Slecht plan: meebetalen aan opsporen en celstraf

Een paar honderd tot een paar duizend euro voor de opsporing en vervolging. Maximaal 11.000 euro voor de celstraf. Die rekening wil het kabinet presenteren aan (onherroepelijk) veroordeelden, of aan de ouders van minderjarigen. Alles bij wijze van eigen bijdrage aan de kosten, zoals vastgelegd in het regeerakkoord.

Het is een eigentijdse uitwerking van het beginsel ‘de vervuiler betaalt’. Op zichzelf is daar niets op tegen. Maar ook in het strafrecht liggen tussen droom en daad nogal wat praktische bezwaren. Die hebben er in 1896 al toe geleid een dergelijk stelsel – van kosten verhalen op gedetineerden – af te schaffen. Omslachtig, kostbaar, onevenredig en contraproductief (want belemmerend voor de rehabilitatie) was toen het oordeel. Die bezwaren zijn er nog steeds.

Politiek interessant is dat de VVD-bewindslieden Opstelten en Teeven hier onverplicht deels het verkiezingsprogramma van de PVV uitvoeren. De VVD was (alleen) voorstander van het heffen van een eigen bijdrage bij de ouders van minderjarige daders. De PvdA wilde (ongespecificeerd) „geloofwaardige straffen”. De PVV wil álle gedetineerden laten betalen. Zó wordt het nu ook voorgesteld.

Dit is hoe dan ook een aanscherping van het strafklimaat, een voorbeeld van een collectieve maatregel die alle veroordeelden gelijk moet treffen. Van een toets naar draagkracht wil het kabinet namelijk niet horen. Dit is dus louter een verzwaring van de detentie, vergelijkbaar met het PVV-idee de cv in de cel lager te zetten.

Het kabinet zet de strafrechter buitenspel. Dit zou als een bestuursrechtelijke maatregel begrepen moeten worden die „niet punitief van aard is, waardoor betrokkenheid van de strafrechter evenmin voor de hand ligt”. Dat is zeer de vraag. Dit is niet de eerste keer dat de wetgever langs de weg van het bestuursrecht probeert hogere straffen uit te delen, met boetes, exorbitante leges of ‘administratieve kosten’. Op deze ‘eigen bijdrage’ zal de bestuursrechter toezien, en tegen diens uitspraak kan de gedetineerde in beroep gaan. Gelukkig maar – in een rechtsstaat valt de rechter nu eenmaal niet te omzeilen, hoe graag de macht dat ook zou willen.

Ook als de strafrechter geen invloed heeft op deze heffing, wil dat niet zeggen dat die niet zal meewegen bij de straftoemeting. Celstraf wordt immers zwaarder omdat er financiële consequenties zijn die nog tot ver na de straf kunnen duren. Dat kan dus in de praktijk leiden tot kortere celstraffen en meer alternatieve straffen. Al met al is het weer eens de vraag naar welk probleem deze oplossing op zoek is. Wie criminaliteit wil bestrijden, doet er, zoals algemeen bekend, beter aan de pakkans en de strafkans te verhogen dan de strafhoogte. Dit negentiende-eeuwse plannetje kan maar beter geschiedenis blijven.