Euthanasiewet is niet ontspoord

Nederland heeft een goed functionerende euthanasiewet, maar er zijn groepen mensen die er vaak tevergeefs een beroep op doen, zoals psychiatrisch patiënten, die in bepaalde gevallen wel terecht kunnen bij de Levenseindekliniek. We zouden deze mensen echter niet mogen helpen, aldus Chabot (NRC, 15 jan.), omdat er geen behandelrelatie zou zijn tussen arts en patiënt. En die behandelrelatie is nodig om vast te stellen of er wel sprake is van een duurzame doodswens, en niet van een opwelling, voortkomend uit het ziektebeeld. De indruk wordt gewekt alsof de Levenseindekliniek na slechts een paar gesprekken overgaat tot euthanasie. De werkelijkheid is dat er vele, vaak urenlange, gesprekken worden gevoerd over een reeks van maanden en dat ook wij tot op het laatste moment blijven zoeken naar alternatieven. Maar zoals een patiënt met kanker ooit uitbehandeld is, is ook een depressieve patiënt eens uitbehandeld. Daar kent iedere psychiater wel een voorbeeld van. Van de ruim vijfhonderd verzoeken die wij sinds de oprichting kregen van psychiatrisch patiënten hebben wij er negen gehonoreerd. Ook in die zeldzame gevallen gingen we niet over één nacht ijs. De Levenseindekliniek bestaat uit een team van artsen en verpleegkundigen, dat zich verdiept in het dossier van de patiënt, overlegt met de huisarts en andere behandelend artsen, en uitvoerig onderling overleg heeft. Het mag duidelijk zijn dat we functioneren binnen de grenzen van de Euthanasiewet. De bewering dat die wet zou zijn ontspoord is ongegrond.