Waarom we naar Mars moeten

Verreweg de belangrijkste reden om naar Mars te gaan is zelfbehoud, betoogt Pepijn Vloemans. Er is zóveel dreiging op aarde dat Mars de enige uitweg lijkt.

In de zomer van 2011 stelde de ex-wielrenner Thijs Zonneveld (1980) in zijn column op nu.nl voor een berg in de Nederlandse polder te plaatsen, ‘met skipistes, een weg vol haarspelden, bobsleebanen en een Thialf in de ijle lucht’. Thijs’ berg kreeg onverwacht grote bijval. Er volgden steunbetuigingen, sponsors en een website (diebergkomter.nl).

Ik begrijp het hemelbestormende enthousiasme goed. Het getuigt van een verlangen onszelf te overstijgen, het onmogelijke te willen bereiken. De mens is een naar avonturen hunkerend dier.

Het grootste avontuur aller tijden – de kolonisatie van de ruimte – leek onder een laag stof bedolven. Alleen in de uiterst korte periode van 1969 tot 1972 zijn er zes bemande Apollomissies naar de maan geweest. Ik baal ervan dat ik dat niet heb meegemaakt. Het Amerikaanse ruimtevaartsucces heeft miljoenen kinderen laten dromen en velen doen besluiten technische vakken te studeren. Korte tijd heerste er het euforische gevoel dat alles mogelijk was. Je kunt moeilijk zeggen dat de karretjes die nu over Mars rijden, of het Chinese wagentje dat onlangs op de maan landde, dezelfde geestdrift opwekken. Machines wekken vooralsnog beperkte sympathie.

Generaties kinderen groeien nu op zonder de inspiratie van bemande ruimtevaart. Er is maar één oplossing: mensen naar Mars sturen. Een bemande reis naar Mars zou het grootste collectieve avontuur van de mensheid worden sinds de Apollomissies. En het zou een avontuur zijn dat ook de thuisblijvers zal inspireren. „Er ging maar een handvol mensen [naar de maan],” zegt Elon Musk, CEO van rakettenbouwer SpaceX, „maar eigenlijk ging de hele mensheid mee.”

Mars is minder makkelijk te bereiken. De planeet is zo’n 60 tot 200 miljoen kilometer van de aarde verwijderd: in het gunstigste geval duurt een reis een half jaar. Het gevaar van zonnevlammen en kosmische straling is groot. Eenmaal aangekomen wacht de bemanning een ijskoude ontvangst: de temperatuur op de rode planeet komt overdag zelden boven het vriespunt. Psychologisch is het ook afzien. De kleine crew zal permanent op elkaars lippen zitten én zich nog nooit zo verlaten gevoeld hebben want door de afstand is er een minutenlange vertraging in alle communicatie met de aarde.

Maar dit soort avonturen is ook niet bedoeld om gemakkelijk te zijn, wist president John F. Kennedy al. „We kozen ervoor dit decennium naar de maan te gaan en de andere dingen te doen”, zo kondigde hij in 1962 het Apollo-programma aan. „Niet omdat ze gemakkelijk zijn, maar omdat ze moeilijk zijn.” Minder dan zeven jaar later zette Neil Armstrong zijn grote stap. Daar bleef het ook zo’n beetje bij, want niemand had bedacht wat ze daarna op de maan wilden doen.

Gelijkenis met de aarde

Met Mars is het anders. Daar hebben we werkelijk wat te zoeken: ruimte. Mars lijkt verrassend veel op de aarde. Lang geleden heeft er zelfs water gestroomd, zodat er vertrouwde beddingen van meren en rivieren liggen. Een etmaal duurt er ongeveer 24 uur. Met 38 procent van de zwaartekracht is het een fijne plaats om met pensioen te gaan (en wereldrecords te breken). En de kers op de taart? Er is ruimschoots water in de vorm van ijs aanwezig. Volgens wetenschappers biedt Mars de mensheid een wereld van groei.

Groei brengt vrede

En groei hebben we nodig. Sterker nog, economische groei lijkt in de geschiedenis een vereiste voor vrede te zijn. Wanneer de groei stopt, moeten we rijkdom herverdelen – vaak een pijnlijke operatie, die gepaard gaat met geweld. Vooralsnog is het einde van economische groei op aarde niet in zicht, maar met een voorspelde negen miljard mensen rond 2050 hebben we wel nieuwe ‘frontiers’ nodig. Nieuw is deze expansie overigens niet – de geschiedenis van de mensheid is een lange optocht van kolonisatoren die zochten naar onontgonnen land. Amerika en Australië zijn daar nu het beste voorbeeld van. Mars ligt in het verlengde van die oude expansiedrift van de mensheid.

Ik hoor je al zeggen: er zijn belangrijkere problemen op te lossen. Honger, ziekte, werkloosheid, milieu. Maar bekijk het eens zo: een missie naar Mars zal een impuls geven aan kankeronderzoek (Marsreizigers worden blootgesteld aan gevaarlijke straling) en recycling van voedsel en water (ze hebben weinig grondstoffen aan boord). Het Apollo-programma stond aan de wieg van onvoorziene technieken als gps (waardoor vandaag je TomTom werkt), de smartphonecomputerchip en het internet. Wat de Marsmissie ons precies gaat opleveren, is niet duidelijk – maar dat de missie een impuls betekent voor innovatie en economie staat vast.

„Er zijn twee momenten waarop mensen echt innoveren: tijdens ontdekkingstochten en tijdens oorlog”, schrijft Bas Lansdorp, de oprichter van Mars One, een Nederlandse organisatie die deelnemers voor een Marsmissie selecteert. „En ik houd niet van oorlog.”

Een bemande reis naar Mars jaagt groei en innovatie aan, maar verreweg de belangrijkste reden om naar Mars te gaan, is zelfbehoud. We kunnen nog zoveel robots sturen, maar die helpen ons niet te overleven als het hier goed misgaat. In tegenstelling tot Zonnevelds polderberg heeft een Marsmissie echt nut: het is de eerste stap naar een permanente Marsbasis. En zo’n planetaire buitenpost is een levensverzekering voor de mensheid zelf. Het is of naar Mars gaan, of vroeg of laat uitsterven.

„De toekomst van de mensheid kan twee kanten op”, vat Elon Musk het samen. „Of ze wordt multiplanetair, of we blijven opgesloten op aarde en dan komt er een moment waarop we uitsterven.”

Rampzaligste ongelukken

Hij heeft gelijk. Als we met historische bril naar de geschiedenis van de mensheid kijken, is het een wonder dat de mens überhaupt bestaat. Op een tijdschaal van miljoenen jaren gebeuren er aan de lopende band de rampzaligste ongelukken. Sinds haar bestaan wordt de aarde bestookt met meteorietinslagen van Bijbelse proporties, terwijl catastrofale vulkaanuitbarstingen eens in de paar miljoen jaar de aarde met een dikke deken van as verstikken.

Alsof dit nog niet genoeg is, heeft de mens zelf een paar nieuwe gevaren geïntroduceerd, zoals virussen en kernoorlogen. En dat is nog maar de catalogus van bekende dreigingen. Gammaflitsen, of God weet wat het heelal verder voor ons in petto heeft, kunnen ons van de ene op de andere dag een enkeltje geschiedenis geven – vrijwel alle grote rampen en gebeurtenissen kwamen onverwacht. Kortom: Mars koloniseren is eigenlijk heel logisch.

Oh, en had ik al gezegd wat ons te wachten staat als we er eenmaal zijn? Juist: Olympus Mons. Met bijna 22 kilometer de hoogste berg van ons zonnestelstel.

Gróter denken, Thijs.