Ouders zijn beter dan speciale school

Als ouders hun probleemkind beter benaderen, hoeven ze niet naar een speciale school.

Je zou denken dat kinderen met gedragsproblemen beter af zijn in het speciaal onderwijs. Maar uit het proefschrift Children with emotional and behavioral disorders in special education, waar Regina Stoutjesdijk vandaag in Leiden op promoveert, blijkt iets anders. Zij stelt dat probleemkinderen evenveel vooruitgang boeken in het speciaal onderwijs als in het reguliere onderwijs.

Om welke kinderen gaat het precies?

„Om kinderen met een aandachttekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) en kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS). Ze vertonen onaangepast en storend gedrag, hun sociale vaardigheden zijn minder goed ontwikkeld en ze hebben moeite zich te concentreren. De kinderen hebben een gemiddeld IQ en een leerachterstand van een aantal maanden. De ouders zijn gemiddeld opgeleid en veelal van westerse komaf.”

En die kinderen doen het dus even goed in het speciaal als in het reguliere onderwijs?

„Ja, dat klopt. Ze boeken evenveel vooruitgang als het gaat om leerprestaties en gedrag.”

Waarom zitten ze dan eigenlijk in het speciaal onderwijs?

„We zien dat de keuze om een kind naar het speciaal onderwijs te sturen vaak niet afhangt van de ernst van de gedragsproblemen. Andere factoren spelen een rol, zoals een verstoorde relatie tussen ouder en kind, en bemoeienis van jeugdzorg op jonge leeftijd. Er zou meer oog moeten zijn voor de thuissituatie van het kind. Want je kunt je voorstellen dat afwijkend gedrag als een katalysator werkt in een probleemgezin. En dat de kinderen de ervaringen van thuis weer meenemen in hun gedrag op school. We zouden ouders dus meer moeten begeleiden in de opvoeding en de manier van communiceren met een kind met ADHD of ASS.”

En dan hoeven deze kinderen dus niet naar het speciaal onderwijs?

„Juist. Men verwacht dat het speciaal onderwijs meer kansen biedt. Er is daar meer expertise, de klassen zijn kleiner en er zijn bijvoorbeeld plekken waar kinderen zich even kunnen terugtrekken als ze overprikkeld zijn. Maar dit wordt tenietgedaan als er geen aandacht is voor de thuisproblematiek.”

Het ‘passend onderwijs’ zou volgens u uitkomst kunnen bieden.

„Bij dit nieuwe beleid moeten samenwerkingsverbanden van scholen een geschikte plek vinden voor probleemkinderen in het regulier onderwijs. Ze moeten daarbij nauw samenwerken met gemeenten – die verantwoordelijk worden voor de jeugdzorg. Dat biedt kansen; scholen kunnen samen met jeugdzorg de ouders en kinderen beter begeleiden.”