Tijd van de tienersterren is voorbij

Thanasi Kokkinakis had nog nooit zo’n grote wedstrijd gewonnen – en het succes kon hem niet lang genoeg duren. De zeventienjarige tennisser was met een wildcard toegelaten tot de Australian Open, maar had zojuist verrassend de Nederlander Igor Sijsling verslagen. Kokkinakis liep juichend een ereronde over de buitenbaan. Daarna nam de jonge Australiër de tijd om de paar honderd toeschouwers persoonlijk de hand te schudden.

In Australië wordt sport „de nationale religie” genoemd. De zege van Kokkinakis, ook al is het in de eerste ronde, was dus groot nieuws. De volgende ochtend stond de puber op de voorpagina van alle kranten. Ook de Australische bondscoach Patrick Rafter hemelde hem op. Volgens de voormalige topspeler zijn Kokkinakis en zijn achttienjarige landgenoot Nick Kyrgios „de toekomst van het Australische tennis”.

Tennis kent een traditie van tienerkampioenen. Het record is in handen van Michael Chang: de Amerikaan was net zeventien jaar oud toen hij in 1989 Roland Garros won. Boris Becker en Mats Wilander waren maar een paar maanden ouder toen zij Roland Garros en Wimbledon op hun naam schreven. De grote Pete Sampras won al op zijn twintigste de US Open. Ook Australische fans zijn gewend aan jonge kampioenen: Lleyton Hewitt was twintig jaar oud toen hij op Wimbledon Sampras in straight sets onttroonde.

Maar de dagen van de tienersterren zijn voorbij. „Natuurlijk winnen Kokkinakis en Kyrgios de komende jaren geen grandslam”, zegt Michael Bane. Bane werkt als onderzoeker voor de Australische tennisbond. Hij promoveerde in de fysische scheikunde, en werd daarna ingehuurd door Tennis Australia om met behulp van data- analyses en wiskundige modellen „de sport beter te begrijpen”. Bane werkt bijvoorbeeld aan een model dat moet kunnen voorspellen of een tennistalent kan uitgroeien tot een topper. Dat is een meerjarenproject, zegt hij. „Op dit moment zijn de voorspellingen van de trainers nog beter.”

Bane deed onlangs ook onderzoek naar de leeftijd van mannelijke toptennissers. Hij ontdekte dat tennissers tegenwoordig pas op latere leeftijd succesvol zijn. „De afgelopen 35 jaar is de gemiddelde leeftijd van een speler in de top-100 met drie jaar gestegen.” Bane vertelt dat het tegenwoordig ook langer duurt voordat een talent de top-100 bereikt. „Bovendien is de absolute top nog nooit zo oud geweest.” De gemiddelde leeftijd van de beste tien mannelijke tennissers ter wereld is 28 jaar. Ook in het vrouwentennis worden de sterren steeds ouder.

Over de oorzaken van de trend durft Bane geen harde uitspraken te doen. Vaak wordt er gezegd dat er voor het niveau, de fitheid en de kracht van moderne toptennissers jarenlang getraind moet worden. Maar de gevolgen zijn voor jonge spelers niet prettig. Pas als een speler de top-200 bereikt, kan hij rondkomen van zijn prijzengeld. Tot die tijd kost een tennisseizoen – inclusief begeleiding – al snel 100.000 euro per jaar. „De kosten voor jonge spelers of hun nationale bond lopen op.” Ook maakt de langere weg naar de top het lastiger voor tennisbonden om de juiste talenten te selecteren, zegt Bane.

De onderzoeker noemt als voorbeeld Bernard Tomic, de Australische tennisser die op zijn achttiende de kwartfinale van Wimbledon bereikte. Tomic is nu pas 21 jaar oud, maar al bijna afgeschreven. Nadat Tomic op de wereldranglijst van plek 27 naar 57 was gezakt, zei de Australische oud- tennisser Mark Philippoussis dat er „een talent verloren dreigt te gaan”. En Patrick Rafter vond dat de jonge tennisser niet hard genoeg trainde. Toen Tomic deze week op de Australian Open na een set tegen Rafael Nadal met een liesblessure van de baan stapte, had hij het ook bij het publiek verbruid. De hinkende tennisser werd door het hele stadion uitgefloten.

Niet te vroeg afschrijven

Michael Bane vindt dat het veel te vroeg is om Tomic, en met hem andere tennistalenten die na een paar jaar niet zijn doorgebroken, af te schrijven. Hij twijfelde oorspronkelijk ook aan Tomic. Maar sinds hij de leeftijden van tennissers in de top-200 van de wereldranglijst op een rijtje zette, kijkt hij met een andere blik naar de jonge tennisser. „Ik wist niet dat er maar vier spelers in de top-200 jonger zijn dan Tomic. En dat er slechts één tennisser van zijn leeftijd hoger staat op de wereldranglijst.”

Thanasi Kokkinakis, voor de Australian Open nummer 570 van de wereldranglijst, is er ook nog niet. Dat werd gisteren snel duidelijk. De jonge tennisser trof in de tweede ronde de Spaanse spierbundel Rafael Nadal – en werd naar huis geblazen. Hoewel het publiek zelfs klapte als hij met zijn racket in buurt kwam van de zoveelste smash van Nadal, was het een ongelijke strijd. Nadal won met 6-2, 6-4 en 6-2. Ook Nick Kyrgios sneuvelde. De nummer 183 van de wereld verloor in vijf sets van de Fransman Benoît Paire: 7-6, 7-6, 4-6, 2-6 en 2-6. In de vierde en vijfde set had de duidelijk vermoeide Kyrgios, die in zijn twee partijen liefst 58 aces sloeg, last van kramp.

Michael Bane had de nederlagen al zien aankomen. „Nick Kyrgios is veruit de jongste speler in de top 200. Hij is 18, de op een na jongste anderhalf jaar ouder.” Kokkinakis is nog jonger. „Ze presteren beter dan elke andere tennisser van hun leeftijd.”