Straffen? Zonder rechter gaat dat een stuk sneller

Ook zonder veroordeling moet weigeren van een Verklaring Omtrent het Gedrag mogelijk zijn, vindt staatssecretaris Teeven (VVD). Politiegegevens die daartoe aanleiding geven, moeten volgens hem voldoende zijn om geen VOG af te geven – die verklaring is voor veel banen nodig om aan de slag te kunnen.

Wie nu van zijn gemeente geen VOG krijgt, is door de rechter veroordeeld om een strafbaar feit. Als Teeven zijn zin krijgt, kan de overheid straks vooruitlopen op het oordeel van de rechter. Een flink deel van de Tweede Kamer reageert geprikkeld. D66 vindt dat Teeven hiermee de rechtsstaat aantast. Ook de PvdA is voorzichtig, en zelfs de PVV noemt het „verkiezingsretoriek en juridisch onhoudbaar”.

Het voorstel past in een trend: de neiging van de wetgever om de (straf)rechter te ontwijken, en het bestuur zelf méér mogelijkheden te geven om in te grijpen in het leven van burgers.

Hoogleraar bestuurlijk sanctierecht Henny Sackers van de Radboud Universiteit in Nijmegen heeft zijn leerstoel te danken aan die tendens, zegt hij. Sackers richt zich op de mogelijkheden die overheden de laatste jaren hebben gekregen voor preventieve rechtshandhaving. Denk aan het opleggen van gebiedsverboden, aan bestuurlijke boetes bij fraude, of uithuisplaatsingen bij huiselijk geweld – allemaal zaken die de afgelopen jaren uit de strafrechtelijke sfeer zijn gehaald.

De overheid zette de eerste stap in deze ontwikkeling in 1990: de wet-Mulder haalde kleine verkeersovertredingen – zoals door rood rijden of fout parkeren – uit het strafrecht, en maakte er een administratieve overtreding van. Doel was de werkdruk bij politie en rechterlijke macht te verminderen.

Sackers: „Er was toen wel debat over, maar omdat het om zulke lichte vergrijpen ging, was iedereen het er wel over eens dat dit een goed idee was.”

Precies dezelfde reden – efficiency – gebruikte in 2004 toenmalig minister van Justitie Piet Hein Donner, toen hij het Openbaar Ministerie de bevoegdheid gaf om zelf, zonder tussenkomst van de rechter, boetes en taakstraffen op te leggen. Het moest de strafrechter duizenden zaken per jaar gaan schelen. Dat blijkt inderdaad het geval: in 2012 deed het Openbaar Ministerie meer zaken af dan de rechter. Het aantal strafzaken in de rechtbanken zakte voor het eerst sinds jaren onder de honderdduizend, met 86.060 afgedane zaken in 2012. Het Openbaar Ministerie deed datzelfde jaar 117.900 zaken zonder rechterlijke uitspraak af.

Op het ministerie van Veiligheid en Justitie liggen meer plannen klaar die bijdragen aan deze ontwikkeling. Ze moeten nog voor behandeling naar het parlement. Een wetsvoorstel beoogt dat niet langer de rechter bepaalt of een verdachte in aanmerking komt voor schorsing van voorlopige hechtenis. Voortaan zou de gevangenis daarover moeten gaan.

Staatssecretaris Teeven kwam in november vorig jaar met het plan om niet langer het Openbaar Ministerie verantwoordelijk te houden voor de uitvoering van straffen, maar het departement zelf. „Een snelle en zekere uitvoering van strafrechtelijke beslissingen” moet daarmee beter gewaarborgd zijn. Nu zitten er vaak maanden tussen het opleggen van de straf en het moment dat de veroordeelde de cel ingaat.

De stagnatie in de strafrechtketen keert vaak terug als argument om er taken en zaken weg te halen. De rechtspraak kan het aantal zaken niet aan, en de zaken die strafrechters nog wel krijgen, zijn vaak ingewikkelder, waardoor ze meer tijd kosten. Daarbij, zegt Rinus Otte, hoogleraar in de organisatie van de rechtspleging, valt de pressie van de buitenwacht op het strafrecht niet te miskennen: „Vanuit de samenleving bestaat grote druk om zaken vlot af te doen. We willen snel weten of iemand de dader is, en welke straf diegene dan krijgt.” Lik op stuk – zo moet het beleid zijn.

Betekent dit dat minister Opstelten (VVD) en staatssecretaris Teeven de rechtsstaat in toenemende mate in het geding brengen? Welnee, zegt Otte: „Hun CDA-voorgangers Donner en Hirsch Ballin keken net zo goed pragmatisch naar wat er beter moest.”

Bovendien is de waarschuwing over de rechtsstaat niet nieuw: in 2011 waarschuwde president van de Hoge Raad Geert Corstens al eens dat „onder het mom van efficiency” de rol van de rechtspraak wordt ondermijnd.

Hoogleraar Sackers vraagt zich wel af waar de trend eindigt. Nu grijpt het bestuursrecht soms harder in het leven van burgers in dan het strafrecht. Neem de bestuurlijke boetes die gemeenten bijstandsfraudeurs móéten opleggen. „Terwijl de strafrechter vrijer naar een zaak kan kijken: kunt u deze boete eigenlijk wel betalen?”