Column

Stille verwijten

Hoe meet je eigenlijk het ‘proeven van onbegrip’ en het krijgen van ‘stille verwijten’? Dat vroeg ik me af toen ik dinsdag in NRC Handelsblad las over het onderzoek van Justine Ruitenberg, die gisteren aan de Universiteit van Amsterdam zou promoveren op de keuze van Nederlandse moeders voor parttime of fulltime werk. Haar conclusie luidt dat deeltijd de norm is. Waarom? Omdat de 10 procent van de Nederlandse moeders die zich aan een fulltimebaan waagt, onbegrip zou ‘proeven’ en ‘stille verwijten’ hoort. In de titel van het proefschrift staat Socialized Choices. Maar hier lijkt eerder sprake van perceptie.

Schakelen we over naar het hoofdartikel van NRC over dit onderzoek, dat nog eens stelde dat het niet goed is om vrouwen met een voltijdbaan een rotgevoel te geven. Helemaal mee eens. Moet iedereen zelf weten. Maar kunnen we het dan ook even hebben over de stille verwijten aan het adres van parttimers waarin dit soort boodschappen steeds vaker wordt verpakt? Mijn krant hekelt terecht de norm die het zorgen als de eerste taak van moeders beschouwt. Maar daarna volgt, als slotzin: „En die wordt opgedrongen aan de vrouwen (en de mannen) die wél hun verantwoordelijkheden nemen.”

Ik heb die zin een paar keer opnieuw gelezen: er wordt werkelijk gesuggereerd dat vrouwen die parttime werken hun verantwoordelijkheid niet nemen – promovendi van Nederland: ik ‘proef’ onbegrip.

(Bovendien gaat het hier over verantwoordelijkheden na een mogelijke echtscheiding, later. Maar zolang ouders zich in hun geruzie enigszins beheersen, is het voor kinderen vaak beter om bij elkaar te blijven. Scheiden doen volwassenen meestal voor zichzelf. Dus wie ontloopt hier nu eigenlijk zijn verantwoordelijkheden?)

Zelf ben ik ook niet dol op het zelfbewuste type hoogopgeleide ‘ma-di-do’-moeder, het soort vrouw dat tuttend over wellness superieur doet op haar bakfiets. Maar dat is een kwestie van smaak. De meesten lijken bij de pinken genoeg om zo nodig weer meer te gaan werken.

Maar de moeders die twee of drie dagen werken in bijvoorbeeld de thuiszorg? Of op alle andere plekken waar mensen nu op waardeloze contracten te weinig verdienen? En wie wil voor zo’n onzeker laag loon eigenlijk wél meer tijd besteden aan het schoonmaken van andermans wc dan aan haar eigen baby – tegen hoge kinderopvangkosten?

Wat ook te denken van alle vrouwen (en mannen) die stilletjes fulltime blijven werken in hun banen van vier dagen, die ze namen uit vrije wil, alleen om zonder gezeur flexibel te kunnen zijn wanneer dat thuis nodig is? Zou iemand eens willen promoveren op hoeveel dát de economie oplevert?

Het is not done om vrouwen met een fulltime baan te vragen hoe ze dat met hun gezin combineren. Maar zelf informeer ik er altijd gewoon naar, want ik kijk graag de kunst af. En aan mannen vraag ik het ook. (Vooral aan showvaders – met sardonisch plezier.)

Zou het niet nuttig zijn als we het taboe op deze hamvraag opheffen? Als we vrouwen, mannen, fulltimers én parttimers vragen: „Hoe doe jij het eigenlijk? En waarom?”