Tijd dringt voor de strijd tegen opwarming

De tijd dringt. Nog een paar decennia en de doelstelling die wereldleiders met elkaar hebben afgesproken om ernstige klimaatverandering te voorkomen, wordt bijna onhaalbaar. Voor die tijd moet de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen – die vooral vrijkomen bij de energieopwekking met kolen, olie en gas – over zijn piek heen zijn.

Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, concludeert dat anders dure technologieën nodig zijn om broeikasgassen uit de atmosfeer te verwijderen en in de bodem op te slaan. Maar het is op dit moment nog lang niet zeker dat die technologie tegen die tijd ook grootschalig beschikbaar zal zijn. Het IPPC schrijft dit in een uitgelekte conceptversie van een rapport dat in april uitkomt.

Intussen verlopen de onderhandelingen over een nieuw klimaatverdrag, waarover in 2015 in Parijs een akkoord moet worden bereikt, uiterst moeizaam. Met name de grote vervuilers China en de Verenigde Staten staan tegenover elkaar. Ze vrezen dat al te strenge afspraken slecht zijn voor hun economie. Maar ook de Europese Unie, in het verleden een van de voortrekkers bij de klimaatonderhandelingen, staat op het punt om haar ambities terug te schroeven.

Volgens de wetenschappers zou de piek in de uitstoot van broeikasgassen nu ongeveer bereikt moeten zijn. Maar in plaats daarvan neemt de uitstoot alleen maar verder toe – in 2012 met 1,4 procent (naar 31,6 gigaton) ten opzichte van het jaar ervoor. Vooral door toenemend gebruik van steenkool. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) waarschuwde vorig jaar voor het „groeiende verschil tussen de route die de wereld nu volgt en de route die past bij een gemiddelde temperatuurstijging van 2 graden Celsius”.

Die 2-gradengrens werd in 2009 door wereldleiders op de klimaattop in Kopenhagen afgesproken. Ze baseerden zich daarbij op klimaatwetenschappers die verwachten dat een verdergaande opwarming ernstige gevolgen zal hebben. Als het veel warmer wordt, zal bijvoorbeeld de landbouwproductie dalen, terwijl er juist meer voedsel nodig is om een groeiende wereldbevolking te voeden. Ook dreigt dan de zeespiegel te stijgen tot een niveau dat gevaarlijk wordt geacht voor kleine eilandstaten en landen als Vietnam, Bangladesh en ook Nederland (al beschikken rijke landen voorlopig over voldoende geld om zich aan te passen). Verder wordt gevreesd voor meer extreem weer, vooral periodes met langdurige regenval of juist extreme droogte, en voor hittegolven.

Wetenschappers hebben berekend dat de concentratie van broeikasgassen niet boven de 530 delen per miljoen (ppm) mag uitkomen om onder de 2 graden te blijven. Vorig jaar werd een concentratie van 400 ppm gemeten en vóór de industriële revolutie lag die nog op ongeveer 280 ppm. Om de doelstelling te halen, zo berekende het IPCC, moet de uitstoot het midden van deze eeuw wereldwijd met 40 tot 70 procent worden gereduceerd. Hoe langer de reductie wordt uitgesteld, hoe duurder het op termijn wordt.

Op dit moment wordt jaarlijks wereldwijd zo’n 1.200 miljard dollar (bijna 900 miljard euro) geïnvesteerd in het energiesysteem. Een groot deel van dat geld gaat naar fossiele brandstof, onder andere in de vorm van subsidies. Volgens het IPCC-rapport zou de subsidie voor fossiele brandstoffen jaarlijks met 22 miljard euro moeten dalen, terwijl de subsidie voor duurzame energie met 108 miljard euro per jaar zou moeten toenemen. Ook zijn honderden miljarden nodig voor energie-efficiency.