Campagne // En nu vol gas naar de gemeenteraadsverkiezingen

Speeddaten met Jet Bussemaker, Ronald Plasterk en Lilianne Ploumen. Een voetbalworkshop. Een springkussen. „Lekkernijen, variërend van erwtensoep, koek-en-zopie tot poffertjes.” En een optreden van Diederik Samsom natuurlijk.

De Partij van de Arbeid trapt vanmiddag op Kanaleneiland in Utrecht officieel de campagne af voor de gemeenteraadsverkiezingen. Partijleider Samsom heeft al aangekondigd dat tot 19 maart alles in het teken staat van die stembusgang. Hij is de komende twee maanden zo min mogelijk als fractievoorzitter in Den Haag en zo veel mogelijk op straat.

De ‘permanente campagne’ houdt nooit op.

Terwijl Samsom in het plaatselijke buurtcentrum optreedt, is ook de landelijke SP vanmiddag actief op Kanaleneiland. De partijen zeggen dat het niet is afgesproken, maar SP-Kamerlid Sadet Karabulut gaat in de buurt langs de deuren. Tegelijkertijd is GroenLinks-voorman Bram van Ojik op toernee in de stad. En zondag gaat Alexander Pechtold daar voor D66 campagne voeren.

Toeval of niet, Utrecht is twee maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen al een politiek slagveld. Het lijkt een eeuwigheid geleden, maar bij de lokale verkiezingen van 2010 versloeg GroenLinks daar de PvdA. Die regeringspartij dreigt nu ook de drie andere grote steden te verliezen. Amsterdam aan D66, Rotterdam aan Leefbaar en Den Haag aan de PVV.

Hoog politiek bezoek

Maar niet alleen de grote steden worden electorale battlegrounds, ook in de periferie staat veel op het spel. De vraag is of de onrustige bewoners van Groningen de afgelopen weken met zo veel hoog politiek bezoek waren overladen als het geen campagnetijd was.

Bij oppositiepartijen noemen ze de verkiezingen verlekkerd een „referendum over het kabinet”, maar 19 maart is voor alle landelijke partijen belangrijk. Wie doet het slechter dan bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen? Of beter dan landelijk in 2012? En wat betekent dat voor de krachtsverhoudingen?

De dynamiek in de Haagse politiek bepaalt in belangrijke mate de lokale uitslag en die lokale uitslag beïnvloedt weer direct de Haagse dynamiek. De cohesie in het kabinet kan veranderen, de relatie met de ‘gedoogpartijen’ D66, ChristenUnie en SGP, en de rol van de rest van de oppositie. Een zeperd bij de gemeenteraadsverkiezingen kan landelijke leiders de kop kosten. In 2010 vertrok Agnes Kant (SP) na een slechte uitslag, in 2006 deed Jozias van Aartsen (VVD) dat.

Vooral regeringspartijen doen graag alsof lokale verkiezingen gaan over lokale thema’s. „Wij zijn alleen ondersteunend”, zeggen ze bij de VVD-fractie. Maar de meerderheid van de kiezers laat zich in plaatselijke verkiezingen leiden door landelijke ontwikkelingen. Hoe groter de gemeente, hoe beperkter de band met lokale politici en onderwerpen.

Dus is het belangrijk dat Samsom de PvdA-campagne aanvoert en premier Mark Rutte zich voor de VVD laat zien. De publieke omroep houdt drie landelijke debatten op televisie. Al willen ze in sommige gemeenten juist liever niet met een impopulair kabinet geassocieerd worden. Jan Peter Balkenende was als premier bij verschillende CDA-afdelingen niet welkom.

Natuurlijk is er van alles af te dingen op het belang van de plaatselijke verkiezingen voor het landsbestuur. De zetelverdeling in de Tweede en Eerste Kamer verandert er niet door. Procentueel stemmen de meeste mensen op een lokale partij – in 2010 al bijna een kwart en nu mogelijk nog meer. De uitslag is ook niet representatief omdat de opkomst bij de gemeenteraad veel lager is dan landelijk. En, in tegenstelling tot bij de Europese verkiezingen in mei, speelt de PVV een marginale rol. Geert Wilders doet net als vorige keer alleen mee in Den Haag en Almere.