Details en ander geleuter

Nederlanders zijn slechte vertellers. Als je naar de opnames van duizend van hun gesprekken luistert, kun je ze in één woord samenvatten: onzin. Ik hoor de Nederlanders vaak zeggen: ‘Hou het kort.’ Het betekent dat ze niet van lange verhalen houden, maar mijn vraag is: houden die Nederlanders het zélf kort?

Absoluut niet als het om hun privéleven gaat. Heb je je ooit afgevraagd waarom je in Nederland overal paracetamol kunt kopen? En waarom een Nederlander bijna altijd paracetamol bij zich heeft?

Dat komt doordat de Nederlanders elkaar besmetten met hoofdpijn. Eigenlijk luister ik liever naar de draaiende motor van een vrachtwagen dan naar een gesprek tussen twee Nederlanders. Daarom zit ik, als ik met de trein reis, altijd in een stiltecoupé, Het heeft geen zin naar al de onzin te luisteren. Je zou kunnen zeggen dat de waarheid in Nederland naakt is, en ook in harde winters naakt blijft, en nooit verkouden wordt.

Een volk van details

Het Nederlandse volk is het volk van details. Kleine details, medium- details, grote details. Zichtbare en onzichtbare, belangrijke en onbelangrijke details. Eigenlijk zeggen Nederlanders ‘Hou het kort’ om jou weinig tijd te laten nemen, zodat zij zelf genoeg tijd krijgen voor hun eindeloze details.

De Nederlander praat alsof hij in de rechtbank zit. Het moet zo precies mogelijk – geen overdrijving, geen verandering van de gebeurtenis, zo min mogelijk eigen mening. Want een Nederlander wil geen invloed hebben op wat je denkt over wat hij vertelt. En dat verandert hem – jammer genoeg – in een digitale HD-camera. Een camera waarmee je een film maakt: niet één die urenlang duurt, maar jarenlang, zonder er nieuwe batterijen in te stoppen of een zoomlens nodig te hebben, want de detailzucht van de Nederlander is de allerbeste zoomlens ter wereld.

Als een Nederlander zegt dat hij een goed gesprek heeft gehad, betekent dit dat hij méér zijn mond heeft gebruikt dan zijn oren. Was het niet zo’n goed gesprek, dan heeft hij meer geluisterd dan gepraat. Als een Nederlander zijn beste vriend of vriendin aan je voorstelt, weet je dat die arme ziel urenlang moet luisteren naar details die – zeker weten – minder dan de onzin zijn.

Ik heb een Nederlandse vriend die ik lang ken. Ik kwam hem op straat tegen, ik liep gehaast. Hij zei dat zijn vriendin in het ziekenhuis was opgenomen om van hun tweede kind te bevallen. Ik wilde nog vragen of het goed met haar ging, maar hij ging verder en riep dat hij even geen tijd had.

Toen vertelde hij dit

Ik wilde heel graag weten of ze een jongen of meisje hadden gekregen en hoe de baby heette, maar ik wachtte braaf op het geboortekaartje. Na een paar dagen belde hij mij. Toen vertelde hij dit:

„Om vijf over vier had ik een afspraak met de tandarts, omdat – altijd als ik iets kouds of heets drink – mijn rechterbovenkies voel, maar Sabine zei dat ik de afspraak misschien moest verzetten, ik vroeg haar of de weeën begonnen waren, ik had de telefoon al in mijn hand om de tandarts te bellen om de afspraak te verzetten, toen ze riep dat ik beter meteen de verloskundige kon bellen. Ik vroeg haar waar dat nummer was. In haar agenda, zei ze en ik belde de verloskundige. Gelukkig kwam die na vijfendertig minuten. Ze kon aan Sabine zien dat de weeën begonnen waren en vermoedde een ontsluiting van zeker al vier à vijf centimeter. Ze belde de ambulance en omdat Sabine gedurende haar zwangerschap was aangekomen, van 71 naar 107 kilo, en door haar zwangerschapdiabetes haar buik te groot was, werd ook de brandweer gebeld om haar uit het huis te takelen, om haar met de ambulance naar het Sophia Ziekenhuis te brengen. We kwamen op de zesde verdieping in kamer 211, dezelfde kamer waar onze zoon Matthijs is geboren, om achttien voor zes. Toen heeft de gynaecoloog gekeken en had ze zes centimeter ontsluiting en…’

Ik wilde niet naar al die details luisteren, want ik ben zeker niet bezig met een studie verloskunde. Ik probeerde nog een vrolijk ‘Is het een jongen of een meisje’, maar zijn antwoord luidde: „Om twintig voor zes wisten we dat nog niet…”

Ik geloof dat hij nog vertelde over de foto’s die hij wilde maken, maar Sabine liever niet; de vloeken van zijn vrouw herhaalde; per centimeter ontsluiting deed hij verslag van de toestand van zijn vrouw en hoe dat verliep bij de geboorte van Matthijs, toen alles nog nieuw was.

Ik luisterde en slikte twee paracetamol en probeerde hem mijn slikken niet te laten horen. Ik zette thee, keek naar mijn Facebook en luisterde soms, tot ik hem hoorde zeggen dat ik zeker een geboortekaartje zou krijgen. En hij hing op. Nog steeds wist ik niet of het een jongen of het meisje was en hoe het kind heette. Zou ik nog even terugbellen? Nee, ik wacht op het geboortekaartje.