Een beetje de koning uithangen, Van Os? Hoe een NRC-redacteur stand-in werd

Ze gaf minutieuze aanwijzingen: „Hoofd een beetje naar achteren, maar nee, niet je kin. Je schouders net naar rechts. Te ver zo.”

Terwijl ze lijkt te weten waarnaar ze zoekt, blijft ze ontspannen, op een ingespannen manier. Rineke Dijkstra is een van Nederlands beroemdste fotografen. Ze werd bekend met haar strandportretten van jongeren die schuchter in de lens blikken. Zelf ben ik vast minder ontspannen. Ik ben onder de indruk van haar werkwijze. Maar ik geef toe: ik heb geen vergelijkingsmateriaal. Ik ben nog nooit door een serieuze fotograaf geportretteerd.

Dat was een van de redenen dat ik direct ‘ja’ zei op de vraag van Dijkstra’s vriend om te poseren als stand-in voor Willem-Alexander. Ik begreep de vraag wel: in de kunstwereld zijn niet zo veel ballen op leeftijd te vinden – excuseer: veertigers met koninklijke uitstraling. En dus werd ik koning voor een dag.

Dat besefte ik pas toen Dijkstra’s ontwerp werd uitgekozen door het ‘expertcomité’ dat de inzendingen beoordeelde voor het nieuwe staatsieportret. Het betekende dat mijn tronie donderdagavond in alle praatprogramma’s en zelfs NOS-journaals voorbijkwam. Er was een tijd dat ik weleens verscheen in het goedbekeken tv-programma Pauw&Witteman. Toch heb ik nog nooit zoveel reacties gekregen, per mail en sms. Dat zal met de verrassing te maken hebben: „Hé, doe even normaal: was jij dat nu net als koning?” Kritiek was er ook: „Een beetje de koning uithangen?”

Eén vriend noemde de foto „briljant” omdat „je er zo hélémaal niet op lijkt”. En ja, toen ik de foto zag van mezelf, staande vóór het door Dijkstra gemaakte portret, zag ik het ook: twee verschillende mensen. Dat pleit voor de kunstenaar. Het is haar schepping. Ik deed wat zij zei. Zonder nadenken. „Kin naar achteren.”