Copernicus, Darwin, Freud en Snowden

Hollanders zijn een praktisch volkje, Duitsers neigen meer naar het filosofische. Het eerste bleek deze week weer eens uit het advies van officier van Justitie Lodewijk van Zwieten, die mensen met een computer of tablet adviseerde een pleister over hun webcam te plakken, om meegluren van kwaadwilligen te voorkomen.

Het is onvoldoende om je te beschermen, schreef redacteur Marc Hijink in deze krant, maar de kans op misbruik van beelden is wel kleiner. Kortom: je privacy ben je hoe dan ook kwijt, maar zo heb je toch het gevoel dat je het gluurders, spionnen en criminelen een beetje moeilijker maakt.

In Duitsland is men, zoals bekend, minder laconiek over dit soort zaken. Al lang heerst er daar grote onvrede over de gretigheid waarmee bedrijven als Facebook en Google informatie verzamelen. Maar het schandaal rond de inlichtingendienst NSA heeft de argwaan over de digitale vooruitgang doen omslaan in afschuw.

Terwijl Amerika discussieert over de vraag of klokkenluider Edward Snowden amnestie verdient of niet, en terwijl Nederland aan het hannesen is met stickers en pleisters om tenminste in eigen huis nog enige privacy te hebben, heeft Duitsland zijn tanden al gezet in de filosofische vraag: wat betekent de alomtegenwoordigheid van het digitale toezicht eigenlijk voor Het Wezen van de Mens?

Dat klinkt hoogdravend. Maar voor de Duitse blogger Sascha Lobo, een internetexpert met rode hanekam en een goed gevoel voor de tijdgeest, is het een dramatische kwestie. De onthullingen van de NSA hebben hem duidelijk gemaakt, schreef hij deze week in een hartenkreet in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, dat hij, en veel anderen, ongelooflijk naïef zijn geweest over het internet. Dat prachtige internet, die onbegrensde digitale speeltuin, instrument van democratie en vrijheid, wordt gebruikt voor het exacte tegendeel: volledig toezicht en controle. Beschaamd schrijft hij hoe opgetogen hij was toen Obama ging twitteren: eindelijk nam de politiek het internet serieus! Maar de politiek had toen allang miljarden geïnvesteerd in het aftappen van internet, „veel serieuzer had men het niet kunnen nemen”.

Het is de grote ontnuchtering van deze tijd, schrijft Sascha Lobo. Hij gebruikt het woord Kränkung, wat ook krenking kan betekenen, en wond – zij het een psychologische, en niet zo één waar je een pleistertje op plakt. Volgens Freud heeft de eigenwaarde van de mens drie grote kwetsuren opgelopen. Copernicus ontnam de mens de illusie dat de aarde het middelpunt van het heelal was. Darwin ontnam hem zijn speciale positie in de natuur, door te laten zien dat hij een product is van de evolutie en afstamt van de dieren. En Freud zélf benadrukte de grote rol van het onbewuste in het menselijk gedrag – opnieuw een ontluisterende constatering voor de mens, die nu ook geen heer en meester van het eigen denken en handelen bleek te zijn.

De vierde grote ontnuchtering beleven we nu, schrijft Lobo. Door de onthullingen van Snowden is tot de mensheid doorgedrongen dat die prachtige digitale technologie het individu overlevert aan bedrijven, geheime diensten en andere snuffelaars.

Lobo is bitter, verslagen en woedend – als een victoriaanse dame die tot haar afgrijzen ontdekt dat ze van de apen afstamt. Maar je kunt ook zeggen: we wéten het nu tenminste, we zijn weer een illusie armer.

Zeker is wel dat het iedereen aangaat. Want het internet is niet alleen overal, het is ook steeds meer met zijn gebruikers aan het vergroeien: straks ook aanwezig in de auto, de bril, de thermostaat en de televisie. Hoeveel wakende (en slapende!) uren is de mens straks nog los van het net? Zo bezien is het zo gek nog niet om te beweren dat het wezen van de mens hierdoor wel moet veranderen.