In Soest kan je nu nog ongestraft bieren

Twee weken zijn gemeenten nu verantwoordelijk voor controle of jongeren drank kopen. Hoe gaat het?

Ben je onder de 18 en hou je van een biertje? Dan kun je het beste terecht in Brunssum, Weert of Soest, waar cafés en supermarkten dit jaar nog geen enkele controleur op bezoek hebben gehad. Maar uit de vier grote steden kun je beter wegblijven. Daar zijn de horeca, winkels en sportkantines beducht voor de vele controles die er al worden gehouden.

Er zijn ruim twee weken verstreken sinds de minimumleeftijd voor het kopen van alcohol verhoogd werd van 16 naar 18 jaar. Reden voor deze krant om te peilen of – en hoe – gemeenten hiermee bezig zijn. 37 gemeenten beantwoordden de vragen.

Wat direct opvalt: geen enkele ondervraagde gemeente zegt sinds de jaarwisseling al een bekeuring te hebben gegeven voor drankverstrekking aan een minderjarige. Negen gemeenten zeggen hier geen gegevens over te hebben of ze niet openbaar te willen maken. De overige 28 hebben geen boetes uitgedeeld.

In sommige gemeenten zijn simpelweg geen overtredingen gezien. Maar veel gemeenten hebben nog niet gecontroleerd. Bijvoorbeeld omdat er geen controleambtenaar is, zoals in Weert en Soest. Omdat die handhaver pas later aangesteld zal worden (Baarn, De Bilt). Of omdat de gemeente in de eerste weken meer wil overleggen dan controleren (Boxmeer, Zutphen).

Vooral grote gemeenten zijn al meteen op volle kracht aan het controleren. In Rotterdam hebben sinds de jaarwisseling al bijna honderd alcoholverstrekkers bezoek gekregen van een controleur. Resultaat: geen boetes, wel „verschillende” waarschuwingen.

Veel gemeenten zetten bij de controles de hulp in van jongeren. Maar geen enkele gemeente zegt ‘loktieners’ te gebruiken, zoals Utrecht dat afgelopen weekeinde deed. Daar kochten twee meiden van 16 en 18 jaar succesvol een droge witte wijn, waarna de barman direct een boete kreeg. De meisjes waren meegenomen door de controleur. Deze omstreden methode wordt mogelijk niet getolereerd door rechters omdat opsporingsambtenaren niet zomaar strafbare feiten mogen uitlokken.

Maar het alternatief voor de loktiener lijkt ook niet erg aantrekkelijk: een controleur van pakweg dertig, veertig jaar oud, die een café vol jongeren binnenstapt, een tijdje observeert en af en toe een ID-kaart vraagt aan jonge alcoholkopers. „Die valt natuurlijk meteen op”, zegt een woordvoerder van de gemeente Den Haag. „Dat is een dilemma.”

Daarom zetten Eindhoven en Katwijk wél jongeren in om de horeca te testen, maar zonder er direct een boete aan te verbinden. Slecht scorende cafés worden voortaan vaker gecontroleerd.

En steeds meer gemeenten zetten een extern bureau in om de horeca te testen. Die sturen jongeren op pad om bij verschillende cafés, winkels en sportkantines drank te kopen. Gemeenten krijgen vervolgens gerapporteerd waar het misging.

De twee grootste bureaus, de Stichting Alcoholpreventie (STAP) en Bureau Nuchter, worden steeds vaker ingehuurd door gemeenten. Bureau Nuchter heeft voor komend jaar al veertig onderzoeken in de planning staan. Vorig jaar deed het er twintig. STAP zag de stijging vooral vorig jaar, toen gemeenten verantwoordelijk werden voor handhaving van de Drank- en horecawet. Toen deed het onderzoek voor 34 gemeenten, tien meer dan een jaar eerder. Met de onderzoeksconclusies kan vervolgens „een goed gesprek” gevoerd worden met de overtreders, zegt een woordvoerder van de gemeente Hoorn, die ook zo’n onderzoek laat uitvoeren.

Met de informatie uit zo’n onderzoeksrapport kunnen gemeenten bepalen waar ze gaan controleren. Als blijkt dat supermarkten zich beter aan de regels houden dan de horeca, zal die laatste groep vaker controleurs op bezoek krijgen.

Zo zijn veel gemeenten nu bezig om te ontdekken hoe ze de wet het beste kunnen handhaven. Want hoewel ze ook vorig jaar – nog voor de verhoging van de minimumleeftijd – verantwoordelijk waren voor handhaving van de Drank- en horecawet, weten veel gemeenten nog niet precies hoe ze dat gaan doen. Daarom praat menig gemeente nog met supermarkten en kroegbazen.

Directeur Wim van Dalen van STAP vindt dat gemeenten te veel nadruk leggen op overleg met horeca. Volgens een woordvoerder van de gemeente Hoorn is dat juist belangrijk. „Zíj moeten het gaan doen. Uiteindelijk wil je dat de naleving beter wordt.”