De in V-vorm vliegende ibis past zijn vleugelslag aan aan de ibis die voor hem vliegt

Foto Nature / Markus Unsöld

Dit is een Noordelijke kale ibis, op trektocht boven Toscane. Engelse en Duitse biologen hebben ontdekt dat ibissen die in een V-vorm vliegen continu hun vleugelstand aanpassen aan die van hun voorganger. Hierdoor maken ze maximaal gebruik van de opwaartse luchtstroom die hun voorganger voor hen creëert. De onderzoekers schrijven dit vandaag in Nature.

De V-vorm is een bekend vliegpatroon van migrerende vogels. De voorste vogel (die vaak wisselt) verbruikt de meeste energie, de andere vogels profiteren van de luchtstroom die door de V-vorm ontstaat. Het nieuwe onderzoek maakt precies duidelijk waar de energiebesparing door ontstaat. De onderzoekers bestudeerden een groep van 14 noordelijke kale ibissen op hun tocht van Oostenrijk naar Midden Italië. De onderzoekers maten de positie, bewegingen en vliegrichting van deze 14 ibissen met een apparaatje aan de poot van de vogel. De onderzoekers hadden de ibissen zelf grootgebracht: alles wat ze hoefden te doen om de vogels in een V-vorm te krijgen, was op kop vliegen met een ultralight vliegtuigje. De ibissen volgden vanzelf. Binnen vijf minuten hadden de ibissen hun positie in de V-vorm aangenomen, allemaal zo’n 1,2 meter schuin achter elkaar en met de vleugels continu in een hoek van 45 graden met die van hun voorganger. De onderzoekers noemen het een bijzondere prestatie van de ibis om een soortgenoot zo goed in de gaten te houden en zijn eigen positie en motoriek hier op aan te passen. Zo’n vaardigheid hielden ze niet voor mogelijk bij vogels.