Op de rode pof

Spooksteden en lege vlieg- velden getuigden er al van, maar nu heeft de Chinese rekenkamer het ook officieel bevestigd: immense schulden verstikken het land en frustreren de wereldhandel.

In Tianducheng bij Hangzhou verrezen sinds 2007 niet alleen een replica van de Parijse EIffeltoren maar ook flatwoningen voor zeker tienduizend mensen. Er woont al jaren vrijwel niemand. Foto AP

Dikke pech voor de familie Wang in Rushan, een nieuwe badplaats aan de kust van de Oost-Chinese Zee in de provincie Shandong. Aan het ruime, luxueuze appartement met uitzicht op zee ligt het niet en toch voelen de ingenieur en zijn lesgevende vrouw zich ernstig bekocht.

„Pas toen wij van Beijing naar hier waren verhuisd, ontdekten wij dat er geen water uit de kraan komt en dat het huisvuil niet wordt opgehaald, omdat de stad zo diep in de schuld zit dat daar geen geld meer voor is”, vertelt wegenbouwer Wang Chayong (44) die net de afwas heeft gedaan met gebotteld water.

„Voor de dokter moeten wij anderhalf uur rijden, want er is hier niets en er komen ook geen voorzieningen, want de overheid heeft geen geld meer”, zegt lerares Chen Tian (39). Werk heeft zij hier nog niet gevonden, want de scholen blijven bij gebrek aan leerlingen dicht. Daarom rijdt zij elke dag naar metropool Qingdao – twee uur hen, twee uur terug.

Overzichtelijk leed misschien, maar dat neemt niet weg dat zij dagelijks ervaren dat China er een kolossaal probleem van eigen makelij bij heeft gekregen: ontwrichtende overheidsschulden. Tot 2008 financierde China zijn groei van gemiddeld 10 procent per jaar zonder noemenswaardige schulden. Maar sinds de tweede economie van de wereld zich vanaf 2008 „uit de crisis spendeert” groeit ook de schuldenberg.

Vooral provincies, steden en districten die door de superkeynesiaanse autoriteiten in Beijing zijn belast met het „maken van groei” zakken weg in rode cijfers. Aan flauwe woordspelingen in Chinese media over „de rode draak die verworden is tot een draak in het rood”, is geen gebrek.

Ook de Chinese autoriteiten zijn, net als internationale financiële analisten, gealarmeerd door de snelle groei van de schulden, vooral op lokaal en regionaal niveau. Over wild card China zal volgende week op het World Economic Forum in het Zwitserse Davos dan ook veel gepraat worden.

Spooksteden

In spooksteden als Rushan, dat in het kader van het stimuleren van de provinciale economie ruimte biedt aan 65.000 inwoners, wordt het probleem snel duidelijk. Er wonen, anderhalf jaar na oplevering van de fraaie appartementencomplexen, nog geen 700 gezinnen.

Het stadje kan in de winter zelfs de openbare centrale verwarming niet aanzetten. „Gelukkig hebben wij wel elektriciteit van het nationale stroombedrijf en kunnen wij onze elektrische kachel gebruiken, want anders woonden wij niet in een zomerpaleis maar in een ijspaleis”, zegt Chen Tian met een glimlach.

De stadsverwarming wordt pas aangesloten als 30 procent van de appartementen bewoond is. Dat is hier nog lang niet het geval. Op de meeste ramen van de zestig flats zit nog de beschermende fabrieksfolie, op de balkons hebben zich dikke lagen stof en zand. Op de begane grond zit nog geen enkele winkel en even verderop staan scholen en een pastelkleurig ziekenhuis leeg. Er is – en dat is misschien wel het meest opmerkelijk – geen auto op de brede boulevards te bekennen.

Niet alleen hier ontwaken bestuurders en bewoners ruw uit de Chinese Droom. Tientallen steden en een geheim aantal provincies moeten ambtenaren ontslaan en projecten staken. Net als de Amerikaanse probleemstad Detroit gebruiken sommige steden pensioenfondsen om lopende rekeningen te betalen. In de provincies Gansu en Qinghai hebben ambtenaren opdracht gekregen bij vrienden en familie fondsen te werven anders raken zij hun baan en pensioen kwijt. Geen week gaat voorbij of Chinese kranten onthullen piramide-achtige constructies, bedacht door inventieve ambtenaren die naarstig op zoek zijn naar geld.

„Het wemelt van de voorbeelden van plaatsen waar de autoriteiten de statistieken hebben opgelierd om goede sier te maken, maar waar de nieuwbouwprojecten niets opleveren”, zegt Patrick Chovanec, tot voor kort hoogleraar staatsfinanciën aan de Tsinghua Universiteit in Beijing en nu werkzaam in New York. Iedere reiziger kent die Gotham-achtige wijken met gebouwen van dertig, veertig etages waar ’s avonds geen enkel licht brandt. Om van lege autowegen, overbodige vliegvelden of gesloten themaparken met wegroestende Eiffeltorens niet te spreken.

Nachtmerrie

Het hele punt is, aldus Chovanec in een telefonisch gesprek, dat het huidige Chinese groeimodel, dat gebaseerd is op exporteren en op lenen, lenen en nog eens lenen, onhoudbaar is geworden. „Geen land ter wereld, zelfs China met grote bezittingen en buitenlandse deviezen, kan het zich niet permitteren dat de kredieten sneller groeien dan de economie. Het kan niet anders of sommige Chinese leiders hebben nachtmerries van de cijfers. Maar dat kunnen zij nooit zeggen, want dan veroorzaken zij mondiale paniek.”

