denken @nrc.nl

Beste ambassadeur die Chinees wil leren

Een brief van Eline Joor

Waarom zit hij daar en zit ik hier? Die vraag kwam bij mij op toen ik maandag in Met het oog op morgen Aart Jacobi, Nederlands ambassadeur in China, op de radio hoorde vertellen dat hij geen Chinees spreekt en zijn taallessen door zijn drukke werkschema stroef verliepen. Zelf heb ik twee masterdiploma’s (politieke wetenschappen, conflict & ontwikkelingsstudies); ik spreek Chinees en ben sinds mijn afstuderen werkloos. Althans, ik werk in de horeca, omdat ik geen baan kan vinden die aansluit bij mijn competenties.

Veel van mijn leeftijdsgenoten hebben dit probleem. Twee mastertitels op zak, cum laude afgestudeerd, langere tijd in het buitenland geweest, vrijwilligerswerk gedaan, voorzitter van een studentenvereniging geweest – dit alles lijkt nu niets meer waard te zijn, omdat wij op één vlak een achterstand hebben: werkervaring. Voor startersbanen heb je gemiddeld vijf jaar werkervaring nodig. Het is schrikbarend te zien hoeveel talent om mij heen verkwanseld wordt. Mijn Chinese spreekvaardigheid zet ik tegenwoordig enkel in om verdwaalde toeristen op Amsterdam Centraal de weg te wijzen. Vicieuze cirkel: je hebt werkervaring nodig om werkervaring te krijgen. De oude generatie moet langer doorwerken, terwijl een hele generatie jonge academici op de bank zit te verpieteren. Daarom, geachte ambassadeur in China: als ik naar Beijing kom om een paar maanden voor u waar te nemen, dan vergaar ik werkervaring en kunt u tijd vrijmaken om eindelijk een degelijke taalcursus Chinees te volgen. En als u wilt, kan ik ’s avonds best woordjes met u oefenen.

Investeer in vaderschap

schrijft Dr. Renske Keizer, familie-sociologe aan de Erasmus Universiteit

In de bijlage Carrière werd gisteren nogmaals onderstreept dat Nederland ‘deeltijdland’ is, althans wat de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen betreft. Waar in het verleden vaak werd gewezen naar de vrouwen zelf – het zijn ‘verwende prinsesjes’ – ben ik blij dat er nu ook aandacht is voor de context waarin vrouwen (en mannen!) keuzes maken over de verdeling van arbeid en zorg. Om gelijk met de deur in huis te vallen: moeders werken zo weinig omdat vaders in hun rol als opvoeder niet serieus worden genomen door de Nederlandse overheid.

Het handelen van minister Asscher is hierin exemplarisch. Door vaders slechts drie extra dagen onbetaald vaderschapsverlof te geven, blijft de boodschap van de overheid dat het vooral een taak van de moeder is om te zorgen voor het pasgeboren kind. Vaders die een actievere rol willen spelen in de eerste dagen na de geboorte, moeten zelf in de buidel tasten.

Wil men dat moeders een actievere rol vervullen in het arbeidsproces, dan dienen vaders in staat te worden gesteld om een volwaardige rol te spelen in de opvoeding van hun kinderen.