eigenlijk verpleger worden, maar er is geen geld voor een opleiding. Veel jongeren studeren niet verder. In Manenberg heeft maar 3,9 procent een hoger diploma. Dat komt ook omdat er druk is om direct te gaan werken. Eenderde van de beroepsbevolking in deze wijk is werkeloos en 61 procent van de gezinnen heeft minder dan 215 euro per maand te besteden. In de familie van Riyaad gaat het om 142 euro per maand dat ze ontvangen aan pensioengeld en kinderbijslag. „Ik ben nu volwassen en mijn tijd is gekomen om te zorgen voor mijn oma en tantes”, zegt Riyaad. Riyaad is de oudste man in het gezin. Hij hoopt op het vliegveld van Kaapstad aan de slag te kunnen op de bagageafdeling.

Toch is een diploma niet de enige reden waarom Riyaad naar school gaat. „Waarom ik mijn eindexamen doe? Ik wil naar het bal!” Sommige scholen organiseren het bal voorafgaande aan de eindexamens. Phoenix Highschool doet het bewust daarna, omdat ze bang zijn dat leerlingen anders niet eens meer komen opdagen voor hun examen. Zo belangrijk is het bal.

Uit het getto met de koets

Lolla’s moeder Ursula (43) strijkt de glimmende staalblauwe baljurk van haar dochter. Zelf heeft Ursula geen diploma en geen baan. Het gezin legt al een jaar lang geld opzij van het pensioen van oma en de kinderbijslag om Lolla een onvergetelijk bal te geven. „We hebben hard gespaard. Dit kost honderden euro's. Het is het waard.” Vandaag kan ze met haar dochter pronken en ziet ze voor het eerst de kans op een betere toekomst voor haar gezin.

Het huis is feestelijk aangekleed met nieuwe gordijnen en tafellakens. In de keuken wordt druk gekookt. Voor vertrek naar het bal is er een soort receptie met hapjes voor vrienden en buren, waarbij ze met Lolla op de foto kunnen. Het hele gezin boent de ramen en schrobt de vloeren om het huis te laten glanzen voor dit bijzondere moment.

Dat Lolla in de andere kamer huilt om haar vader komt omdat haar oom haar heeft laten zitten. Hij had beloofd om haar naar het bal te brengen in zijn BMW Compressor, maar heeft geen geld voor benzine. Het is belangrijk in welke koets je het ghetto uitrijdt.

Lolla droogt haar tranen en loopt de straat op naar het huis van een vriendin een paar flats verderop. Vader Mohammed zit op een roodfluwelen bank. Sinds vijf maanden is hij op vrije voeten na veertien jaar te hebben vastgezeten voor moord. Hij heeft gouden tanden en zit vol tatoeages, een overblijfsel uit de gevangenis. Mohammed is baas van de Clever Kids. Direct nadat hij vrijkwam heeft hij de handel in drugs in dit deel van Manenberg weer overgenomen. „Ik heb nog steeds de beste contacten om het goede spul goedkoop te krijgen.” Aan eruit stappen heeft hij nooit gedacht. „Waar denk je dat ik een baan kan krijgen? Ik heb elf kinderen bij elf verschillende vrouwen die ik moet onderhouden. Mijn enige beroep is gangster.”

Lolla vraagt de vader van haar vriendin om hulp. Mohammed heeft geld. Naar eigen zeggen maakt hij per week zo’n 3.500 euro winst met de drugsverkoop. Hij lijkt zich verantwoordelijk te voelen voor haar. „Lolla’s vader was mijn rechterhand bij de Clever Kids. Hij liep over naar een andere bende. Ik heb Lolla verteld wie hem heeft vermoord. We moesten wel.”

Lolla verblikt of verbloost niet eens. Dit verhaal kent ze. Ze neemt Mohammed niets kwalijk. „Dat zijn niet mijn zaken. Het is lang geleden en mijn vader wist het risico dat hij liep door een gangster te zijn. Bovendien is de man die het heeft gedaan nu zelf ook dood.”

Een paar uur later rijdt haar oom voor in zijn BMW. De buurt staat onder de rijen waslijnen die de twee flats van Joyce Court met elkaar verbinden. Iedereen wil Lolla het huis uit zien komen in de baljurk. De verslaafde overbuurman juicht, de ex-gangster met de bijnaam de Terminator klapt en ook bendeleden van de Clever Kids komen kijken om te zien wat er gaande is. Lolla lacht verlegen om alle aandacht

Riyaad hijst zich aan de andere kant van de wijk in een zilveren pak. Om zijn hals gaat een paarse sjaal met glitters. Hij woont momenteel iets verderop bij de zus van zijn oma maar vertrekt vanuit het huis van zijn grootmoeder. „Waar ik nu woon is het nog erger. Daar wordt de Mercedes-Benz in no time gejat”, grinnikt hij.

Ze rijden het getto uit richting een gegoede buitenwijk van Kaapstad. Het bal is in een historisch pand met hoge plafonds en houten vloeren. De tafels zijn sjiek gedekt met glanzende tafellakens. „Dit moet hen laten zien dat er meer is dan Manenberg”, zegt de lerares die het bal heeft georganiseerd. Het feest geeft de jongeren een gevoel van waardigheid. Op zo’n plek zijn ze nog nooit geweest.

De muziek zet in. Lolla en Riyaad lachen en dansen met hun vrienden. Ze hebben nog grote uitdagingen voor zich liggen. Maar vanavond ontsnappen ze in hun glamoureuze baljurk en maatpak aan hun grauwe werkelijkheid. <<

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek en is deel van een project over jongeren in Zuid-Afrika die geboren zijn na de apartheid van journalist Elles van Gelder en fotografe Ilvy Njiokiktjien. Info: www.fondspascaldecroos.org