Dagboek van een kwartiermaker

Woensdag 8 januari, Bamako

We zijn om 5.30 uur opgestaan, hebben de bagage ingepakt en ontbeten. Met zeven leden van het team gaan we naar Gao, waar het Nederlandse kamp komt. De andere zeven blijven voorlopig in de hoofdstad Bamako voor onder meer het aankopen van lokaal materiaal.

We zijn hier om de komst van de overige Nederlandse militairen in Mali voor te bereiden. Ik ben als commandant van de genie verantwoordelijk voor de bouw van het kamp voor de special forces, Apache-helikopters en inlichtingenpersoneel die ons volgen.

We komen na twee uur vliegen aan op een oude asfaltbaan in de woestijn aan de rand van de stad, vlak bij het kampement van het Franse leger. Het is ongeveer 10 uur, de zon brandt al behoorlijk. Na korte uitleg – van wat te doen als het kamp wordt beschoten tot waar flessen drinkwater zijn – zijn we net op tijd voor de lunch van de Fransen, die ’s middags warm eten: een soort hachee met frites, salade, een koek en een sinaasappel.

Daarna rijden we, met beveiliging van VN-troepen uit Niger, naar het regionale hoofdkwartier van de VN. We komen langs een bonte verzameling van huizen van verschillende stenen, beton of leem en zelfs langs enkele tenten van stro of riet. Hierna brengen we een bezoek aan de bouwlocatie voor ons kampement, waar we een aanpak voor de beveiliging bespreken. Het terrein is een hobbelig en droog stuk grond met hier en daar een boom en wat graspollen.

Terug op het Franse kamp richten we onze tent in met klamboes en slaapzakken. Bij het opeten van de rantsoenen (een soort zoete biscuits, een blik met vis om warm te maken en een blikje dadels) bespreken we tot ’s avonds laat onze bevindingen.

Als eerste hebben we natuurlijk materialen nodig voor het hekwerk op de bouwlocatie en voor het inrichten van onze tijdelijke tenten op het Franse kamp, zoals elektriciteitskabels, airco’s en hout voor een vloer. Een deel moet door het team in Bamako gekocht worden en dan over de weg door een lokaal transportbedrijf vervoerd worden. Transport is een tijdrovende onderneming hier.

De VN is zelf duidelijk nog met opbouw van de missie bezig (het hoofdkwartier in Gao is bijvoorbeeld nog niet volledig bemenst). De Fransen zijn bereidwillig, maar aan hun wijze van werken en omgang is het ook even wennen. Zo is het altijd goed voor de acceptatie om een gesprek in het Frans te beginnen, daarna gaan we over in het Engels.

Donderdag, Gao

’s Ochtends om 6.15 uur opgestaan om in de buitenlucht te wassen. We moeten praktische zaken regelen, zoals een plaats om ons materiaal te stallen en hulp van een heftruck bij het uitladen van het C130-transportvliegtuig, morgen. Daarna vertrekken we weer naar het hoofdkwartier. Langs een deel van de weg staan stalletjes waar gele en donkere vloeistof in veelsoortige glazen flessen worden verkocht. Het blijken flessen met benzine en smeerolie voor de vele brommertjes te zijn.

Op het hoofdkwartier heb ik een gesprek met de Chinese genie-officier van de VN over zijn ervaringen hier. Helaas is ook hij nog niet zo lang in Mali.

Ik vlieg terug naar Bamako. Daar proberen de twee grond-, weg- en waterbouw-specialisten leveranciers te vinden voor bouwmachines en lokale aannemers voor het uitvoeren van betonwerk voor het helikoptervliegveld. Anderen zijn al op zoek geweest naar hout, stalen hekwerkmateriaal en airco’s. De kwaliteit is niet altijd goed en er zijn meestal geen grote hoeveelheden op voorraad. Hout is vooral een aandachtspunt. Het is vaak krom, terwijl afwerken nog veel met de hand plaatsvindt. Op tijd bestellen dus!

