Smeken om een beetje tegengas

paul van der steen

Hoe weinig heeft een mens nodig om iets van zijn leven te maken? James Dillard, de hoofdpersoon van Maartje Wortels tweede roman IJstijd, ligt bij aanvang van het verhaal als een hedendaagse Oblomov in bed met wijn en buitenlandse kaas. Soms eet hij pepermunt tot hij er misselijk van wordt. Maar waar Gontsjarov zijn Oblomov door de liefde uit zijn lethargie laat barsten en de wereld laat binnentreden, heeft de twintiger James zijn grote liefde al achter de rug. Marie. ‘Het moeilijkste aan haar afwezigheid vind ik dat ze nog wel ergens is, meegroeit met de tijd, rondloopt in de stad, in bed ligt en eet en vrijt en slaapt, maar dan zonder mij.’

James Dillard woont zijn volwassen leven in luxehotels, die worden betaald door zijn moeder, een vrouw die altijd druk is: ‘Mijn moeder is een zakenvrouw, ze werkt altijd. Wat voor zaken ze precies doet weet niemand’. Tussen de bedrijven door regelt zij zaken voor het welzijn van haar zoon. James’ vader is soldaat geweest, laatstelijk in Bosnië, en brengt rentenierenderwijs flink wat tijd door in Hawaii. Dat doet hij in het gezelschap van James’ grootvader, ook een man met een oorlogsverleden: de echte avonturen zijn in IJstijd weggelegd voor de eerdere generaties.

Moederlijke regelzucht

Vermoedelijk is moederlijke regelzucht de achtergrond van het plotselinge telefoontje dat hij van een zekere Monica krijgt. Zij is een redacteur van een uitgeverij en wil dat hij een roman voor haar schrijft. James kan geen goede reden vinden om nee te zeggen – veel dingen in zijn leven gebeuren omdat hij geen goede reden kan vinden om nee te zeggen. In die zin heeft hij wel wat weg van Michael Poloni, de hoofdpersoon van Wortels debuutroman Half mens, een man die zijn hele leven wacht op ‘de zwarte panter’: iets of iemand die hem van zijn lethargie verlost.

Dat Marie de zwarte panter van James was, is zonneklaar. Wortel wisselt het verhaal van James’ rouw om zijn verloren liefde soepel af met het treurige verhaal van die liefde. Het begon onder een afdakje, schuilend voor de regen en het eindigde op een ijskoud Zweeds eiland. In de tussentijd blijken de verschillen tussen Marie en James groot. Hij woont in het Amstelhotel, zij in een Amstelveense studentenflat die bekend staat om de grote aantallen bewoners die ervanaf springen. Tegenover zijn luxeconsumptiepatroon staat bij haar een eetstoornis, die in de loop van het verhaal steeds dreigender vormen aanneemt. Dat komt ook doordat Marie Sylvia Plath citeert: ‘Ik wil alles in één keer voor altijd doen en er dan voorgoed vanaf zijn.’

In het jaar dat hun verhouding duurt maken ze vooral veel wandelingen door de stad, een doelloze bezigheid waarvan de kiem al wordt gelegd bij hun eerste ontmoeting. Dan wil Marie wel met de dadelijk straalverliefde James mee, maar ze verwijt hem dat hij haar geen spannend plan of originele bestemming voorstelt.

Dat laatste wordt het probleem van hun relatie: hij wil haar zo graag dat hij zich voegt naar wat hij meent dat zij wil, terwijl zij vooral verlangt naar tegengas. James richt zich al zijn hele leven op de wensen van anderen – of hij vlucht. Intussen blijkt hij in de ogen van anderen over grote talenten te beschikken: zelfs schrijver Chuck Palahniuk (van de Fight club) valt als een blok voor hem en voor de twee verhalen die James uiteindelijk schrijft.

Vriendelijke lethargie

‘Ik weet wel dat er niemand op mij zit te wachten, maar nu Monica zegt van wel geloof ik haar toch’, overweegt James al in het begin van de roman. De vriendelijke lethargie die uit die passage spreekt, tekent zowel de kracht als de zwakte van IJstijd. De kracht omdat Wortel het bestaan van James beeldend beschrijft, inclusief intelligente observaties die in de loop van het boek aan betekenis winnen, zoals de anekdote dat de hoofdpersoon zich als achtjarige nog steeds uitsluitend in de tegenwoordige tijd uitdrukte.

Daar tegenover staat dat de geringe ambitie van de held op den duur ook vat krijgt op de lezer. IJstijd voegt zich moeiteloos in de literatuurlijst over jongvolwassenen bij wie de zwarte panter nog niet op hun pad is gekomen: in de literaire productie van januari 2014 ergens tussen De woongroep van Franca Treur (dat zich deels in hetzelfde gebouw afspeelt) en de nieuwe Murakami. Hoe fraai al die ledigheid ook naar het leven getekend is, het kost moeite om bij het verhaal van James Dillard de urgentie te voelen die hij zelf in zijn leven zo mist.

Bij de verslagen van de gesprekken die James Dillard met zijn redacteur Monica voert, blijkt hij een jongen die wel talent heeft, maar die verdere instructies afwacht. Iemand die niet wéét wat er schrijvenderwijs nu precies van hem wordt verwacht. Het lijkt erop dat er ook iets van die weifelmoedigheid in Maartje Wortel is gevaren bij het werk aan deze roman. Uit IJstijd blijkt hoe goed ze een verhaal kan vertellen, maar veel minder blijkt waarom ze juist dit verhaal wil vertellen.

Dat is jammer, ook al omdat er een aantal passages in het boek zit, waar de daadkracht wel van afspat – met als hoogtepunt de ijzingwekkende scènes op het Zweedse eiland. Daar beleeft de verhouding tussen James en Marie een explosief einde. Dan laat Wortel haar reserves varen en maakt ze de paniek van haar personages voelbaar alsof het de hare is. Daar wil je meer van lezen, véél meer.