Bevrijd vrouwen van ‘Vrouwenstudies’

Moeders werken precies het aantal uren dat ze willen, ze hebben geen probleem over de taakverdeling met hun man, en toch zijn ze in die keuzes niet vrij, zoals vaak gedacht. Want wat ze denken dat hun eigen keuzes en voorkeuren zijn (drie dagen per week werken), zijn eigenlijk door de maatschappij opgelegde normen.

Dat is kort samengevat de conclusie van het proefschrift waarop Justine Ruitenberg deze week aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde. In haar eigen woorden klinkt het zo: „De arbeidsurenwens van moeders kan niet geheel worden opgevat als een vrije uiting, maar eerder als vaak een genderspecifieke en gesocialiseerde voorkeur. Het socialisatieproces vindt evenwel meestal buiten het bewustzijn plaats, en dus ziet een moeder haar arbeidsurenwens als haar eigen voorkeur, wat bijdraagt aan het voortbestaan van het discours van vrije keuze.”

Ik heb zelden of nooit het gevoel seksistisch bejegend te worden, behalve als ik dit soort proefschriften lees. De eerste gedachte die opborrelt is namelijk: oh, vrouwen conformeren zich dus slaafs aan een maatschappelijke norm, en zijn vervolgens te dom om dat door te hebben? Als vrouwen zeggen ‘ik doe precies wat ik wil’, dan geloven we haar niet? Geachte mevrouw Ruitenberg, zou u vrouwen een tikkeltje serieuzer willen nemen? Hordes mannen doen dat inmiddels ook, dus moeilijk is het niet.

De tweede gedachte die opborrelt: is dit wetenschap? Het antwoord is wat mij betreft: nee. Ruitenberg poneert stellingen die ze niet bewijst en die je ook nooit kunt weerleggen met bewijs. Ze heeft het over de „onzichtbare begrenzing” van de opties van werkende moeders.

Hoe moet je bewijzen dat er geen ‘onzichtbare grens’ is? Dat vrouwen die zeggen in vrijheid hun eigen keuzes te maken, dat ook écht doen? Hetzelfde probleem heb ik altijd gehad met het glazen plafond. Een vaag begrip dat voortdurend van definitie verandert en waarmee je dus niks kan in de wetenschap. Het weerhoudt afdelingen Vrouwenstudies er niet van er onderzoek na onderzoek over te publiceren.

Daarbij is de redenering van Ruitenberg niet logisch, en vooringenomen. Ze constateert van alles wat best interessant is: ouders, leraren en bazen hebben enige invloed op de arbeidsuren van moeders (de sociale omgeving buiten kantoor veel minder). De dochters van ‘huiselijke’ moeders werken bijvoorbeeld later vaker in deeltijd dan fulltime. Maar waarom maakt dat vrouwen onvrij in hun keuzes? Dan is iedereen die wordt opgevoed, met mensen praat, iedereen die leeft, onvrij want hij wordt beïnvloed door zijn omgeving.

Ruitenberg benadrukt de onvrijheid van vrouwen die niet fulltime werken. Maar uit haar onderzoek blijkt dat moeders met een fulltime baan óók beïnvloed werden: hun moeders spraken vaker over het belang van zelf je geld verdienen. Waarom maakt Ruitenberg zich niet druk om hun onvrijheid? Kregen zij geen norm opgelegd?

Volgens mij zijn het niet de deeltijdmoeders die last hebben van een norm, maar Ruitenberg zelf. Ze vindt dat vrouwen vijf dagen per week moeten werken; al het andere is een probleem. Ze is niet aan het meten hoe de samenleving is, maar hoe die zou moeten zijn. Dat noemen we activisme.

Ruitenberg behoort tot een grotere groep wetenschappers en feministes die de mogelijkheid weigert te accepteren dat vrouwen op een andere manier van hun vrijheid gebruikmaken dan zij graag zien. Ik zou zeggen: ga eens op een yoga-achtige acceptatiecursus. Leer daar vrouwen te zien als volwaardige mensen die hun eigen leven naar eigen wens kunnen inrichten, en niet meer als slaafse wattenpopjes die bevrijd moet worden van elk drempeltje en elk zuchtje tegenwind.

Wat een zegen voor vrouwen zou dat zijn.