Morgencafé

‘Doodzonde dat iedereen maar ligt te slapen.” Aldus Ramses Shaffy, gespeeld door Maarten Heijmans in de eerste aflevering van de serie Ramses van Michiel van Erp. Na alleen al die eerste aflevering kreeg ik weer zin om alle platen van Shaffy te beluisteren en zijn liedjes hardop mee te zingen. Ik sliep die nacht inderdaad niet, maar las koortsachtig de biografie over Shaffy, We zien wel! Omdat het zo’n mooi figuur is en omdat ik wilde weten op welke plekken in de stad Ramses Shaffy vaak te vinden was – want dat is wat de serie vooral teweeg brengt: je krijgt zin om tot het weer licht wordt door de stad te dolen, te drinken, te dansen en nog meer te drinken en dan nog meer te dwalen. Door onze eigen stad. De serie is namelijk niet eens zozeer een eerbetoon aan levenskunstenaar Shaffy – ook zijn minder leuke kanten komen aan bod – maar vooral aan Amsterdam. Het liefst wil je elke vijf minuten het beeld stopzetten om te zien waar alle scènes zijn opgenomen. „Hé kijk, dat is echt in de Stadsschouwburg!” „En is dat nou de Reguliersgracht?” Van Erp sneed bovendien prachtige, oude archiefbeelden van stukjes Amsterdam door de serie heen. Het is duidelijk: voor wie van de stad, Shaffy en het leven houdt: kijk die serie.

Maar dat was niet wat ik wilde vertellen. Ik was dus aan het uitzoeken op welke plekken in de stad je je tegenwoordig nog enigszins Shaffy kunt voelen (klinkt opeens als moderne straattaal: „Voel me kapot shaffy, gast!” – wat dan zou kunnen betekenen dat je als een half-manische bon vivant zingend en knetterlam over de pleinen danst). In de biografie heet een hoofdstuk heel toepasselijk Van de ene huiskamer naar de andere. Daarin worden de cafés beschreven waar Shaffy – in zijn geval dus inderdaad: woonde. Daar viel mijn oog op een woord dat ik nog nooit gehoord had: ‘morgencafé’. Shaffy was, zo las ik, vaak te vinden in morgencafé De Tramhalte aan de Nieuwmarkt. Een morgencafé! Blijkbaar waren dat cafés die open waren tussen ongeveer 05.00 en 10.00 uur. Geweldig concept, toch? Geen 24-uurs vergunning nodig, maar gewoon een café voor nachtmensen die vanzelf ochtendmensen worden. In zijn nummer Morgencafé bezingt Shaffy het mooi als: „een haven voor de mensen van de morgen”. Ik zal niet stoer doen, want zelf ben ik inmiddels de meeste ochtenden vooral bezig een peuter te entertainen, maar een morgencafé lijkt mij een verrijking voor de stad. Je hoeft er niet eens heen, je zou er alleen al heerlijk over kunnen opscheppen tegenover de rest van Nederland en de wereld: „Nee oké, we zijn geen New York hiero – Trouw (Wibautstraat) en Pand 14 (Muntbergweg) zijn vooralsnog de enige plekken waar je soms (!) een hele nacht kunt dansen, MAAR: we hebben wel een morgencafé!” Dat heeft niemand!

Nadat je tegen een uur of 05.00 uit café Pollux (Prins Hendrikkade), De Doffer (Runstraat), De Buurvrouw (Sint Pieterspoortsteeg), De Bourbonstreet (Leidsekruis), De Biecht (Kerkstraat), The Minds (Spuistraat), San Francisco (Zeedijk) of de Bloemenbar (Handboogstraat) – ik doe maar een greep uit de nachtcafés van de stad – bent gekickt kun je nog even (of een paar uur) een afzakkertje (of een paar) nemen in het morgencafé, en dan ’s ochtends vroeg Hallelujah Amsterdam zingend naar huis slenteren. En dan eindelijk slapen, want we kunnen wel doen alsof we Shaffy’s zijn die nooit slapen; dat zijn we helaas niet en de echte Shaffy wordt nooit meer wakker. Dus geef ons Amsterdammers, als troost, dan op z’n minst een morgencafé.