Hij drukte op Send en verlengde zijn leven met jaren

Een leven omringd door boeken, ik had het me spiritueler voorgesteld. Woensdagavond viste ik niet zonder haast het pasverschenen boek over schrijvers en drank van Olivia Laing uit de stapels op de redactie. Literatuur en alcohol, als daar geen column in zit. Dus haal ik ’s avonds het boek uit mijn tas. Ik lees: ‘Als zoon van een methodische atheïst van het eiland Man en een joodse atheïst die uit Duitsland was gevlucht, heb ik nooit veel met geloof opgehad.’

Het eiland Man en een dubbel atheïstische afkomst; ik zou van minder aan de drank gaan. Maar een gek begin voor een drankboek blijft het. Even op het omslag gekeken: De geschiedenis van het geloof. Hoe een atheïst kijkt naar de diepzinnigste uitvinding van de menselijke geest van Matthew Kneale. Drank is óók een geloof en stellig een diepzinnige uitvinding, maar hier had iemand mijn wijn in water veranderd.

Mijn eigen vergissing, maar waarom hebben al die boeken dan ook poolblauwe tinten op het omslag? In de maand van de spiritualiteit kun je een gegeven religiegeschiedenis niet in de bek kijken, dus ik las door. Tot halverwege, in milde verbijstering over het gebrek aan verbeelding waarmee iemand over ‘het grootste project van de menselijke verbeelding’ kan schrijven. Kneale besluit met de conclusie dat er nog wel enkele ‘uitvindingen van wereldbeschouwelijke aard’ zullen volgen. Werkelijk? Dat is als een literatuurgeschiedenis die concludeert dat ‘de laatste roman nog niet is geschreven’.

Soms zelfs niet als de schrijver al dood en gecremeerd is. Zo overleeft de publicatie van het werk van Bernlef – die al dood was toen de ‘Polare’ werd bedacht – het einde van de boekhandelsketen met de ijzige naam: (‘Een lezer wil zich geen consument voelen en dat is de fout die bij Selexyz/Polare is gemaakt’, vonniste de schrijver die het écht kan weten, Kluun.)

Bernlef dus. In de Verantwoording van zijn bundel Wit geld staat: ‘Op 17 oktober 2012 stuurde Bernlef, die toen al wist dat hij ernstig ziek was, een mail naar uitgeverij Querido met alle voltooide manuscripten die hij nog in portefeuille had.’ Als er één spiritueel-literair moment was, dan de seconde waarin Bernlef op Send drukte en zijn literaire leven rekte tot ver voorbij het stoffelijke.

In Wit geld las ik het verhaal ‘De figurant’, waarin een man een verzameling aanlegt van stukjes restmateriaal van films. Alles waar géén verhaal in zit: ‘Ik beschik nu over meer dan duizend uur film, duizend uur die niets betekenen, in welke volgorde ik ze ook vertoon.’ Even verder: ‘Vreemd dat een verhaal ons het uitzicht op zoiets belangrijks kan beletten. Pas als wij het verhaal als een gordijn opzijschuiven wordt ons een blik in een wereld gegund die wij met niemand hoeven delen, waar wij maar even mogen verblijven omdat wij niet lang zonder de zuurstof van een verhaal kunnen.’

Stiekem schreef Bernlef een verborgen requiem voor zichzelf.