Vooral het tempo waarin schulden zijn gemaakt is alarmerend, vindt Chovanec. „Er komt een moment, ik weet niet wanneer maar ik denk over een paar jaar, dat de voortdenderende trein crasht. De kernvraag is natuurlijk hoe omvangrijk het aandeel van slechte leningen in het geheel is. Het officiële cijfer is 1 procent. Dat is totaal ongeloofwaardig. Ik vermoed dat het sommige regio’s meer dan 40 procent is.”

Tot medio 2013 deden de Chinese autoriteiten alsof er weinig aan de hand was, hoewel de banken al in 2011 opdracht kregen de geldkranen naar de lokale overheden dicht te draaien. Zoals vaker in China werden de orders van ‘Het Centrum’ genegeerd en zochten plaatselijke bestuurders hun heil bij de zogenoemde schaduwbanken: vaak bedrijven, rijkelui of netwerken van kleine spaarders die op zoek zijn naar hoge rendementen. De omvang van deze ongrijpbare sector wordt geschat op 2.500 miljard euro.

Lokale overheden zijn tot nu toe niet serieus gedwongen om orde op zaken te stellen. De autoriteiten willen het internationale succesverhaal niet bederven met naargeestige financiële details, laat staan met openheid over het rendement van al die prachtige stations, vliegvelden en kantoorwijken. En belangrijker: omwille van de politieke stabiliteit en het aanzien van de Communistische Partij moet de economie koste wat het kost groeien met aansprekende percentages.

Rekenkamer

De nieuwe premier Li Keqiang, die al voor zijn aantreden in maart vorig jaar vermoedde dat het huidige model onhoudbaar is, zette afgelopen de 554.000 inspecteurs van de Chinese rekenkamer opnieuw aan het werk. Hij vertrouwde de eerdere rapporten niet en hechtte meer geloof aan specialisten als Patrick Chovanec.

Begin dit jaar werd het onderzoek in de boeken van 62.000 lokale overheden (provincies, steden, prefecturen en districten) gepubliceerd. Sindsdien is de nationale en internationale stemming over China zorgelijk tot zeer negatief. Ook de Amerikaanse grootbelegger en filantroop George Soros sprak daarover vorige week zijn bezorgdheid uit.

„Het positieve is dat er eindelijk een vorm van openheid over de financiën wordt betracht. Het slechte nieuws is dat het groeitempo van de schulden alarmerend hoog is en dat niets erop wijst dat lokale overheden van hun verslaving aan kredieten afkomen. Bovendien blokkeert de schuldenberg hervormingen van het pensioenstelsel, de zorg en het onderwijs. Voor heel veel zinnige, noodzakelijke plannen om de economie te hervormen is niet genoeg geld”, zegt de Chinese hoogleraar en schuldenexpert Zhu Ning, die verbonden is aan het Shanghai Advanced Institution of Finance (SAIF).

„Iedere stadsbestuurder, iedere directeur van een staatsbedrijf, iedere investeerder, iedere provinciegouverneur denkt dat uiteindelijk de centrale overheid het probleem wel zal oplossen en gaat daarom op oude voet voort. Iedereen denkt too big to fail te zijn. Dat is een groot misverstand”, aldus Zhu, die ook regelmatig doceert op Yale.

Zhu ziet nu al dat provincies zoals Jiangsu geen fondsen meer hebben om bijvoorbeeld de scheepvaartindustrie of de zonnepanelensector te behoeden voor faillissementen. De economie van Jiangsu is ongeveer zo groot als die van Turkije. Vooral kleine en middelgrote steden lijden pijn.

„Een groot aantal bedrijven zal sneuvelen, dat is onvermijdelijk”, zegt Zhu.

Het taaiste probleem is lokale overheden af te helpen van hun kredietverslaving. Hoge groeicijfers betekenen vaak meer promotiekansen, betere pensioenen en grotere dienstauto’s. Plaatselijke partijsecretarissen worden beoordeeld op de statistieken en niet op de omvang van de schulden, laat staan op de houdbaarheid en kwaliteit van de groei. Vandaar ook de vervuiling van lucht en water.

De ironie wil dat steden en regio’s volgens de Chinese wet helemaal geen schulden mogen maken. Bestuurders zijn echter zo bedreven geraakt in het ontwikkelen van constructies om deze wet te omzeilen, dat de autoriteiten in Beijing het nakijken hebben. Zij zijn trouwens voor een niet gering deel medeverantwoordelijk, al was het maar omdat steden verplicht zijn driekwart van hun belastingopbrengsten over te boeken naar de nationale overheid.

Zwarte doos

Tal van oplossingen om de financiële puzzel op te lossen en de lokale overheden te bevrijden uit hun wettelijke en fiscale klemmen, passeren op het ogenblik de revue. Er wordt gedacht aan een gemeentelijke obligatiemarkt die toegankelijk is voor internationale banken en investeerders. Dat zou betekenen dat banken en steden, die nu nog ‘zwarte dozen’ vormen, de echte boeken moeten openen. Maar transparantie is, zacht gezegd, niet hun sterkste punt.

Hoe dan ook, zegt Zhu, het is nu duidelijk dat China na decennia van onstuimige groei op een kruispunt is aangekomen. „China moet de kredietverlening afremmen, de schulden saneren en genoegen nemen met wat minder groei. Het hele denken in bestuurlijk China over de economie moet veranderen.”

Op dat glorieuze moment gaan de Wangs in Rushan niet wachten. Zij hopen binnenkort hun fraaie appartement met niet werkende Miele-apparatuur te verkopen aan een speculerende landgenoot, want de gekte op de onroerendgoedmarkt is ondanks het ontnuchterende nieuws nog niet uitgewoed.