Een echte Xie Haiqiao aan de muur

Bernd & Hilla Becher, 15 euro

Over Korenvelden met kraaien van Van Gogh doet Xie Haiqiao meestal een halve dag, de zwart-blauwe lucht en het okergele koren smeren lekker snel weg. Irissen kost hem meer tijd: „Het is niet makkelijk om de nuances in het lila en de bloemstengels goed te krijgen.” De jonge Chinese kunstschilder met zijn fraai geboetseerde kapsel en oorringen werkt geconcentreerd aan drie Van Goghs tegelijk. Hij en de zeven andere jonge schilders in een smalle steeg van kunstenaarsdorp Dafen staan onder tijdsdruk. Een order van duizend Van Goghs, waarvan de helft Zonnebloemen, moet over drie dagen klaar zijn voor verscheping naar Europa en de VS. „Opdracht van een internationale hotelketen”, vertelt Xie, die het vak heeft geleerd van zijn vader.

Gebruik in hun bijzijn nooit adjectieven als „vals” of „namaak”, want dan stokt de conversatie onmiddellijk. De zesduizend schilders in Dafen – een Zuidchinees dorp in de Parelrivierdelta – hebben ook eergevoel. Hier, in het grootste kunstenaarsdorp ter wereld, zien de schilders zichzelf als „artisanale artiesten”, die op industriële schaal „kwaliteitskunst” produceren. Dafen is daarom niet de plek voor een discussie over ethiek in de schilderkunst.

„Overal ter wereld verkopen musea ansichtkaarten en posters, wij maken met echte olieverf op echt linnen replica’s van hoge kwaliteit. Dat is iets anders dan vervalsingen maken”, zegt Xie in zijn atelier van een meter breed en drie meter diep, half verscholen onder een steile trap. Hij bekent dat het vervelend en saai werk is. „Soms kan ik geen Van Gogh meer zien, soms denk ik dat ik een hekel ga krijgen aan alle schilderkunst, maar het is wel goed voor je techniek.” Het werk in dit mondiale centrum van de kitsch is gespeend van iedere kunstenaarsromantiek.

Palet, tubes en potten met verf en kwasten staan rechts van hem op een opklaptafel uitgestald, links staat zijn laptop met op het scherm foto’s van de originele schilderijen. Als het tot Xie Haiqiao doordringt dat ik niet van plan ben honderd of duizend Van Goghs te kopen, wordt hij zwijgzamer. Ik vraag of hij ook Rothko’s of Pollocks maakt. „Nee, dan moet je bij een van mijn vrienden zijn.” Om precies te zijn bij Chen Feili van Artlover Culture and Art Development, een onderneming die jaarlijks honderd containers vol met Van Goghs, fin-de-siècle-Lautrecs, Keith Harings, Griekse landschappen, Franse vissershavens en Hollandse stillevens naar de VS en Europa exporteert.

„Rothko? Natuurlijk, kom maar even naar boven”, zegt Chen Feili vriendelijk, terwijl zij een assistente gebaart thee te zetten. Op de tweede etage van haar galerie liggen de Black in Deep Reds, de Violet Stripes en de Blue Clouds hoog opgetast. De sterk geurende doeken zijn nog vochtig. Ik vertel dat ik op zoek ben naar Untitled (Violet, Black, Orange, Yellow on White and Red), uit 1949. Chen wroet in de stapels – zelden zie je Rothko’s zo nonchalant behandeld – maar kan juist dat doek niet vinden. Geen probleem. Op haar website staat ieder werk van de Amerikaan en voor de zekerheid surft zij nog even naar de website van het Guggenheim Museum in New York, waar het origineel hangt. Wervend vertelt zij intussen dat alle reproducties met de hand worden gemaakt, er komt geen spuitbus met acrylverf of machine aan te pas. „Wij werken uitsluitend met echte olieverf, de beste kwasten, en al onze schilders komen van de kunstacademie. Voel maar hoe echt”, zegt zij, terwijl zij een White on Red uitrolt. Het klopt, je voelt het reliëf waar het wit overgaat in rood en dat witte vlak straalt zelfs een heldere gloed uit. Technisch gezien geen onverdienstelijke prestatie.

