Lobbyclub aan Zuidas had geen zin meer

De terugtrekking van de overheid maakte het einde van HFC onvermijdelijk.

Echt handig was de timing destijds niet. In dezelfde maand dat toenmalig minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) het begin van Holland Financial Centre (HFC) inluidde, stemde hij in met de verkoop en dus opsplitsing van ABN Amro, toen de grootste Nederlandse bank, door een consortium van buitenlandse concurrenten. Motief voor oprichting van het publiek-private HFC: internationale bedrijven aantrekken, en van Nederland een financiële speler van belang maken. Dat was 2007.

Nu, bijna zeven jaar later, houdt de stichting op te bestaan. Gisteren maakte de organisatie bekend dat het alle activiteiten staakt. Niet omdat Nederland inmiddels dat zo gewenste financiële centrum is, maar omdat er onder de zestig deelnemende bedrijven te weinig animo is voor voortzetting van de lobbyclub.

Dat zit zo. Een jaar geleden al maakte de overheid bekend dat zij zich terugtrok. De overheid was een belangrijke partner voor HFC: met haar, en met de toezichthouder, zaten de financiële marktpartijen in zogeheten werkgroepen. Ingedeeld op onderwerp: China, Brussel, milieu, emissiehandel. De top van de financiële sector in Nederland ontmoette elkaar in HFC en in deze werkgroepen.

Maar minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) vond vorig jaar dat het maar eens afgelopen moest zijn met die „vermenging van rollen en verantwoordelijkheden”, zei hij in tv-programma Buitenhof. Toezichthouders mochten van de minister best een goede band hebben met de sector, maar moesten ook genoeg afstand bewaren. Toenmalig voorzitter van HFC en niet onomstreden oud-topman van bank SNS Reaal Sjoerd van Keulen begreep de boodschap. Hij zegde per direct zijn functie bij de stichting op.

Door het besluit van Dijsselbloem, zegt huidig voorzitter Jan Nooitgedagt, was het uiteindelijk toch niet meer mogelijk „zinvol” met het publiek-private initiatief door te gaan. Nooitgedagt was tot zijn pensioen afgelopen jaar financieel directeur bij verzekeraar Aegon. Nu vervult hij verschillende commissariaten, onder meer bij SNS Reaal. Met de zestig partners uit de financiële sector (banken, verzekeraars, vermogensbeheerders, pensioenfondsen) werd aanvankelijk besloten HFC draaiend te houden. Bij nadere inventarisatie, dit najaar, was die wil er niet meer. HFC werd door terugtrekking van de overheid namelijk een club als vele anderen, vonden de partners. Niet meer onderscheidend genoeg van private lobbyclubs als bijvoorbeeld de Nederlandse Vereniging van Banken.

Successen zijn er óók, zoals de Duisenberg Financial School, die mede op initiatief van HFC in 2008 begon. Ook HFC Plaza doet het goed. Op de bovenste drie verdiepingen van het Symphony gebouw aan de Zuidas in Amsterdam verhuurt de stichting kantoorruimte aan startende bedrijven in de financiële sector. Met een uitzicht waar op goede dagen Schiphol en de Hoogovens te zien zijn, werkt het personeel van 27 bedrijven.

„Een dag bij de koffieautomaat is hier toch een goede dag”, vertelt Mark Baak. Hij doelt op de financiële kennis die uitgewisseld wordt. Hij werkt bij Darwin Platform, een dienstverlener aan beheerders van beleggingsfondsen. In zijn kantoorruimte hangen vier klokken – voor New York, Londen, Amsterdam en Hongkong.

Succesnummer HFC Plaza wordt verkocht. Gesprekken met een mogelijke koper zijn in een „vergevorderd stadium”, aldus de stichting.

Zo blijft er toch nog iets van de club der ingewijden van de Nederlandse financiële sector bestaan.