Vaticaan voor het eerst ondervraagd over misbruik

„Bepaalde zaken moeten anders worden gedaan” in het optreden tegen misbruikzaken, zei een hoge vertegenwoordiger van het Vaticaan gisteren. „Het is niet het beleid van het Vaticaan om cover-ups aan te moedigen. Alleen de waarheid kan ons helpen om naar een situatie te komen waarin we een voorbeeld beginnen te zijn van best practices.”

Het was een teken van goede wil, deze uitspraak van aartsbisschop Charles Scicluna, de voormalige topfunctionaris voor misbruikzaken. Hij werd gisteren door de VN-commissie voor de Rechten van het Kind in Genève ondervraagd, in de periodieke verantwoording van de landen die de VN-conventie hierover hebben ondertekend. Ook vijf andere landen kwamen op rapport, maar alle aandacht ging naar het Vaticaan: het was de eerste keer dat dit publiekelijk verantwoording moest afleggen over de misbruikzaken overal ter wereld.

’s Ochtends had paus Franciscus in Rome al de toon gezet. Hij gebruikt de vrijwel dagelijkse preken in de ochtendmis als informele marsorders. Hij zei dat mensen „in een machtspositie” schande over de kerk hebben gebracht.

Twee hoge prelaten wezen daarna in Genève op de maatregelen die de afgelopen maanden zijn genomen. Deze zomer zijn de richtlijnen voor de handelwijze van kerkbestuurders misbruikzaken aangescherpt. In december is een commissie ingesteld „voor de bescherming van minderjarigen”. In 2012, zei Scicluna, zijn door het Vaticaan 612 nieuwe onderzoeken naar mogelijk seksueel misbruik door geestelijken begonnen.

Aartsbisschop Silvano Tomasi, de vertegenwoordiger van het Vaticaan in Genève, onderstreepte dat „de Heilige Stoel beleid en procedures heeft opgesteld die zijn bedoeld om misbruik te helpen elimineren en samen te werken met de autoriteiten om tegen deze misdaad te vechten.”

Maar na de vaak scherpe ondervraging vonden deskundigen in de VN-commissie dat het Vaticaan op veel punten vaag bleef of suggesties voor meer openheid afwees. „De beste manier om misbruik te voorkomen is oude zaken te onthullen”, zei Kirsten Sandberg, voorzitter van de commissie. Maar het Vaticaan had al eerder geweigerd de commissie inzage te geven in individuele gevallen, met als argument dat die onder de lokale bisschoppen en de lokale justitie vallen.

Een ander commissielid wilde concrete informatie over de samenwerking met lokale autoriteiten en de maatregelen die zijn genomen tegen geestelijken die zich schuldig hebben gemaakt aan misbruik. Begin februari publiceert de commissie haar bevindingen en aanbevelingen.

De Amerikaanse organisatie van misbruikslachtoffers Snap, die de VN-commissie ook van informatie had voorzien, was ontevreden. Zo had zij veel kritiek op het standpunt, woensdag nog eens nadrukkelijk herhaald door de woordvoerder van het Vaticaan, dat het „volledig ongegrond is” om te denken dat „bisschoppen of religieuze oversten optreden als vertegenwoordigers of gedelegeerden van de paus”. Daarom is het Vaticaan, zo gaat de redenering, niet verantwoordelijk voor wat er op lokaal niveau is gebeurd.

„We zijn teleurgesteld dat zo’n grote en machtige kerkelijke bureaucratie blijft pretenderen dat zij geen macht heeft over haar eigen functionarissen”, schreef Snap.