Een halve ton voor één maand hockey

India interesseert zich niet voor de World League, een landentoernooi dat morgen eindigt in New Delhi met de finale tussen Nederland en Nieuw-Zeeland (15.30 uur, live op nos.nl). Maar vanaf volgende week kijken tientallen miljoenen Indiërs naar de India League, een clubcompetitie. Foto ANP

Het eerste woord dat hij in het Hindi leerde was pichhe. Achter je! De doelman van de Punjab Warriors moest wel, in het Indiase hockey. „Indiërs kunnen alles met een bal, maar ze willen zó graag aanvallen dat ze helemaal vergeten om zich heen te kijken. Het is één grote gatenkaas.”

De ogen van Jaap Stockmann (29) stralen als hij over India praat, het land van de onbegrensde hockeymogelijkheden. Na afloop van de Hockey World League in New Delhi reist de keeper van Bloemendaal en het Nederlands elftal door naar de noordelijke stad Chandigarh. Daar begint volgende week de tweede editie van de Hockey India League, het miljoenencircus van de nationale profcompetitie: één maand hockeyen voor 68.000 dollar – ruim 50.000 euro, het bedrag waarvoor de Warriors hem vorig jaar tijdens een speciale spelersveiling op de kop tikten.

Het contrast, verzekert Stockmann, kan niet groter zijn met de droevige taferelen in het nationale hockeystadion in New Delhi. Daar speelden ’s werelds beste hockeylanden deze week hun eerste Hockey World League tegen het kille decor van nagenoeg lege tribunes. Doodzonde, vindt Stockmann. En totaal onnodig. „Ik ken zo vijf steden in India waar ze helemaal gek zijn van hockey”, zegt hij. Maar miljoenen Delhiwalla’s hadden geen idee dat de World League in hun stad werd gespeeld.

Op huizenhoge reclameposters, in kranten en op sportkanalen wordt alleen geadverteerd voor het miljoenencircus van de nationale competitie. „Dat gebrek aan aandacht komt ook omdat de nationale ploeg nog steeds teleurstellend presteert”, zegt Stockmann. „Tijdens de India League staan de kranten vol met hockey. Voor sponsors en media is dat veel belangrijker. De nationale ploeg krijgt niet meer dan een berichtje.”

Vanaf volgende week staat hockey weer centraal in India, als Stockmann met zijn Warriors op bezoek gaat bij clubs als de Ranchi Rhinos, met Floris Evers, of de Uttar Pradesh Wizzards met Teun de Nooijer. „Het is echt een gekkenhuis. Je speelt hier voor uitzinnige menigten, duizenden toeschouwers”, zegt Stockmann die in Bloemendaal gewend is aan een paar honderd toeschouwers.

Dan India: voor de finale in hockeybolwerk Ranchi braken vorig jaar zelfs rellen uit toen er een run op de schaarse tickets ontstond. „Dat ging er best heftig aan toe. Iedereen wilde het zien. Dertig tot veertig miljoen mensen zagen het live op televisie.”

Niet voor niets overlaadt de internationale hockeyfederatie (FIH) het land met internationale toernooien. Binnen de olympische familie staat de sport onder druk; een renaissance in India – acht keer olympisch kampioen – kan de internationale redding betekenen.

Stockmann denkt dat de India League van essentieel belang is. „Dankzij India komt er geld in de sport, de commerciële interesse is hier enorm. Als je hockey op nummer één krijgt in een land met 1,3 miljard inwoners ben je meteen af van het gezeur over de olympische status. Daarom is dit zo belangrijk. Alle wereldtoppers komen hier op af. De Indiërs vinden het geweldig.”

Zo speelt Stockmann in Punjab met zeven Australische internationals, onder wie zijn oude Bloemendaal-maatje Jamie Dwyer. Natuurlijk, ze verdienen goed, maar ze hopen ook bij te dragen aan de verspreiding van hun sport.

De India League heeft ook consequenties voor de rest van de hockeywereld, inclusief Nederland. Om ruimte te bieden aan het Indiase toernooi acht Stockmann het „onontkoombaar” dat de hoofdklasse wordt ingekort van zeven maanden nu naar, bijvoorbeeld, twee maanden voor de winterstop en twee maanden erna. „Ik zie niet in waarom dat niet zou kunnen. We spelen in Nederland één keer per week, in India vijf of zes keer. Dit is niet eenmalig, de sponsors staan in de rij. De wereld staat niet stil.”

Inmiddels wordt al gesproken over wedstrijden tussen de winnaars van de India League en de Euro Hockey League. „Een kwestie van tijd”, denkt Stockmann.

De Indiase competitie stelde hem ook als international voor een dilemma. Bondscoach Paul van Ass ziet liever niet dat zijn spelers in India uitkomen, met het oog op het WK in Den Haag. Maar hij verbood het niet. Stockmann piekert er niet over de India League over te slaan. „De ervaring is voor mij de belangrijkste reden. Natuurlijk speelt het geld ook een rol. Maar ik wil mij meten met beste spelers van de wereld. Ik zou niet weten hoe ik daar slechter van word.”

Hij wil graag bovendien graag meehelpen met de ontwikkeling van het Indiase hockey. Hij zamelde afgelopen jaar in Nederland een container aan gebruikte hockeysticks, schoenen, ballen, scheenbeschermers en kleren in. „Daarvan kunnen zevenduizend Indiase kinderen gaan hockeyen. Ik wil iets terugdoen voor India. Ik hou echt van dit land.”

Nog vier maanden, dan wacht het WK in Den Haag. Daar moet de eerste grote prijs sinds 2000 (Sydney) worden binnengesleept. Stockmann was bij het laatste WK, in 2010, reserve achter Guus Vogels. Maar zijn WK-herinneringen gaan veel verder terug. Hij was er al bij in 1998, toen Nederland in het stadion van FC Utrecht wereldkampioen werd, in de finale tegen Spanje. Hij was destijds ballenjongen, dertien jaar oud. „Ik zie het nog voor me, de winnende van Teun de Nooijer. Toen wist ik: daar wil ik ook een keer staan.”