Op gedrag is geen garantie

Op goed gedrag bestaat geen garantie, net zo min als op gezondheid, geluk of mooi weer. Toch wil geen werkgever een ex-inbreker als meteropnemer langs de deur sturen. En geen ouder wil bij de padvinders een hopman met een verleden als zedendader.

Daarom bestaat de Verklaring Omtrent het Gedrag, waar iedereen zonder strafrechtelijk verleden aanspraak op kan maken, à raison van 30 euro bij het gemeenteloket. Naarmate de samenleving angstiger wordt en het verlangen naar veiligheid groter, wordt de VOG navenant belangrijker. Waarbij snel uit het oog wordt verloren dat prestaties uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst. En dat een effectieve blokkade van ex-gedetineerden op de arbeidsmarkt ook negatieve kanten heeft. De eis voor een VOG kan ook te algemeen worden gesteld. Wie tegenwoordig een woning wil huren in een sociaal zwakke wijk, kan al om een VOG worden gevraagd.

Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) wil echter ook het heldere principe verlaten dat de Verklaring alleen veroordelingen door de rechter omvat. Hij zegt „in de praktijk te worden geconfronteerd” met gevallen waarin hij een verklaring op basis van politie-informatie wil weigeren, maar de wet hem dwingt die toch af te geven. Hij vraagt de Tweede Kamer nu de bevoegdheid om in bepaalde gevallen op basis van „relevante politiegegevens” dan toch te mogen weigeren. Teeven zei dat het dan personen betreft die in onderzoeken naar liquidaties of zedenmisdrijven ‘opduiken’.

Aangezien een VOG al kan worden geweigerd als er een strafrechtelijk onderzoek is geopend, gaat het hier dus niet om de verdachten, maar om andere betrokkenen die de politie niet vertrouwt. Maar wie in zo’n geval de VOG mag weigeren en wie mag beoordelen of de politie informatie voldoende ‘relevant’ is, is nog totaal onduidelijk. Mag de rechter-commissaris dit toetsen, de officier van justitie – of moet dit eenzijdig een bevoegdheid van het bestuur worden?

Helder is alleen dat hier de zeephelling wenkt. Het onschuldbeginsel lijkt hier à la carte opzij te worden gezet. Willekeur dreigt. Het bestuur krijgt er nieuwe macht bij, om op basis van zachte informatie verstrekkende beslissingen te nemen. Het betekent ook een nieuwe verantwoordelijkheid. Wie in beginsel alle politiegegevens bij preventie een rol wil laten spelen, neemt een kolossale taak op zich. Ook veiligheid is immers niet maakbaar of te garanderen. Het roept de vraag op of de VOG onder deze taak niet zal bezwijken. ‘Had de overheid dit niet moeten of kunnen voorkomen’, is met afstand de meest gestelde vraag na een ernstig incident. Nu is de Verklaring helder afgebakend: wel of geen strafblad. Vooralsnog heeft Teeven de noodzaak van deze stap niet aangetoond.