Daarna ga ik naar het VN-hoofdkwartier, gevestigd in een groot hotel middenin de stad. Met de chique hal, net geklede mensen en ruimtes met airco lijkt dit in de verste verte niet op de verzameling tenten in Gao. Bamako is voor ons belangrijk als springplank, maar het echte werk moet in Gao gebeuren. Eigenlijk blijf ik dus het liefst zo kort mogelijk in de hoofdstad.

Ik zoek de militaire staf op voor een aantal logistieke zaken. De VN verzorgt bijvoorbeeld brandstof, maar heeft vooralsnog in Gao alleen diesel, terwijl sommige van onze motorgereedschappen op benzine lopen.

Vrijdag, Bamako

Om 12.30 uur word ik gebeld door de commandant van het team in Gao met de positieve mededeling dat het C130-vliegtuig is geland en uitgeladen met hulp van de Fransen. In Bamako blijkt dat de hoeveelheden stalen profielen en hekwerk, ruim 5 kilometer, vrij groot zijn voor Malinese begrippen. Hierdoor moeten we ons plan voor het kamp iets herzien. Een ander deel van het team heeft met hulp van de Nederlandse ambassade een bankrekening geopend en voldoende geld gewisseld om voorlopig te kunnen werken.

Zaterdag, Bamako

De zaterdag is voor ons een gewone werkdag. Ik maak mijn eerste wekelijkse rapportage aan Nederland. Voor de bestelde ijzerwaren (spijkers, schroeven) moeten we even bijsturen. De materialen zijn niet goed klaargezet door de leverancier. Technisch Frans is echt pittig ...

Zondag, Bamako

Vandaag is er ruimte voor een paar uur rust. Ik kan om 8.00 uur mee gaan hardlopen met drie Nederlanders die hier al langer zijn. Heerlijk. We rennen een heuvel op met een goed uitzicht op de stad, sommige stukken mooi groen, terwijl op andere stukken het vuilnis in de open lucht werd verbrand. De rivier de Niger loopt als een breed lint midden door de stad. Het geeft een dubbel gevoel, enerzijds mooi om te zien en mee te kunnen maken, maar tegelijkertijd besef ik heel goed dat ik hier niet op vakantie ben.

Die avond word ik gebeld door een onbekend Nederlands nummer en tot mijn positieve verbazing bleek dat het team in Gao te zijn. Zij hebben een militaire satellietverbinding met Nederland tot stand gebracht en kunnen van daaruit Bamako bereiken.

Maandag, Bamako

In het weekend heeft Nederland veelal op halve kracht gewerkt, maar maandagochtend komt een storm aan reacties op onze plannen en rapportages op gang. Het grootste deel van de dag ben ik dan ook bezig met het verduidelijken en verder communiceren van het plan. Dit kost veel tijd omdat bij een eerste ontplooiing niets vanzelf spreekt. Water, stroom, huisvesting, voedsel, bouwmateriaal, veiligheid ... alles moet specifiek worden afgesproken.

Dinsdag, Bamako

Vandaag was een nationale vrije dag, je moet het maar weten. Niet alleen de Malinese autoriteiten waren gesloten, ook het merendeel van de VN-bureaus was dicht. De Nederlandse ambassade is wel open, en zo vriendelijk om ons een werkplek aan te bieden.

Woensdag 15 januari, Gao

Vanochtend vroeg vlieg ik terug naar Gao. Op weg naar het vliegveld spreek ik met de chauffeur over hoe belangrijk de stad vroeger was voor één van de West-Afrikaanse koninkrijken. Vanuit het vliegtuig had ik een spectaculair uitzicht op een half-woestijnlandschap met donkere, plotseling uit het landschap oprijzende en grillig gevormde bergen. Ik kan me goed voorstellen dat de Parijs-Dakarrally vroeger dit gebied aandeed.

In het Nederlandse hoekje op het Franse kamp is ondertussen een klein commandocentrum ingericht. Er is zowaar een thermoskan met Nederlandse koffie.

Iedereen heeft een goed gevoel, er ontstaan nu tastbare resultaten. Iedereen is het er ook over eens dat het tussen 12.00 en 14.00 uur toch wel erg warm is in de zon. En dat terwijl het nu nog winter is. Ik sluit de dag af met wassen en tanden poetsen bij de openluchtwasbakken van de Fransen, onder een donkere hemel met felle sterren en maan.