De moord op Lolita als cold case

Illustratie Thinkstock

De boekcover toont een schilderij van Edward Hopper: een verstild beeld van een lege Amerikaanse kruising, een Esso-benzinestation, een autoband in de rechteronderhoek, een paar verlaten uitziende huizen in pasteltint en een lelijke elektriciteitspaal precies in het midden. Portrait of New Orleans, luidt de titel van het schilderij uit 1950. Het is een op en top Amerikaanse cover van een Franstalige roman.

Sterker nog, niet alleen het uiterlijk van het boek is Amerikaans, inhoudelijk is het ook uitermate on-Frans. Toch werd de roman bekroond door Frankrijks meest Franse, taalkundig meest puriteinse instelling, de Académie fFrançaise.

Het boek met die Hoppercover is getiteld De waarheid over de zaak Quebert en is van de hand van Joël Dicker. Het is een vuistdikke thriller, een psychologisch drama en een doe-het-zelf-boek voor de beginnende schrijver – de moord op Lolita als cold case. De beroemde Amerikaanse schrijver Harry Quebert, woonachtig in Aurora, New Hampshire, wordt ervan beschuldigd een 15-jarig meisje te hebben vermoord, met wie hij een affaire had – 35 jaar geleden welteverstaan. Bij de aanplant van een nieuw hortensiaperk in zijn tuin is het lijk van het meisje, dat destijds spoorloos verdween, opgedoken. Het is nationaal nieuws, het stadje staat op zijn kop, gelieerde oude affaires worden hot en de politie start een nieuw onderzoek. Terwijl de oude schrijver zich in zijn cel voorbereidt op de doodstraf, gaat zijn jongere collega en pupil, de verteller van het boek, zelf op zoek naar wat de toedracht van de moord geweest zou kunnen zijn. Zijn writer’s block is in één klap doorbroken en met het relaas over zijn mentors ondergang én wederopstanding stelt hij meteen zijn eigen financiële toekomst veilig.

Het is een ongekend spannend boek dat een prettig soort ongeduldige irritatie oproept vanwege de eindeloze zijpaden die de auteur je instuurt. Dicker dwingt je tot slow reading, terwijl je nu juist flink gas wil geven. Hoogliterair is het allemaal niet, wel erg onderhoudend. De auteur, een 29-jarige jurist uit Genève, brengt het hele Hopperschilderij tot leven, van het café waar Quebert zijn eigen tafeltje had tot het politiebureau, de buren en de winkeliers. Iedereen heeft zo zijn afwijkingen, obsessies en geheimen die hij liever niet onthuld ziet worden.