Leger Egypte krijgt zijn zin

Vooral vrouwen gaven massaal gehoor aan de oproep te gaan stemmen in het referendum, zoals deze vrouw die een shirt met foto van Al-Sisi draagt. Foto AP

Het is in Egypte bijna een jaarlijkse traditie geworden dat de bevolking wordt gevraagd om te stemmen over een grondwet. Het is ook een traditie dat zij daarbij altijd ja stemmen: 77 procent in maart 2011 en 64 procent in december 2012.

In die zin is het niet verwonderlijk dat de Egyptenaren deze week massaal hebben ingestemd met nog maar eens een nieuwe grondwet. Ja staat immers altijd voor stabiliteit, nee voor meer chaos. Dat de uitslag deze keer ronduit stalinistisch is – 98 procent bij een opkomst van 39 procent – heeft zo zijn redenen.

Ten eerste was er geen nee-kamp. De Moslimbroederschap had om evidente reden opgeroepen tot een boycot: meedoen zou immers legitimiteit geven aan de coup tegen haar president, Mohammed Morsi. Tegen stemmen was ook min of meer verboden. Leden van de Sterk Egypte-partij van de gematigde fundamentalist Abdel-Moneim Abolfotouh zijn gearresteerd met nee-materiaal. De partij sloot zich daarom aan bij de boycot.

Ook 6 april, de jongerenbeweging die mede aan de basis lag van de revolutie van 2011, boycotte het referendum. Maar de leiders van 6 april zitten in de gevangenis en veel Egyptenaren vinden dat goed. Deze week nog werd bekend dat een moeder haar eigen zoon had laten arresteren omdat hij actief was binnen 6 april.

Met andere woorden: alleen voorstanders zijn gaan stemmen. De rest is thuisgebleven.

Veel discussie over de inhoud van de grondwet is er niet geweest. Burgerlijke vrijheden zijn beter gewaarborgd dan in de voorgaande edities. De definitie van de shari’a is geschrapt, alsook de passage dat de staat dient te waken over de Egyptische gezinswaarden. De gelijkheid van man en vrouw en de vrijheid van religie staan er onverkort in. In Morsi’s grondwet was de vrouw slechts gelijk in zoverre dat het niet in strijd was met de shari’a. En alleen de islam, het christendom en het jodendom waren officieel erkend. Politieke partijen op religieuze basis, zoals de Moslimbroederschap, zijn nu verboden.

Er is ook een begin gemaakt met de sociale rechtvaardigheid waarvoor de revolutie in 2011 was begonnen. Zo zijn toekomstige regeringen verplicht om minstens 3 procent van het bruto nationaal product te besteden aan gezondheidszorg, en 6 procent aan onderwijs. Dat zal nodig zijn want de meeste islamitische ngo’s, die een broodnodige aanvulling waren op de publieke sector, zijn gesloten.

Dat er weinig discussie was over de grondwet komt ook doordat het voor iedereen duidelijk was dat dit referendum niet echt over de grondwet ging. Het ging over het legitimeren van de afzetting van president Morsi op 3 juli vorig jaar, en het tot terroristische groepering uitroepen van de Moslimbroederschap.

Simpeler gesteld was het een referendum over legerleider Abdel Fattah Al-Sisi, de nieuwe sterke man. Heel waarschijnlijk zal Al-Sisi nu snel bekendmaken dat hij zich kandidaat stelt voor het presidentschap. Wellicht zal hij eerst ontslag nemen uit het leger omdat hij nu eenmaal beloofd had dat het leger geen politieke rol wilde in het tijdperk na Morsi.

Veel mensen willen heel graag dat Al-Sisi zich kandidaat stelt. Een petitie die hiertoe oproept zou al door 26 miljoen Egyptenaren zijn ondertekend. Een andere groep is zelfs naar de rechtbank gestapt in een poging om Al-Sisi te verplichten mee te doen aan de presidentsverkiezingen.

Critici zeggen dat de nieuwe grondwet de macht van het leger versterkt. Het berechten van burgers voor militaire rechtbanken blijft mogelijk en de begroting van het leger blijft geheim. Dat was echter ook onder Morsi’s grondwet het geval. In werkelijkheid is de machtspositie van het Egyptische leger de voorbije drie jaar nooit echt in gevaar geweest.

Ook de politie vaart wel bij deze grondwet. Er wordt een nieuwe politieraad in het leven geroepen die een de facto vetorecht krijgt over de eventuele hervorming van de politie. Het wangedrag van de politie onder Mubarak was een belangrijke drijfveer voor de revolutie van 2011. Maar drie jaar later herinneren veel mensen zich vooral hoe veilig het toen was.

Het goedkeuren van de grondwet is in ieder geval een stap vooruit op de politieke routekaart die het leger na Morsi’s afzetting heeft uitgestippeld. Verkiezingen voor een president en een nieuw parlement moeten snel volgen, al is het niet duidelijk in welke volgorde. Alleen de Moslimbroederschap zelf gelooft nog dat Morsi ooit opnieuw president wordt.

Egypte heeft nu gekozen voor een democratie onder gelijkgezinden. De seculiere en liberale partijen die de kiezer de voorbije drie jaar niet konden overtuigen, kunnen nu om hun gunst strijden in een politiek landschap waar de voornaamste tegenstander, de Moslimbroederschap, chirurgisch verwijderd is. Dit is echter allerminst een garantie voor stabiliteit. Gisteren woedde opnieuw een veldslag op de Universiteit van Kairo tussen de politie en aanhangers van Morsi.

Tegenstanders van de Moslimbroeders werpen op dat de fundamentalisten de volgende verkiezingen zeker hadden verloren. En dat de beweging voorafgaand aan de coup van vorig jaar aan een steile val was begonnen, is onmiskenbaar. Maar door de weg die Egypte heeft gekozen, zullen we dat nooit met zekerheid weten.

Wat we wel weten is dat Mubarak helemaal achter de nieuwe grondwet staat. De oud-president staat nog onder huisarrest terwijl zijn proces over de dood van honderden betogers in 2011 wordt overgedaan. Zijn advocaat liet deze week weten dat Mubarak om een stembiljet had gevraagd en dat hij natuurlijk ja zou stemmen.