Het waait te hard, vindt Brussel

Illustratie Rhonald Blommestijn

Nog vijf dagen heeft ze om het Europese klimaatbeleid te redden. Dat de ambities in het nieuwe klimaatpakket dat Brussel volgende week presenteert omlaag gaan, staat voor eurocommissaris Connie Hedegaard (Klimaatactie) al wel vast. „Politiek gezien is er simpelweg niet meer haalbaar”, zeggen haar ambtenaren. De vraag is: hoever gaan ze omlaag? „Sommige ideeën die op tafel liggen klinken een beetje als niets doen. Dat willen we voorkomen.”

Illustratie Rhonald Blommestijn

Op 22 januari komt Brussel met nieuwe klimaatdoelstellingen voor 2030, die voortborduren op de huidige voor 2020. De discussie hierover is nog gaande en buitengewoon fel, ook binnen de Europese Commissie. En dat is niet zo raar: de energierevolutie die in Europa woedt, met zonnepanelen en windmolens in de avant garde, trekt een spoor van ‘vernieling’ door de traditionele energiesector. Die ziet zich door de snelle opkomst van duurzame energie zelfs voor een nieuw – bizar – fenomeen gesteld: negatieve stroomprijzen.

Tijdens de kerstperiode deed de combinatie van ‘zachte’ temperaturen en harde stormen de prijzen van reguliere energie hard kelderen, temeer omdat ooit is afgesproken dat ‘groen’ altijd voorrang heeft. Franse kerncentrales, die niet kunnen worden uitgezet, moesten er geld op toeleggen om van hun energie af te komen. „De markt wordt op zulke momenten niet bepaald door vraag en aanbod, maar door wind en zon”, zegt energie-expert Christian Egenhofer van het Brusselse onderzoeksinstituut CEPS. „Door God dus.”

Volgens Egenhofer liggen gasgestookte centrales in Frankrijk en Duitsland steeds vaker en langer stil, omdat de verwachtingen waarmee ze ooit zijn gebouwd simpelweg niet meer kloppen: idealiter verdienen ze het meeste geld midden op de dag, wanneer de vraag het grootst is en de prijs het hoogst. „Die piek is er nu vaak niet meer”, zegt Egenhofer. „Want rond lunchtijd komt zonne-energie ook goed op gang.”

Bijkomend probleem is dat Europa op dit moment wordt overspoeld met goedkope kolen uit de Verenigde Staten, waar de schaliegasrevolutie de kolenprijs flink heeft gedrukt. Dat maakt de gasinstallaties nog duurder. Energiegigant GDF Suez sloot de afgelopen jaren tientallen gascentrales, waaronder vier in Nederland.

Wat doe je als een nieuwe wereld je eigen oude omver blaast? Je beklag doen in Brussel. „Energiemolochs zijn gewend aan eenrichtingsverkeer van producent naar consument, aan absolute macht”, zegt Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks). „Maar in Duitsland en Denemarken is die gebroken: daar zijn groene energiecoöperaties opgestaan. Dat kunnen de traditionele leveranciers daar niet tegenhouden, dus gaan ze naar Brussel.” Niet naar Hedegaard, maar naar haar tegenspelers in dit dossier, de eurocommissarissen Günther Oettinger (Energie) en Antonio Tajani (Industrie).

Rem duurzame energie

De afgelopen maanden werd de Europese Commissie bedolven met pleidooien om een rem te zetten op duurzame energie of er in ieder geval een nieuw, minder dwingend beleid voor te ontwikkelen. Die druk lijkt te hebben gewerkt. In 2008 werd afgesproken dat de CO2-uitstoot in 2020 gemiddeld met 20 procent moet zijn teruggebracht en dat ‘duurzaam’ tegen die tijd 20 procent van de Europese energiemix moet uitmaken. Voor 2030 wordt die laatste nu niet bindend, zeggen ingewijden die de voorstellen van de commissie hebben ingezien. Bovendien wordt de doelstelling Europees: lidstaten krijgen geen eigen nationale doelstelling meer, zoals nu het geval is.

Volgens Eickhout wordt het succes van duurzame energie daarmee afgestraft. „Klassieke energiebedrijven voelen zich bedreigd”, zegt de politicus. Ook Hedegaard had het graag anders gezien. De afgelopen dagen brak de eurocommissaris met een klein Twitteroffensief een lans voor meer ambitieuze doelstellingen, niet alleen omwille van het klimaat, maar ook omdat het economisch hout snijdt. „Wist u dat met de Europese import van fossiele brandstoffen in 2012 545 miljard euro gemoeid was, het bbp van Finland, Hongarije, Portugal en Slowakije tezamen?”

Tegelijkertijd vindt Hedegaard de tekst die nu op tafel ligt zo slecht nog niet: even zag het er namelijk naar uit dat er slechts één doelstelling zou komen, voor CO2-uitstoot, en níets voor duurzame energie. Vooral Oettinger van Energie zou zich hiervoor sterk hebben gemaakt.

