Anderhalve baan mag geen nieuw keurslijf worden

Stokt de emancipatie? Het is een vraag die af en toe weer de kop opsteekt, altijd enigszins ongerust. We zien meer vaders op het schoolplein, een Duitse minister neemt een dag vrij om voor zijn kind te zorgen (‘papadag’), vrouwen functioneren als rechter, medisch specialist, hoogleraar, bestuurder. Tekenen van voortuitgang, maar de cijfers vertellen een ander verhaal: dat van stagnatie. De verdeling van huishoudelijke taken is bijvoorbeeld sinds 1995 nagenoeg onveranderd gebleven (de vrouw doet tweederde). Ook blijkt er een heropleving van ideeën over de natuurlijke verschillen tussen mannen en vrouwen. Uit recent Duits onderzoek blijkt dat mannen minder zorg gaan delen en moeders meer bereid zijn de zorg voor kinderen op zich te nemen.

Men gedraagt zich dus anders dan het beleid voor ogen staat. Het politieke ideaal is economische zelfstandigheid van vrouwen en een gelijke verdeling van werken en zorgen. De levens van mannen en vrouwen zouden meer op elkaar gaan lijken. Dat was het idee, dat werd de verwachting, en dat is de norm geworden waaraan de ontwikkelingen worden afgemeten.

Maar het loopt anders: het patroon is deeltijdwerk geworden, voor moeders althans. Dat is de stilzwijgende norm geworden, een keuze waarover niet lang wordt nagedacht, en die door bijna iedereen automatisch wordt gedaan. Een goede moeder werkt vooral niet teveel.

Er blijkt een sterk verschil tussen het ‘politiek correcte’ ideaal van gelijke verdeling en de alledaagse norm en praktijk. Dan rijst als vanzelf de vraag waaraan dat te wijten valt: gebrek aan goede en betaalbare kinderopvang, werkgevers die vrouwen minder kansen geven, mannen die bang zijn hun carrièrekansen te verliezen?

Ook vrouwen ontspringen de dans van de beschuldiging niet: ze zijn lui, het zijn verwende prinsesjes, ze zijn bang hun nek uit te steken. Of, nog erger, ze zijn kortzichtig, want zien niet de gevaren: van verlies van positie op het werk, daling van inkomsten en toekomstig pensioen. Kijk naar het echtscheidingscijfer: een huwelijk biedt geen garantie meer voor een inkomen; en ook de alimentatieregels na een scheiding bieden veel minder economische zekerheid dan vroeger.

Mensen moeten voor zichzelf kunnen zorgen, dat is het credo van de tijd. Reden tot ongerustheid dus, als je de statistieken als graadmeter van emancipatie neemt, en als je nadenkt over de implicaties voor de economische positie van vrouwen.

Maar waarom emancipatie terugbrengen tot economische zelfstandigheid van vrouwen, en waarom gelijkwaardigheid stilzwijgend vertalen in gelijkheid? Waarom niet kijken naar de oplossingen die mensen ontwikkelen, de keuzes die ze maken, wat hen na aan het hart ligt, wat ze overslaan en of ze tevreden zijn?

Als je emancipatie opvat als een verruiming van mogelijkheden om het leven meer in te richten naar eigen voorkeuren, dan zijn zulke gegevens belangrijk om iets te kunnen concluderen over een al dan niet stagnerend proces. En al wordt over de beslissing van deeltijdwerk vaak niet lang nagedacht, over het werken in deeltijd zijn de meeste Nederlandse moeders zeer tevreden. Het maakt het mogelijk om werken en zorgen beter te combineren.

Nederland wordt om deze mogelijkheid tot deeltijdwerk benijd, maar ook hier is natuurlijk wel een adder onder het gras, zoals Heleen Mees en eerder Cisca Dresselhuys niet ophielden te betogen: deeltijdwerk houdt vrouwen gevangen in middelmatige baantjes, voorkomt dat ze doorstromen naar de top, belemmert hen in hun ambities. Het lijkt een oplossing, maar schijn bedriegt: het is een valkuil.

Maar ook deze waarschuwing lijkt ons geen reden om de keuze voor een tijdlang deeltijdwerk af te doen als dom of verwend. Alsof er pas sprake is van ontplooiing als je voltijds werkt, alsof je pas vrij bent als je een hoge arbeidsmarktpositie hebt, alsof zorg voor kinderen gelijk staat aan plicht en werken aan ontplooiing. Mensen werken vaak uit noodzaak, omdat de hypotheek afbetaald moet worden; werk kan een gulzig instituut zijn wat afbrandt en uitstoot als je niet meer past. En zelfs als je buitenshuiswerk ziet als de maatstaf voor emancipatie, en deeltijdwerk als de nieuwe valkuil voor moeders in hun streven opwaarts, dan blijkt dat dankzij de mogelijkheid van deeltijdwerk meer Nederlandse moeders werken dan in tal van andere landen.

Het zijn de stille aannames over wat goed is en wat emancipatie inhoudt die de toon van het debat bepalen, niet de ervaringen van mensen zelf.

Als we emancipatie zien als een proces waarin mensen meer ruimte krijgen om het leven in te richten naar eigen wensen en vermogens, om het beste uit henzelf te halen (wat zich niet hoeft te beperken tot inkomsten en carrière) , dan zien wij alleen stagnatie in het ontstaan van een nieuwe (deeltijd)norm waarvan ook weer een dwingende werking uitgaat. Laten we vooral niet een oud keurslijf vervangen door een nieuw. Dat lijkt ons de manier om de idealen van emancipatie de das om te doen.