Westen praat weer met Assad

Assad wordt voor het Westen minder onaantrekkelijk. Inlichtingendiensten uit Europa praten met het regime over de strijd tegen jihadisten.

Halverwege 2011 begonnen westerse leiders de onvermijdelijkheid te onderstrepen van de val van het Syrische regime. De Amerikaanse president Obama zei twee jaar geleden dat de val van president Bashar al-Assad niet een kwestie van of, maar wanneer was. Ambassadeurs werden teruggetrokken. Contacten met het regime waren uit den boze.

Maar de groeiende rol van met Al-Qaeda verbonden extremisten in de Syrische opstand en vooral de betrokkenheid van Europese jihadisten hebben die situatie ingrijpend gewijzigd. Westerse landen maken zich ernstig zorgen over de gevolgen voor de eigen veiligheid. Daardoor is het regime van Assad, dat berucht is om zijn keiharde onderdrukking van opposanten, feitelijk minder onaantrekkelijk en onaanraakbaar geworden. Dat het bijvoorbeeld meer dan duizend burgers heeft omgebracht met een gifgasaanval in Damascus, is minder belangrijk.

In dit kader hebben leden van Europese inlichtingendiensten de afgelopen maanden in Damascus met het regime gesproken, onder wie Assads veiligheidschef, Ali Mamlouk. Hij staat sinds 2011 op de sanctielijst van de Europese Unie wegens „betrokkenheid bij geweld tegen demonstranten”.

Volgens The Wall Street Journal beet een gepensioneerde functionaris van de Britse MI6 in de zomer het spits af. Hij werd volgens de bronnen van de krant gevolgd door vertegenwoordigers van Duitse, Franse en Spaanse inlichtingendiensten.

De Syrische onderminister van Buitenlandse Zaken Faisal al-Mokdad zei gisteren ook dat landen – hij wilde geen namen noemen – om veiligheidssamenwerking hadden gevraagd. Voorzover bekend zijn meer dan 1.200 Europeanen naar Syrië gereisd om de strijd met Assads regime aan te binden. In Europa bestaat grote bezorgdheid dat zij daar verder radicaliseren en na terugkeer terreuraanslagen zullen plegen. „Enkele Nederlanders lijken niet terug te deinzen voor extreem geweld. Door het lange verblijf in Syrië groeit de strijdervaring en mogelijk ook de strijdvaardigheid”, schreef de Nederlandse minister van Veiligheid en Justitie, Ivo Opstelten (VVD), in november. Uit Nederland zouden ruim 100 jihadisten naar Syrië zijn gegaan; een aantal is volgens Opstelten geradicaliseerd teruggekeerd.

Syrische niet-jihadistische oppositievertegenwoordigers zijn bang dat de contacten van westerse inlichtingendiensten met Assads regime leiden tot verdere toenadering. Inderdaad hebben de laatste maanden (oud-)politici en –diplomaten westerse regeringen opgeroepen tegen de achtergrond van het groeiend jihadisme na te denken over samenwerking met Syrië.

De invloedrijke Amerikaanse oud-ambassadeur in Syrië en Irak, Ryan Crocker, zei vorige maand in The New York Times dat het tijd was „weer te gaan praten met het Assad-regime”. „Hoe slecht hij ook is, hij is niet zo slecht als de jihadisten die het [bewind] zouden overnemen als hij er niet meer was.” Dergelijke oproepen werden sinds het begin van de opstand tegen het Syrische regime alleen door Assads bondgenoten gedaan.

Meer gematigde rebellen beschuldigen Assads regime van heimelijke steun aan de jihadisten – met name vertegenwoordigd door de Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIS) en het Nusrafront. Assads troepen zouden de Al-Qaeda-groepen ISIS en Nusra hebben gespaard in hun offensieven tegen rebellen. Hoe zichtbaarder immers de extremisten zijn, des te acceptabeler het regime oogt. Maar van zo’n opzet is geen hard bewijs.

Behalve de opkomst van extremistische groepen vormt ook de structurele verdeeldheid van de politieke oppositie een groot probleem voor het Westen. De VS en Europese landen hebben zich met advies en veel geld ingespannen de politieke oppositie om te vormen tot een geloofwaardig alternatief voor Assad. Maar een week vóór de door de VS en Rusland georganiseerde vredesconferentie moet beginnen, is deze Syrische Nationale Coalitie nog intern zeer verdeeld over deelname. Groot-Brittannië en de VS hebben gewaarschuwd dat zij hun handen van de organisatie zullen aftrekken als zij niet in Montreux aanwezig is. Assads regime zal er in elk geval wel zijn.