Spijtige teloorgang van het Holland Financial Centre

Sympathie voor de financiële sector. Dat klinkt tegenwoordig even controversieel als destijds de Rolling Stones-song uit 1968, Sympathy for the Devil. Maar bij het sluiten van het Holland Financial Centre (HFC) dat gisteren werd aangekondigd, mag sprake zijn van enige spijt.

In zekere zin hebben twee vallende banken het leven bepaald van het HFC, een publiek-private lobbyclub. Het was de commotie rond ABN Amro die het initiatief in 2007 begeleidde. De bank werd eerst aangevallen door een activistisch beleggingsfonds, probeerde vergeefs te vluchten in de armen van het Britse Barclays en werd alsnog overgenomen door drie banken, in een operatie die bij het uitbreken van de crisis hopeloos faalde. Sindsdien is ABN Amro in bezit van de staat.

Echter, het was de nationalisering van SNS Reaal, een jaar geleden, die het einde van het Holland Financial Centre inluidde. Niet alleen omdat de gewraakte topman van die falende bank ook de voorzitter van het HFC was. Minister Dijsselbloem (Financiën) liet daarna doorschemeren dat de instelling, waar de overheid aan meebetaalde, hem iets te intiem was: toezichthouders als de Nederlandsche Bank en de AFM, en de onder hun toezicht gestelde instellingen, hoorden niet in één club. Het bestuur van het HFC merkte daarna dat de private sector onvoldoende interesse had in een instelling waar de overheid niet aan deelnam en trok gisteren zijn conclusies.

De reden voor de oprichting van het HFC, dat vooral Nederland aantrekkelijker moest maken voor de financiële sector, is veel ouder dan die stichting zelf. Halverwege de jaren tachtig al was er de angst voor marginalisering van Nederland. Eerst toen in Londen met de ‘Big Bang’ de financiële sector werd geliberaliseerd en deze stad zich definitief ontwikkelde tot onbetwist centrum met grote zuigkracht op de omringende landen. Daarna bij de invoering van de euro, toen het zwaartepunt op het continent zich verlegde naar Frankfurt. Vandaar dat de overname en opdeling van ABN Amro zo zwaar vielen in Nederland.

Achteraf en zeker na de kredietcisis, mag worden geconcludeerd dat een te grote financiële sector op zijn minst geen voordeel hoeft te zijn voor een land. Iedereen herinnert zich nog de enorme schade. Maar diversiteit is belangrijk. Het HFC als kenniscentrum en vooral als kraamkamer van nieuwe ondernemingen lijkt wel degelijk bescheiden succes te hebben geboekt. Heeft de overheid daar een rol in? In principe niet, maar over staatsbetrokkenheid bij de promotie en indirecte steun van andere sectoren wordt doorgaans niet zo moeilijk gedaan. Aan de andere kant: dat de financiële sector zelf het HFC niet overeind wenste te houden, geeft blijk van een gebrek aan motivatie. Of van de erkenning dat de concurrentieslag met de grote centra al veel langer geleden werd verloren.