Leerzame uren

Mijn vrouw speelt Wordfeud met haar kleinzoon Glenn (8). Ik besef dat dit voor de buitenwereld geen schokkende mededeling is, omdat daar de praktische gevolgen onzichtbaar blijven. Maar ik zit met een vrouw die na een pingeltje op haar iPad onverhoeds een belangrijk gesprek over de toekomst van Europa afbreekt met de uitroep: „Glenn! Even kijken.”

„Hou eens op met dat stomme wordfoid”, heb ik al een paar keer bijna geschreeuwd, maar ik wist me te bedwingen omdat je de reputatie van verzuurde grootvader sneller verwerft dan kwijtraakt. Ja, ik weet dat je het eigenlijk als wordfjoed moet uitspreken, maar bij een correcte uitspraak voel ik me opeens zo’n uitslover. We zijn toch nog steeds niet vergeten hoe voetbalcommentator Herman Kuiphof Kindvall uitsprak als ‘Tsjiendval’? Bovendien ken ik bij voorbaat de reactie van mijn vrouw: „Dat kind kan daar spelenderwijs veel van leren.” Helaas is dat nog waar ook.

Als Glenn bijvoorbeeld het woordje ‘meel’ verlengt tot ‘gemeeld’, denkt hij aan ‘mailen’, niet aan ‘melen’. Het is leerzaam hem dan uit te leggen wat het verschil is. Bovendien kom je er zo ook zelf achter wat dat rare ‘melen’ precies inhoudt: met bloem van meel bewerken, aldus Van Dale. Zo leidt Wordfeud tot allerlei kennis die de volwassene de volgende dag alweer vergeten is, maar het leergierige kind de rest van zijn leven bijblijft. Mag je hopen.

Opeens kwam Glenn met het woord ‘koet’ aanzetten. „Weet jij wat dat is?” stoorde mijn vrouw mij in mijn lectuur (over die toekomst van Europa). „Kut op z’n Turks”, zei ik, maar de grap werd niet gewaardeerd. We moesten het opzoeken en het bleek om „alkachtige zwemvogels” te gaan, zoals de zeekoet. Ach natuurlijk. Wat is trouwens een alk precies? U zult het zelf moeten opzoeken want ik heb voorlopig genoeg opgezocht.

Op een onbewaakt moment heb ik de chatwisseling tussen Glenn en zijn oma kunnen overschrijven. Ik bied die hier zonder hun autorisatie aan.

12 januari. Oma: „Wat leuk Glenn om met jou Wordfeud te spelen. Je hebt het al wel bij mama gezien en soms is het een heel gepuzzel.” Glenn: „Ja oma, soms is het een heel gepuzzel om woorden te maken. Leuk om te spelen met jou. Kus van Glenn.” Oma: „Weet je wat sas is? Dat zeg je als je ergens plezier in hebt. Nou, we zitten wel dicht bij elkaar, maar nu ga ik koken, lekker, spaghetti!” Glenn: „Hm, lekker, wij eten soep.”

13 januari. Oma: „Dag lieve Glenn, ik had niet eerder tijd om een zet te doen, ik was naar Hidde. Hij kon niet naar school omdat hij ziek was en je kunt hem niet alleen thuis laten, zo ongezellig.” Glenn: „Dag oma, ja zieke kinderen moeten niet alleen thuisblijven.”

14 januari. Oma: „Kijk Glenn, fut is heel iets anders dan futen. Door er meervoud van te maken, wordt het plotseling een ander woord.” Glenn: „Wat betekenen die woorden dan?” Oma: „Fut betekent dat je zin hebt om iets te doen en futen zijn vogels. En nu kun je een woord maken met de dubbele woordwaarde!”

Bij het scheiden van de markt was de stand 83-77 in het voordeel van oma.

Er verandert veel op de wereld, en niet altijd ten goede, maar nu besef ik pas hoe jammer het is dat ik nooit met mijn eigen twee oma’s heb kunnen chatten. Ze woonden zo’n 200 kilometer van me vandaan, ik zag ze maar twee keer per jaar, het bleven min of meer vreemden. Ik heb ze niet eens aan de telefoon gehad.