Aardgas verdwijnt

Niets garandeert dat zich in Groningen morgen of volgend jaar niet opnieuw een aardbeving voordoet, die aan huizen en andere gebouwen forse schade toebrengt. Deze onzekerheid is niet het gevolg van het besluit dat het kabinet gisteren nam. Het is het resultaat van jarenlange onderschatting en aanvankelijke ontkenning van het gegeven dat de aardgaswinning in deze provincie de oorzaak is van de vele aardbevingen. Dat er zich ook de komende jaren aardbevingen zullen voordoen, komt eenvoudig doordat het nu temporiseren van de aardgaswinning pas later effect heeft.

Het kabinet heeft, sinds duidelijk werd dat de aardbevingen in Groningen een onaanvaardbaar risico vormen, moeten laveren tussen drie met elkaar strijdende uitgangspunten. De veiligheid van de bewoners, de noodzaak van energielevering aan alle Nederlanders (en aan het omliggende buitenland) en de substantiële opbrengsten die de verkoop van aardgas de Rijksbegroting oplevert.

Het kabinet heeft nu gekozen om in het grootste risicogebied, Loppersum, de gasproductie met 80 procent te reduceren en dat elders in de provincie mondjesmaat te doen. Het hoopt zo alle Nederlanders, Duitsers, Belgen en Fransen die op aardgas koken en er hun woning mee verwarmen, energiezekerheid te kunnen blijven geven. De gevolgen voor de Rijksbegroting bedragen de komende drie jaar door de vermindering van de aardgasbaten in totaal 2,3 miljard. Daar komen nog de miljoenen bij voor het ‘troostpakket’ waarmee minister Kamp (Economische Zaken, VVD) gisterennaar Groningen kwam. Met daarin de – altijd al verplichte – schadevergoedingen (ook van waardevermindering van huizen), de preventieve maatregelen en de economische impulsen voor de provincie. Het kabinet zal dus naar nieuwe bezuinigingen (liever geen lastenverzwaringen) moeten zoeken.

Nederland betaalt zo een dubbele tol. De Rijksbegroting is mede gebaseerd op aardgasbaten, waarvan al jaren bekend is dat ze op den duur (drastisch) minder zullen worden. Economische investeringen, maar ook het onderwijs en de sociale zekerheid zijn jarenlang mede gefinancierd dankzij de Groningse delfstof. Maar het was allang bekend dat de gaswinning vanaf 2020 hoe dan ook omlaag moet gaan . Benodigd is dus een financieel meerjarenbeleid dat het grotendeels zonder aardgasbaten moet stellen.

Een andere omissie is dat in de energievoorziening voor Nederland nauwelijks alternatieven voor het aardgas voorhanden zijn. Duurzame energie is er nauwelijks: slechts 4 procent van het totaal.

Het kabinet wacht dus een klus die lastig is: Nederland klaar te maken voor een toekomst zonder de aardgasbel die zoveel welvaart heeft gebracht.