Column

Volendam in Cuba en andere botsingen

Nick,Kees enSimon voor de TROS in Cuba.

Die videoclip van Rosanne van Nick & Simon? Die is zó mooi. Die moet opgenomen worden op de Werelderfgoedlijst van Unesco, zegt Kees Tol. Of op zijn Volendams: „It must opgenoemd worre in ’t Werelderfgoedlaast van Unesco.”

Voor het TROS-programma Caribbean Dream maakt presentator Kees Tol met het zangduo Nick & Simon een muzikale reis door Cuba en Jamaica. Zoals ze eerder naar het Zuiden van de VS en Zuid-Afrika gingen. Tol is officieel mee als manager, maar eigenlijk voor de vrolijkheid.

Net als die eerdere reeksen is dit een opvallend leuk programma, ook voor mensen die niet de liedjes van Nick & Simon grijs draaien. Dat komt door het plezier, de humor en de liefde voor muziek die er uit spreken, en de aardige botsing van de exotische culturen met de Volendamse boertigheid, versterkt doordat de drie in Volendams dialect praten. En je steekt er nog wat van op ook: doordat het communistisch regime mondjesmaat vrije handel toestaat, verdient een vrijgevestigde kapper in Havana op een ochtend meer dan een staatsarts in een maand. Zo rekenen de drie ons voor. Maar welke Cubaan kan zulke kapperstarieven betalen? Wie knipt die arts? De berekening van het kapperssalaris is dan ook gebaseerd op wat Nick betaalt voor een scheerbeurt. Eigenlijk was de les dus: toerist Nick laat zich scheren voor een Cubaans maandsalaris.

Het doel is om zoveel mogelijk samen te spelen met plaatselijke musici. Anders dan in Amerika weten ze niets van de lokale muziek, dus weten ze niet zo goed wat ze aanmoeten met beroemdheden als Melvis Santa en Kelvis Ochoa. Ze spelen ter kennismaking bijvoorbeeld La Bamba. Dat is niet Cubaans, maar Mexicaans-Amerikaans en nogal afgezaagd. Een kijker twitterde: „Hoe zouden Nick en Simon het vinden als er in Volendam een paar Cubanen Altijd is Kortjakje Ziek zingen?”

Heviger botsingen van culturen toont Het land van aankomst, de documentairereeks die René Roelofs maakte met schrijver Paul Scheffer. Eerder muntte Scheffer de term ‘multicultureel drama’ en droeg zo bij aan de bekrompen vreemdelingenangst die Nederland al een decennium teistert. Deze aflevering maakt het er niet beter op. In een indrukwekkende montage tonen Scheffer en Roelofs vijftig minuten lang rassenrellen in Europa, gelardeerd met populistische politici die de verbale munitie leveren. Veel steek je er echter niet van op. De beeldenreeks onderstreept vooral Scheffers dunne stelling dat migratie altijd leidt tot spanning.

Wat de reeks toch waardevol maakt, is het Europese perspectief. We schakelen snel heen weer van Nederland naar Duitsland, Frankrijk, Engeland, Zweden en België en zien zo dat die landen allemaal eenzelfde ontwikkeling doormaken. Researcher Gerard Nijssen (Andere Tijden) zou een research-Emmy moeten krijgen voor de rijkdom aan beelden die hij heeft opgegraven. Schokkend zijn de rassenrellen in Rotterdam (1972!), of toenmalig premier Lubbers die Arabisch praat. In een debat met de Britse politicus Enoch Powell, die vindt dat migranten ‘terug naar hun land’ moeten, vraagt een meisje in het publiek: Mijn ouders komen uit Nigeria en Ghana, ik ben geboren in Londen. Waar wilt u dat ik naartoe ga?