Blijven staan in de zon

Vanaf het moment dat ik als jongetje op voetbal zat, ervoer ik het missen van een wedstrijd als extreem problematisch. Tijdens onvermijdelijke familieweekenden wist ik mijn vader vaak zo gek te krijgen om mij ruim tweehonderd kilometer heen en weer te chaufferen, en die enkele keren dat ik op zaterdagochtend ziek was kon ik het meestal tot na het laatste fluitsignaal voor mijn moeder verbergen. Op latere leeftijd was het niet anders. Ik zat op voetbal, dus stond ik elke week op het veld. Heel Erg Belangrijke verjaardagen en zelfs een romantisch weekendje Parijs werden resoluut afgezegd.

„Eén wedstrijdje zonder jou kan toch wel?”

„Nee, schatje. Liever niet.”

Nu ben ik scheidsrechter en mist niemand me als ik een keertje niet kom. De KNVB zet gewoon een andere scheids op de wedstrijd en de spelers weten niet eens dat ík er eigenlijk had moeten staan. Toch voelt het nog steeds als hoogverraad en dus is de winterstop de enige en ideale periode voor een kortstondige zonvakantie.

Mijn vriendin en ik wandelen door een schilderachtig Spaans dorpje richting een welverdiend terras. Eerst langs het bakkertje, dan de school, daarna het voetbalveld. Hé, er is een wedstrijd aan de gang.

„Heel even kijken”, stel ik voor. Mijn vriendin weet wat „heel even” betekent en haalt twee colaatjes in een tot kantine omgedoopte schuur. Ik aanschouw ondertussen een matig potje voetbal en bewonder vooral de naar schatting meer dan honderdvijftig kilo wegende scheidsrechter die slechts bij hoge uitzondering de middencirkel verlaat.

Na de rust (ja, we staan er nog steeds) gebeurt er iets geks. De spelers van de rivaliserende dorpsclubs wisselen van speelhelft, maar de grensrechters niet. In het Nederlandse amateurvoetbal staan de clubvlaggers altijd aan de kant van hun eigen ploegje. Dat betekent dat ze in vrijwel alles buitenspel zien, de vlag daardoor continu wappert en de gemiddelde scheidsrechter zijn zogenaamde assistenten nooit echt kan vertrouwen.

In mijn beste Spaans vraag ik aan een supporter langs de lijn of de grensrechters nu ook niet van helft moeten wisselen. Hij verstaat me wel, maar begrijpt me niet. Wisselen? Waarom zouden ze?

Even later krijgt een spits de bal op het randje van buitenspel aangespeeld en verdomd als het niet waar is: de grens steekt zijn vlag de lucht in. Heeft die vent nou net werkelijk zijn eigen speler een geweldige scoringskans ontnomen? Ik sta versteld, maar wie weet is dit wel dé remedie tegen valsvlaggerij. Want zouden grensrechters zich twee helften totaal verschillend durven te gedragen? Eén helft voor alles vlaggen en de andere helft voor niets is wat al te opvallend. Bovendien doorbreekt het niet wisselen van speelhelft het ingesleten gedragspatroon van altijd maar die arm de lucht in steken.

Bij terugkomst in het koude Nederland moet ik het misschien eens een keertje uitproberen. Ik ben benieuwd of de grensrechters er warm voor lopen.