Foto’s domineren sociale media, maar wie betaalt ze?

Louis Zaal neemt afscheid van ‘zijn’ fotoagentschap Hollandse Hoogte, na bijna dertig jaar.

Foto NRC

„Ik denk dat de economische waarde van een foto op internet gaat stijgen.” Louis Zaal (58), die deze maand zijn vertrek aankondigde bij fotoagentschap Hollandse Hoogte (HH), ziet de toekomst zonnig tegemoet. Ruim 28 jaar lang zag hij, als directeur van de grootste fotoleverancier aan kranten en tijdschriften in Nederland, de markt veranderen. „Het laatste decennium gingen de prijzen voor foto’s, mede door het toenemende aanbod op internet, steeds meer omlaag.” De economische crisis hielp ook niet. „In 2008 werden de fotografiebudgetten bij kranten en bladen aanmerkelijk teruggeschroefd. In augustus kelderde de omzet van HH met zo’n 20 procent. We verkochten meer foto’s, maar kregen er minder voor terug. Dat is zo gebleven.”

Toch is Zaal positief over de toekomst van fotografie op internet. „Media zitten in een overgangsfase. De stap van papier naar digitaal wordt nu gemaakt. Welk verdienmodel daarbij hoort is nog onduidelijk. Dat geldt ook voor fotografie. Nu wordt het beeld bij een verhaal nog uitgekozen door internetnerds, straks zitten daar weer fotoredacteuren op. Dan gaat de kwaliteit van de fotografie vanzelf omhoog. Als de crisis voorbij is, komt er meer geld en worden er nieuwe modellen voor fotografie ontwikkeld.”

Wat voor plannen had u bij de oprichting van het fotoagentschap?

„Ik heb het destijds met drie anderen opgezet als fotoarchief. Ons doel was tijdschriften hoogwaardige kwaliteitsfotografie aan te bieden. Daarnaast wilden we, in de stijl van het Magnum, fotografen laten werken aan eigen reportages. Door de redelijke omzet kregen onze freelancers een vast inkomen waardoor ze konden werken aan lange termijn projecten.”

Dat kan inmiddels al lang niet meer.

„Inderdaad. Fotografie is nu een massaproduct waar men slechts lage prijzen voor wil betalen. Voor nog geen euro kun je al een stockfoto krijgen.”

Heeft u bereikt wat u voor ogen had?

„Als de Nederlandse markt anders in elkaar zou steken, hadden we er misschien meer uitgehaald. Nederland is klein. Iedereen kent elkaar. Kranten en tijdschriften hebben vaak direct contact met fotografen. Veel fotoreportages werden ook buiten ons om geregeld. We zijn vooral sterk geworden als archiefbureau.”

Toch heeft HH een bloeitijd gekend.

„In 2001 begon het echt te lopen. Na 9/11 en de moord op Pim Fortuyn kwam er ineens veel interesse voor binnenlandse fotoreportages. Wij hadden veel Nederlandse fotografen. Daarnaast vertegenwoordigden we buitenlandse bureaus zoals Magnum, Camera Press en VII. Anderhalf jaar geleden fuseerden we met HillCreek Pictures. Daardoor kregen we toegang tot internationale collecties waaronder Corbis en VI Images, het fotoarchief van Voetbal International.”

Bent u wel op zoek gegaan naar nieuwe verdienmodellen?

„Zeker. Fotografie is op sociale mediasites een veel gebruikt communicatiemiddel. Mensen plaatsen op Facebook en Twitter steeds meer foto’s om elkaar iets te vertellen. Mij leek het een slim plan om deze consumenten, voor bijvoorbeeld een laag bedrag van twee cent per foto, toegang te verschaffen tot goed, professioneel beeldmateriaal.”

Met wie bent u gaan praten?

Ondermeer met Hyves. Ik wilde hun gebruikers een exclusief abonnementen aanbieden. Daarnaast ben ik gaan praten met allerlei mediapartners. Maar die vonden het plan te wild. Het is dus niet gelukt. Maar wie weet had ik de gouden graal in handen.”

Wat brengt de toekomst?

„Ik ga door als freelance consultant. Er zijn veel presentatievormen mogelijk voor fotografie op het net. Lens Blog van The New York Times bijvoorbeeld. Maar die site is een verlengstuk van de NYT. Een onafhankelijk platform, waar via fotografie verhalen worden verteld, dat is interessant.”