Thomas Azier: gejaagde vocalen

Foto Ben Roth

Wat is het wachten op de debuutplaat van Thomas Azier (25). Al een tijd gonst het rond deze jonge elektropopartiest, zeker sinds hij in 2012 zijn EP Hylas 001 op Noorderslag liet horen. En intussen is er veel gebeurd: tournees met Woodkid in Amerika, diverse labeldeals zoals die met het New Yorkse Casablanca Records dat ook Chase & Status, Scissor Sisters en Tiësto in de stal heeft. Razend druk heeft Azier het met het schrijven voor andere relevante nieuwe acts. Zo heeft hij meegewerkt aan de cd van de Belgische sensatie Stromae, in wiens voorprogramma Azier de afgelopen maanden stond. En eigenlijk zou het er afgelopen zomer echt van komen, die eigen plaat, en toch bleef het bij de single Ghostcity. Maar op 10 maart komt dan eindelijk zijn cd Hylas uit.

Sinds zijn negentiende opereert de in Leiden geboren Azier als onafhankelijke muziekgeest vanuit Berlijn – intussen een inspirerende leefomgeving voor veel Nederlandse artiesten. Het Nederlandse popklimaat was hem „te safe”. In Berlijn laat hij zich uitdagen en inspireren. Zo schijnt hij intussen te beschikken over zo’n honderd voltooide nummers en denkt hij al drie albums verder. Maar Azier liet er in een lab voor elektronische kunst bijvoorbeeld ook de video opnemen bij Ghostcity, met camera’s uit een Xbox.

Als performer is Azier een zeer bewegelijke persoonlijkheid, de zaal opjuttend boven de beats, almaar zijn sounds manipulerend aan de knoppen. Met een batterij aan synthesizers bouwt hij zijn muziek prikkelend op tot melodieus modulerende dance. Gejaagde vocalen en theatrale uithalen geven een popgevoel in de richting van New Order en Depeche Mode, maar de donkerheid, het gelaagde en het abstracte refereren ook aan de grotere technopioniers van zijn woonplaats. „Popmuziek die explodeert in je gezicht”, zei hij zelf eens.