Veteraan Blomstedt (86) leidt vrijblijvende Brahms

De vorige keer dat het Koninklijk Concertgebouworkest de Derde symfonie van Brahms uitvoerde, was in 2010. Bernard Haitink (1929) dirigeerde. De gevierde oud-chef daalde stroef de trap af richting het podium, zich vasthoudend aan de leuning. Die afdaling ging de energieke Zweedse dirigent Herbert Blomstedt (1927) woensdag aanzienlijk gemakkelijker af.

Blomstedt dirigeerde met soepele armbewegingen – alle stukken zonder partituur, want ook het hoofd van de overtuigd zevendedagsadventist is nog fit. De man die oogt als een schoolmeester van het oude stempel behoort tot de voornaamste Brahms-vertolkers, maar het lukte hem in de Derde symfonie niet om het orkest tot grote hoogte op te stuwen.

In het stugge eerste deel bleef de kenmerkende klankgloed uit. De strijkers speelden luid, het veelgeprezen ‘gouden koper’ was van wat minder karaats dan gebruikelijk.

In het kamermuzikale, tedere Andante, met heerlijke klarinetten, bereikten Blomstedt en het orkest wel kippenvelmomenten, maar als geheel behield de de uitvoering iets vrijblijvends: Blomstedt straalde niet uit dat er iets op het spel stond.

Beter werd dat in Brahms’ Variaties op een thema van Joseph Haydn (waarvan het thema overigens niet écht van Haydn is). De strijkers vonden hun glans terug, en die bleef aanwezig in de Akademische Festouvertüre, waarin Blomstedt de pompende ritmes zonder baton sterk aanzette.

Een perfect concert was het zeker niet, mooi om naar te kijken was het wel: de dirigent genoot zichtbaar van de samenwerking met het orkest.

Maar die ‘Brahms 3’ mag wel iets ernstiger.