‘De Kunsthal is bedoeld als festivalpaleis’

In februari heropent de Kunsthal in Rotterdam na een korte verbouwing. Het pand is nu beter beveiligd, energiezuiniger en heeft een nieuwe ingang. „Alle warmte waaide het gebouw uit.”

Emily Ansenk, directeur van de Kunsthal in Rotterdam: „De verbouwing is binnen de tijd en binnen het budget gerealiseerd.” Foto Rien Zilvold

Het was een jaar vol contrasten voor Kunsthal-directeur Emily Ansenk. Heel 2013 was er de nasleep van de kunstdiefstal in oktober 2012, waarbij een groep Roemenen zeven schilderijen roofden die de Kunsthal in bruikleen had van de Triton Foundation. Tegelijkertijd draaide de Kunsthal een goed jaar, vooral dankzij de succesvolle tentoonstelling van couturier Jean Paul Gaultier. In vijf maanden tijd kwamen er 189.000 bezoekers. De afgelopen jaren waren dat er gemiddeld 160.000.

Voortdurend was de Kunsthal in het nieuws. Maar in juni werd het in één klap stil: de Kunsthal ging dicht voor een verbouwing. Omdat er geen eigen collectie is, was de instelling maandenlang alleen zichtbaar op internet en via de sociale media, waar het publiek online mocht meewerken aan een tentoonstelling. Zesduizend mensen dachten mee over onder meer het onderwerp, de tentoongestelde werken en de zaalteksten voor S.H.O.E.S., de tentoonstelling over schoenen waarmee de Kunsthal op 1 februari heropent.

Was het een verademing, een half jaar stilte?

„De verbouwing stond al heel lang gepland. Maar het kwam inderdaad wel goed uit. We hebben als team een flinke schok gehad door de kunstroof. En vervolgens hadden we het razend druk met ons twintigjarig jubileum en met de Gaultier-tentoonstelling. Er was geen tijd om te herstellen van de schrik.”

Terwijl de Kunsthal dichtging, begon het proces tegen de verdachten van de kunstroof. Hoe heeft u dat gevolgd?

„Op afstand, net als iedereen.”

De advocaten van de dieven voerden als verdediging aan dat de diefstal was uitgelokt, omdat de Kunsthal niet goed was beveiligd.

„Tja, wat moet ik daar nou van zeggen? Wíj stonden niet in het beklaagdenbankje. Het is een verdediging die niet door de rechter is gevolgd; de dieven zijn veroordeeld tot zeven jaar cel. Verder heb ik over de beveiliging destijds wel genoeg gezegd.”

De Kunsthal is nu verbouwd. Is de beveiliging verbeterd?

„Daar is uiteraard naar gekeken. In die zin was de verbouwing, die we toch al zouden doen, een zegen. Ik heb geen enkel signaal gekregen dat musea of verzamelaars ons geen bruiklenen meer willen geven. Maar om elke twijfel weg te nemen, heb ik het Rijksmuseum en het Van Gogh Museum, die de hoogste normen hanteren, betrokken bij het verbeteren van de beveiliging. De meeste maatregelen zijn onzichtbaar, maar een paar kun je met eigen ogen zien. Aan de kant van het park liggen nu grote zwerfkeien uit de Ardennen, tegen ramkraak. En aan de kant van de Westzeedijk is de glazen zijkant van het gebouw met een metalen rooster afgedekt.”

Wat heeft u, behalve de beveiliging, nog meer aangepakt?

„De verbouwing was in de eerste plaats nodig om de stookkosten omlaag te brengen. Die rezen de pan uit, omdat de Kunsthal één grote ruimte was. Bij de ingang waaide alle warmte het gebouw uit. Nu hebben we het gebouw opgedeeld in verschillende ruimtes. Daarnaast zijn oude installaties vervangen, is het dak geïsoleerd en is overal dubbele beglazing aangebracht.

„Een grote verandering is dat we de ingang hebben verplaatst. Die zat eerst halverwege de hellingbaan, en nu aan de kant van het park. In de oude situatie kwamen bezoekers binnen in het auditorium. Daar liepen dus de hele dag mensen doorheen. We konden het auditorium overdag nooit verhuren. In de nieuwe situatie komen mensen binnen in het restaurant, waar ook de winkel naartoe is verplaatst. Dat heeft als voordeel dat we het auditorium los gaan gebruiken.

