Daar zijn de bonussen weer

Britse bankiers belonen zichzelf de komende weken weer voor geleverde prestaties. De politiek trekt het nut en de noodzaak van al dat geld nu alvast in twijfel: 2.000 pond is toch ook een mooi bedrag?

Het bonusseizoen is begonnen. Grote banken maken de komende weken hun beloningen bekend, maar politici gaan alvast in de aanval.

De Britse premier David Cameron is de eerste. Gisteren kondigde hij aan „cashbonussen bij Royal Bank of Scotland te beperken tot 2.000 pond”. En: „Dat zullen we volgend jaar weer doen.”

Ook zei hij, tijdens het Vragenuurtje in het Lagerhuis, dat hij een veto zal uitspreken over een mogelijk voorstel van RBS, sinds de crisis grotendeels genationaliseerd, om het totaal aan uitgekeerde salarissen en bonussen te verhogen.

Eerder op de dag zei Camerons minister van Financiën, George Osborne, dat ook hij beloningen wil beperken. Via de rechter vecht hij een Europees plan aan dat bepaalt dat vanaf dit jaar bonussen voor bankiers die meer dan 500.000 euro verdienen niet meer dan éénmaal het vaste jaarsalaris mogen bedragen, of tweemaal als de aandeelhouders dat goedkeuren.

Dat betekent volgens Osborne dat salarissen zullen stijgen in de financiële sector, en als het slecht gaat met een bank, beloningen niet zijn terug te claimen. „Je kan een Fred Goodwin-situatie hebben, waarbij je geld niet terugkrijgt als het misgaat”, zei hij in een verwijzing naar de voormalig topman van RBS, die ondanks de ondergang van de bank toch een bonus van 6 miljoen pond kreeg.

Naast de hoogte van de bonussen speelt er nog iets en bankiers gebruiken het om aan te geven dat ze naar maatschappelijke bezwaren luisteren. Het aantal uitgekeerde bonussen in de City is namelijk gedaald, volgens sommigen analisten met maar liefst 80 procent. Morele redenen zijn echter niet de reden. Het is simpelweg het gevolg van dat er minder mensen in de financiële sector werken.