Rothko’s, Harings, Dali’s, Appels, Monets en Picasso’s zijn hier goedkoop. Bij een bestelling van meer dan honderd doeken zakt de prijs al snel naar vijf euro per stuk, inclusief transport. Voor de prijs van een bak noedelsoep met kip en groente heb je hier een Rothko of een Koons. Hoe vetter de klodders olieverf en hoe dikker het linnen, hoe duurder de reproductie, dat spreekt vanzelf. Pollocks kunnen dus wat prijziger uitvallen, zeker als je vasthoudt aan de oorspronkelijke afmetingen.

Casino in Las Vegas

Chen Feili, die fungeert als tussenhandelaar en soms twee, soms tien schilders aan het werk heeft, vertelt dat zij snel kan leveren en dat partijen van honderd doeken of meer het goedkoopst per schip vervoerd kunnen worden. Mocht ik of mijn bedrijf geïnteresseerd zijn, dan kunnen de doeken binnen een maand in Amsterdam of Brussel zijn. Kleinere partijen verstuurt zij per vliegtuig en dan kunnen wij die al volgende week ophangen. Als wij nog even willen nadenken is dat prima en uiteraard kunnen wij de order via haar website plaatsen. „Dat doen de meeste bedrijven”, zegt zij, en laat e-mails zien van recente bestellingen van een hotelketen in Frankrijk, een provinciaal ziekenhuis in Hongarije en een casino in Las Vegas. „Wij merken dat het in de VS en in Europa weer wat beter gaat, want de vraag trekt aan na een lange periode van stilte.”

Een rondgang door straatjes en stegen van Dafen, waar soms half op straat oude en nieuwe meesters worden gereproduceerd, lijkt die bewering te bevestigen. Iedere galerie heeft zijn eigen specialisatie. Wie bijvoorbeeld naar deftig gebruik zijn kinderen wil laten portretteren kan terecht bij Yan Zhen Hua, die op deze regenachtige zaterdag werkt aan een reeks schattige, blonde koppies van een Deense familie.

Bij De Dronken Inktpot wordt een reusachtig Chinees landschap met bergen, riviertjes en een klein dorp in een bestelwagen van FedEx geladen. „Gaat naar een Chinees onroerendgoedbedrijf in San Francisco”, zegt handelaar Han Wenxue, een jeugdig ogende zeventiger. Hij behoort tot de eerste generatie kunstschilders die zich hier vijfentwintig jaar geleden met de Hongkongse schilder en zakenman Huang Jiang en nog twintig schilders vestigden. Zij werden aangetrokken door de gunstige locatie ten opzichte van Hongkong en de lage huren. „Wij zijn nog steeds de grootste producent van reproducties ter wereld, maar we krijgen steeds meer concurrentie van Vietnamese schilders en van afgestudeerde jongeren van de kunstacademies in Chongqing en Chengdu.”

Zijn buurman Huang Feng Rong hoor je niet zo hartgrondig klagen. Sinds hij een China’s Got Talent-show op de televisie won, floreren de zaken. Huang Feng Rong schildert eigen werk en maakt met verf, papier en plastic collages terwijl hij tegelijkertijd zingt en danst. Zijn prijzen beginnen bij 10.000 euro. Hij noemt zijn shows „behavior performing art”. „Veel jonge schilders komen naar Dafen omdat zij dromen van een kunstenaarsbestaan, maar de meesten blijven steken in de productie van namaak”, vertelt Huang Feng Rong die is gehuld in een korte broek en een wild beschilderd T-shirt. Sinds een optreden op de Duitse tv en een opdracht van een New Yorks investeringsfonds droomt hij van een internationale doorbraak.

„Ik heb als een van de weinigen in Dafen een uitweg uit het bestaan van replicaschilder gevonden. Ik heb de kooi verlaten.” In de gekte van de Chinese kunstmarkt gaat zijn droom – schathemelrijk worden – in vervulling, terwijl zijn vrienden nog altijd zweten op goedkope hotelkamerkunst.