Mede door ingrijpen van acht Europese milieuministers lijkt dat idee van de baan: die schreven vorige week een brief aan de commissie met de oproep voor stevige ambities op het gebied van duurzame energie. Bindend hoeft de doelstelling niet te zijn van de ministers, als hij er maar komt: het achterwege laten daarvan zou een koude douche zijn voor deze prille industrie, waarin jaarlijks 130 miljard euro wordt omgezet, al ruim een miljoen mensen werkzaam zijn en de werkgelegenheid snel groeit.

Hoe verkeerd een plotselinge koerswijziging kan uitpakken, blijkt in Spanje. Dat besloot vorig jaar de subsidies op zonnepanelen drastisch te verlagen. Bestaande investeerders kwamen in de problemen. Nieuwe geldschieters laten zich er voorlopig niet meer zien.

Het Europees Parlement sprak vorige week wél een voorkeur uit voor een bindende doelstelling. „Anders bied je geen enkele zekerheid aan een opkomende industrie, waardoor na 2020 de kans groot is dat investeringen stokken in landen waar duurzame energie nog in de kinderschoenen staat”, zegt Eickhout. Hedegaarde twitterde meteen: „Heel blij dat er sterke steun is voor klimaatambities.”

Dat duurzame energie de toekomst heeft, wordt in weinig hoofdsteden bestreden, zegt Egenhofer. Fossiele brandstoffen zijn nu eenmaal eindig. Het probleem is dat de energietransitie onder invloed van subsidies en goedkope Chinese zonnepanelen zo hard gaat dat het terugverdienen van de vaak reusachtige investeringen in de ‘oude wereld’ veel moeilijker is geworden. „Op de lange termijn zullen traditionele bedrijven fundamenteel veranderen of zelfs in hun huidige vorm verdwijnen”, zegt Egenhofer. Het nieuwe, minder dwingende klimaatbeleid van de Europese Commissie moet dat proces in feite minder pijnlijk maken.

Het was de Duitse bondskanselier Angela Merkel die in 2008 het bindende doel voor duurzame energie er doorheen drukte bij haar collega’s – Duitsland was dankzij massale subsidies op zonnepanelen toen al bezig aan een Energiewende. Het leek toen een goed idee. Maar daarna kwamen de problemen: veel lidstaten bleken niet goed voorbereid. Zo had het zonnige Spanje al snel overcapaciteit, maar die kon zo de ‘prullenbak’ in omdat het Spaanse elektriciteitsnetwerk niet of onvoldoende op de rest van Europa was aangesloten.

Goedkope Duitse zonne-energie

Bovendien ondergroef duurzame energie bestaande bedrijfsmodellen. Zo kreeg de Nederlandse energiesector een klap door goedkope Duitse zonne-energie. Nederland was vorige week dan ook geen mede-ondertekenaar van de door milieuministers geschreven brief. Ook van Den Haag mag het beleid minder dwingend.

De Europese Commissie zal volgende week naar verwachting een ‘revolutie van onderaf’ bepleiten: geen bindende doelstelling, maar wel maatregelen om de ‘interconnectie’ tussen landen te verbeteren en opslagcapaciteit te bouwen.

Ook moet het principe van ‘de vervuiler betaalt’ weer van kracht worden door het op dit moment volstrekt niet werkende systeem van emissiehandel (ETS) te hervormen (zie inzet). „We willen de omstandigheden scheppen waarin duurzame energie kan gedijen en lidstaten tegelijkertijd meer keuzevrijheid bieden”, zegt een ingewijde. Lidstaten krijgen straks één bindende doelstelling, voor het terugdringen van uitstoot, maar mogen zelf bepalen hoe ze die invullen. Daarmee krijgen klassieke bedrijven volgens Eickhout hun zin.

Ook over die CO2-doelstelling is het laatste woord nog niet gezegd. De EU wil in 2050 ‘energieneutraal’ zijn, dat wil zeggen: de uitstoot moet dan met minstens 80 procent zijn teruggebracht, als bijdrage tegen de opwarming van de aarde. In 2011 werd becijferd dat hiervoor een reductie van tenminste 40 procent nodig is in 2030. De druk om daar 35 procent van te maken is echter groot. Hedegaard vindt dat te weinig: zonder veel extra inspanning ligt zo’n reductie nu al binnen handbereik.

Mede door de krimp waarmee vrijwel alle Europese economieën in de afgelopen jaren te kampen hadden, is het terugdringen van broeikasgassen harder gegaan dan verwacht. De doelstelling van 20 procent reductie in 2020 wordt waarschijnlijk eenvoudig gehaald. Daardoor is het ambitieniveau van lidstaten verminderd. Voor het klimaat was de crisis op korte termijn misschien een zegen. Voor het Europese klimaatbeleid is het dat niet.