De emancipatie is af, niet dood

Affiche uit 1918, van de ‘Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht’. Door een wijziging van de grondwet in 1917 konden vrouwen wel kiezen maar niet gekozen worden. Vrouwen wonnen ook die strijd, voor actief kiesrecht, in 1918, toen de eerste vrouw in de Tweede Kamer werd gekozen, Suze Groeneweg, voor de SDAP (voorloper van de PvdA).

Weet je nog wel, oudje: de felle genderstrijd die uitbrak toen het belegerde mannenbolwerk in 1968 een totale oorlog verklaarde aan alles wat rook naar feminisme en vrouwenrechten? Vrijheidsminnende vrouwen die onderdoken bij de vleermuizen in oude Duitse bunkers in de duinen, en als stadse Amazones ten strijde trokken tegen de besnorde gedachtenpolitie? Die donkere dagen, waarin je meteen werd veroordeeld tot vijftig jaar concubinaat en dwangarbeid aan het aanrecht als je gesnapt werd met een exemplaar van het boek De Tweede Sekse van Simone de Beauvoir?

Nee, geen idee? Wij ook niet.

In vijftig jaar tijd heeft het feminisme in Nederland bijna al haar idealen roemvol bereikt, zonder veel verzet of grootschalig mannelijk protest. Die tweede feministische golf is misschien wel de succesvolste ideologische en sociale revolutie uit de wereldgeschiedenis. Nederlandse vrouwen maken stuk voor stuk vrije, welbewuste keuzes: om te studeren, te werken, lijsttrekker te worden of de wereld rond te reizen, te trouwen, om kinderen te krijgen, en om dan minder te gaan werken. Tijd voor een feestje, dus.

Maar dat vindt het gros van de feministen zelf dus niet. Zo klaagden Justine Ruitenberg en Wil Portegijs woensdag in de Carrièrebijlage van deze krant dat emancipatie ‘uit’ zou zijn, omdat uit hun onderzoek blijkt dat vrouwen hardnekkig volharden in deeltijdwerk. Zeker als er kinderen komen, terwijl hun mannen fulltime aan de slag blijven. „Van gelijke verdeling tussen betaald en onbetaald werk is daarom geen sprake.” En die rolverdeling verandert maar niet.

In het tijdschrift Genderstudies constateerde SCP-onderzoeker Portegijs zelfs dat traditionele rolpatronen heropleven en onze opvattingen inmiddels zijn teruggezakt tot het niveau van de jaren tachtig. Horror!

Deze realiteit kwelt niet alleen feministen, maar ook de Nederlandse overheid en zelfs de Europese Commissie al jaren. Waarom blijven die Nederlandse dames zo achter? Sommigen wijten het aan de weigerachtigheid van mannen, anderen fulmineren tegen vermeend ambitiegebrek van de Bataafse vrouw.

In haar proefschrift wijst Ruitenberg op een andere boosdoener: sociale normen. Door een subtiel spel van impliciete sociale bemoediging van ouders, partners, vrienden en werkgevers hebben die arme vrouwen de gedachte verinnerlijkt dat ‘zorgen voor anderen belangrijk is’.

Daarom werken ze gemiddeld maar 26,4 uur per week. Zelf blijken ze gelukkig met die verhoudingen, onderschrijft het onderzoek. Maar toch is het „niet echt een vrije keuze” – dixit Ruitenberg.

Hier rijst die oeroudste vraag: was will das Weib nou eigenlijk echt? Volgens Ruitenberg en Portegijs is een vrouwelijke keuze dus alleen vrij als zij op geen enkele manier onder druk staan – niet eens zozeer van expliciete kritiek, maar ook: van te weinig schouderklopjes.

Betuttelende opvatting

Welbeschouwd is dit eigenlijk een tamelijk betuttelende (bijna patriarchale) opvatting. Vrouwen kiezen er inmiddels voor al dan niet te luisteren naar ouders, partners en vrienden. Als ze willen, kunnen ze die raad of ontbrekende schouderklopjes in de wind slaan en, met kinderen op de crèche, zes dagen per week asperges steken of massaal executive boardrooms te bestormen.

Dames, blijkbaar willen jullie het niet! Het is ironisch: feministen beknorren zich nu om het feit dat vrouwen andere keuzes blijken te maken dan mannen. Ze wapperen met de vlag van keuzevrijheid, maar veroordelen de daadwerkelijke keuzes die hun volwassen, goed opgeleide seksegenoten maken.

Emancipatie wordt dan niet gemeten in termen van vrijheid, maar in termen van gelijke uitkomsten. Maar wordt het zo langzaamaan niet eens tijd voor de conclusie dat vrijheid en gelijkheid niet hetzelfde zijn? De huidige verschillen in M/V-verhoudingen en -opvattingen zijn nu eenmaal het product van die vrijheid, omdat vrouwen geneigd zijn andere prioriteiten te stellen en keuzes te maken dan mannen, wat ertoe leidt dat meer vrouwen parttime zullen werken en er minder vrouwelijke ME’ers en topmanagers zijn dan mannelijke.

Met andere woorden: de 50/50-droom van feministen – een wereld waarin alle mensen zich gedragen als mannen uit de jaren vijftig, met fulltime baan en/of baas en uitbestede zorg – stuit op de weerbarstige realiteit van de menselijke natuur. Het keerpunt van de emancipatie is gewoon bereikt. Ook recent Duits onderzoek wijst die kant uit. Het rapport Vorwerk Familienstudie van het Institut für Demoskopie Allensbach (september 2013) constateert: ‘Opvattingen over de rolverdeling tussen man en vrouw zijn al twintig jaar nauwelijks veranderd.’

Laten we vrouwen dus niet meer bestoken met moralistische propaganda voor fulltime banen en de waarde van onbetaalde moederzorg niet meer in twijfel trekken. Laten we de verschillen niet veroordelen, maar koesteren als een verworvenheid van de vrijheid. Emancipatie is niet uit. De emancipatie is af.