My heart is not here

‘My heart’s in the Highlands, my heart is not here;/ My heart’s in the Highlands a-chasing the deer’. Een stem zingt het op onaards verstilde muziek van Arvo Pärt en intussen zie je mensen feesten op een dakterras, dwalen door Rome, lachen, drinken, alles doen wat doorgaat voor ‘het volle leven’. In La grande bellezza, de film van Paolo Sorrentino die door critici en publiek unaniem tot de beste film van het vorige jaar is uitgeroepen, wordt de toeschouwer overweldigd met schoonheid, de schoonheid van Rome, van de beau monde, de schoonheid van licht, kleur, stemming. Maar de hoofdpersoon, zich bewegend temidden van dit alles, zegt zijn leven lang op zoek te zijn geweest naar ‘de grote schoonheid’ en haar niet te hebben gevonden.

Wat is ‘de grote schoonheid’? Alles wat we in de film zien, de decadente feesten, de stilte van de zeer vroege morgen in Rome, alle paleizen en kunstschatten, de opkomende zon boven het Colosseum, een kind spelend in een tuin, dat is het allemaal niet. Blijkbaar.

De regisseur lijkt te suggereren dat zijn hoofdpersoon Jep Gambardella, kunstjournalist, schrijver van één roman en koning van de Romeinse jetset, ‘de grote schoonheid’ ooit heeft beleefd, maar die heeft verloren: als jongen was hij verliefd op het meisje Elisabeth dat hem haar borsten liet zien. In de film komt haar latere echtgenoot hem vertellen dat ze gestorven is, en dat ze haar hele leven van Jep is blijven houden. Jep huilt.

Je kunt zeggen: Elisabeth is Gambardella’s Ina Damman. Hij huilt ‘om iets wat hij had verloren, om iets wat hij nooit had bezeten’. Dan is deze film een weemoedige film over het verlies van de onbedorven liefde.

Maar zo is het niet. Die liefde bestaat uit niets meer dan die ene scène waarin het meisje zich aan Jep toont. Gambardella is 65 en heeft al minstens dertig jaar als een waanzinnige gefeest. Niets in de film geeft ons aanleiding te denken dat hij ooit in staat is geweest om van wie of wat dan ook te houden. Hij is cynisch en sentimenteel tegelijk.

Maar nu, op zijn 65ste, is zijn ‘heart in the Highlands’. Nu wil hij ‘grote schoonheid’, wat het ook mag zijn.

Ik kwam geheel beduusd de bioscoop uit. De film is schitterend en onderhoudend, Gambardella, meesterlijk gespeeld door Toni Servillo, is charmant en geestig, de muziek is betoverend. En tegelijkertijd leek de film me van a tot z hogere kitsch. „Ik zoek de grote schoonheid.” Pff. Doe niet zo kinderachtig.

In de film is álles schoonheid en dan zie je ook meteen dat schoonheid op zichzelf niet erg belangrijk is. Schoonheid moet ervaren worden, niet alleen maar gezien. Schoonheid bestaat niet uit veertig getrukeerde flamingo’s in het ochtendlicht op een Romeins balkon.

„Bezie ons met mededogen,” zegt Gambardella tegen een vriendin met hooggestemde opinies, die hij daar juist tot op de grond heeft afgebroken. Een terecht verzoek. Maar waarom zouden we moeten geloven dat dít de mens is, deze oud geworden pubers?

Allemachtig, wat verlang je na het zien van deze film naar iets dat écht gecompliceerd is, wat beslist niet automatisch hetzelfde is als overdonderend veel beelden vertonen.

Of is dat een ouderwets verlangen?

Ik moest onweerstaanbaar aan de essayist Alessandro Baricco denken: „Vroeger hield ervaring (–) verband met het vermogen toenadering te zoeken tot de dingen (–) en een intimiteit ermee te laten rijpen.” Nu, stelt hij zonder oordeel vast, houdt ‘dingen ervaren’ in dat je lijnen trekt over een oppervlakte, en alles steeds net lang genoeg meemaakt om er weer een duw van te krijgen die hard genoeg is om elders te komen”. Dingen aanduiden. Vaart houden.

Dus ja, zo bezien is La grande Bellezza de film van het jaar.

My heart is not here.