„We willen meer gaan doen met podiumkunsten. Tijdens onze jubileumviering voerde Conny Janssen Danst een voorstelling op tussen de beelden van Maillol. We hadden optredens van studenten van Codarts en van trompettist Erik Vloeimans. We kunnen ook films gaan vertonen, zoals we deden tijdens Art Rotterdam. Dat is de Kunsthal zoals die door Rem Koolhaas bedoeld is, als ‘palais des festivals’, waar voortdurend reuring is.”

U wilde ook een grotere winkel. Die is er niet gekomen. De winkel zit nu in dezelfde ruimte als het restaurant. En daar zit nu ook de entree. Is dat niet wat krap?

„Nee, de nieuwe entree is juist heel servicegericht. We hebben met Koolhaas overlegd over de bouw van een nieuw paviljoen naast of aan het gebouw. Dat wilde hij niet, omdat het afbreuk zou doen aan het oorspronkelijke ontwerp. Ook over het verplaatsen van de entree, waarvoor er een hap uit de hellingbaan moest, hebben we lang gesproken.”

Werkte Koolhaas de verbouwing tegen?

„Nee, zeker niet, hij wilde alleen voorkomen dat zijn oorspronkelijke ontwerp uit het oog werd verloren. Ik ben door die gesprekken veel over het gebouw te weten gekomen. Zo wist ik niet dat de neonbuizen aan het plafond van Hal 1 in een random patroon zijn aangebracht. Koolhaas heeft ze als mikado uitgestrooid.

„Een andere ontdekking was dat de verschillende kleuren glas in de ramen geen vergissing zijn, maar opzet. We hadden al bijna glas in één kleur besteld toen ik de maquette van het gebouw nog eens bestudeerde en zag dat daar ook allemaal verschillende kleuren glas in waren gebruikt. Het effect is prachtig, al die verschillende kleuren licht. We hebben OMA, het bureau van Koolhaas, heel bewust gevraagd om de inrichting van het nieuwe entreegebied en de nieuwe garderobe te ontwerpen.”

Wat kostte de verbouwing?

„Zo’n 6,3 miljoen euro. We hebben de verbouwing binnen de geplande tijd en het budget gerealiseerd.”

Waar komt het geld vandaan?

„Daar is een bijzondere constructie voor bedacht, een zogenoemde Energy Service Company, opgericht door drie partijen: energiebedrijf Eneco, bouwbedrijf Dura Vermeer en installatiebedrijf Roodenburg. Zij hebben samen 1,6 miljoen euro geïnvesteerd in de verbouwing. Wij besparen straks 25 procent op de energiekosten, waardoor we de lening in vijftien jaar kunnen terugbetalen. Bijkomend voordeel voor de betrokken bedrijven is dat wij voor vijftien jaar een prestatiecontract met hen hebben afgesloten, niet alleen voor de levering van energie, maar ook voor onderhoud, glazenwassen en schoonmaak. De gemeente heeft 4,7 miljoen euro bijgedragen aan de verbouwing, waarvan we een deel krijgen voor achterstallig onderhoud en het energiezuiniger maken van het gebouw, en een deel terugbetalen via een huurverhoging.”

U heropent op 1 februari met twee tentoonstellingen over design. Daarna komt er een tentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog. Ook de rest van het jaar staan er geen grote kunsttentoonstellingen op het programma. Is dat toch een gevolg van de kunstroof?

„We laten het komende jaar nog steeds veel kunst zien. Zoals de zeventiende-eeuwse waterverftekeningen van Andries Beeckman, een kunstenaar die prachtige tekeningen in Batavia heeft gemaakt. En in de tentoonstelling over Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie, zal ook beeldende kunst te zien zijn. Hij was een inspiratiebron voor Mondriaan, Kandinsky en Beuys. In het najaar hebben we de tentoonstelling Museum to Scale, met ruim honderd miniatuurmusea. Die zaaltjes zijn stuk voor stuk kunstwerken, gemaakt door Belgische kunstenaars.”

Uw blockbuster van dit jaar is een tentoonstelling over James Bond.

„Wij zijn geen instelling die alleen schilderijen en beelden laat zien. De James Bondfilms hebben een enorme invloed uitgeoefend op kunst, muziek, mode, design, technologie en lifestyle. We hadden in die tijd eigenlijk een tentoonstelling gepland met werken van verzamelaars. Maar toen we de James Bondtentoonstelling konden krijgen, die in het Barbican Centre in Londen enorm goed heeft gedraaid, was de keuze snel gemaakt.”